Art. 2 Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2009, Verbodsbepalingen
Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2009
1. Het is verboden paardachtigen te houden, te vervoeren of te doen vervoeren, tenzij zij: overeenkomstig Verordening (EG) Nr. 504/2008 en het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
a. vergezeld gaan van een paspoort;
b. zijn voorzien van een transponder, en
c. zijn geregistreerd in een daarvoor bestemde database,
2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor:
a. paardachtigen die op een natuurterrein leven, tenzij zij het betreffende natuurterrein verlaten;
b. paardachtigen jonger dan 6 maanden, tenzij zij voor export of slachting worden aangeboden.