Bijlage 1 Regeling vaststelling invaliditeit met dienstverband
Regeling vaststelling invaliditeit met dienstverband
Dit protocol is opgebouwd uit twee delen: Beide delen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden Dit protocol beschrijft de beoordelingssystematiek bij de gecombineerde WIA-IP beoordeling en bij de WIA, de IP (militair invaliditeitspensioen) en/of Dienstverband (DV) beoordeling sec. Dit protocol is auteursrechtelijk beschermd. Het is niet toegestaan dit werk zonder toestemming van het Ministerie van Defensie openbaar te maken of te verveelvoudigen. Dit protocol vormt de basis voor de in ontwikkeling zijnde PTSS en LOK protocollen van Defensie. Tevens kent dit protocol een samenhang met het protocol ‘dossiervorming en gegevens overdracht’ van Defensie. Den Haag, April 2007 De Staatssecretaris heeft de Kamer toegezegd de zorg aan de veteraan met een dienstverband aandoening verbeteren. De projectgroep WIA ZORGWET heeft de opdracht gekregen deze toezeggingen te concretiseren en verder uit te werken. Een van de verbeterpunten hierbij is het samenvoegen van de verschillende beoordelingstrajecten voor de WIA en het Militaire Invaliditeitspensioen (IP) tot één geheel: de WIA-IP beoordeling. Tijdens deze keuring vindt claimbeoordeling plaats: een uitspraak moet worden gedaan over het recht op en de hoogte van een WIA uitkering, respectievelijk een invaliditeitspensioen. Bij de beoordeling dient tevens de toegepaste behandeling en begeleiding te worden getoetst. De Medische Werkgroep binnen de projectgroep WIAZORGWET heeft de opdracht gekregen deze medische beoordeling te protocolleren. Uniforme, transparante toetsbare beoordelingswijze van twee beoordelingen tijdens één spreekuurcontact door één verzekeringsarts. Samenstelling medische werkgroep: Externe adviseurs: De WIA en IP beoordeling kennen veel raakvlakken. Beide zijn gebaseerd op de standaard verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Deze standaard en de hierbij behorende reeds ontwikkelde protocollen zijn als basis gebruikt voor zowel de WIA, de IP als de WIA-IP beoordeling. Zo kon aangaande dit basisdeel worden volstaan
- 1. de globale omschrijving van de basiselementen van het protocol
- 2. de bijlagen met specifieke toelichtingen op deze basis elementen.
- 1. Voorzitter en Secretaris: J.H. Paulusma-de Waal, internist n.p. RGA®, Medisch Adviseur Sociaal medisch beleid Ministerie van Defensie
- 2. Lid: Kolonel Dr. J. de Raad, verzekeringsarts, hoofd Defensie organisatie voor bijzondere medische beoordelingen (BMB)
- 3. Lid: Kapitein ter Zee M.J.W. Neuteboom, arts, Hoofd afdeling Algemeen Gezondheidszorgbeleid Directie Militaire gezondheidszorg Ministerie van Defensie
- 4. Lid: M.E. van Liere, Regionaal Stafverzekeringsarts UWV
- 5. Lid: H.M. de Boer, verzekeringsarts BMB
- 6. Lid: C.J. van Burik, verzekeringsarts UWV
- ○ Prof dr. JHBM Willems, bijzonder hoogleraar Sociale Verzekeringsgeneeskunde AMC
- ○ B.J. Starink, Regionaal Stafverzekeringsarts UWV
- ○ S. Knepper, verzekeringsarts, RGA ®, medisch adviseur UWV
- 1 Toetsing van het reïntegratie verslag
- 2 De WIA beoordeling
- 3 De Invaliditeitsbeoordeling/de dienstverbandbeoordeling
- 4 De toets op behandeling en begeleiding (deze wordt op termijn ingevoerd)
- – de stappen 1 t/m 6 worden bij elke beoordeling doorlopen
- – stap 7a bij de WIA-IP beoordeling en de WIA beoordeling
- – stap 7b bij de WIA-IP beoordeling en bij de IP beoordeling (bij DV sec geen %)
- – stap 1a t/m 3a bij de WIA-IP/DV beoordeling en de IP/DV beoordeling
- – Het Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium
- – Het rapportageprotocol verzekeringsgeneeskunde
- – De standaard ‘onderzoeksmethoden’
- – De standaard ‘ psychische beoordeling’
- – De standaard urenbeperking
- – Verzekeringsgeneeskundige protocollen
- – Richtlijnen NVVG; NVAB; STECR
- – Beleidskader toets op de duurzaamheid van de arbeidsbeperkingen in het kader van IVA (Alleen bij de WIA beoordeling, niet bij de IP beoordeling).
- 1 De Dienstverband beoordeling in het kader van een IP recht: er moet sprake zijn van ‘invaliditeit met dienstverband’. Deze aandoening moet zijn ontstaan tijdens en door de uitoefening van de militaire dienst onder buitengewone omstandigheden (uitzending, oefeningen e.a) en bij actieve militairen hebben geleid tot blijvende dienstongeschiktheid op medische gronden. PM: De Dienstverband beoordeling in het kader van bedrijfsongevallen en ‘arbeid gerelateerde aandoeningen’ onder reguliere omstandigheden (arbeidsongeschiktheid met dienstverband) wordt nu niet separaat benoemd, want hierbij bestaat geen IP recht. In bijlage 3 wordt deze vorm van dienstverband wel nader toegelicht.
- 2 De Juridische causaliteit beoordeling: de juridische causaliteitscriteria van de militaire pensioenwetgeving zijn bepalend en richtinggevend. Juridisch moet allereerst worden voldaan aan het begrip dienstverband. Vervolgens moet dit dienstverband nader worden ingevuld met de begrippen ‘oorzakelijk’ of ‘verergerend’. Deze begrippen worden wettelijk als volgt omschreven: Oorzakelijk: Verergerend:
- – aanwezigheid van een invaliditeit van tenminste 10% tengevolge van verwonding, ziekten of gebreken, welke zijn veroorzaakt door de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmede vergelijkbare omstandigheden.
- – aanwezigheid van een invaliditeit van tenminste 10%, tengevolge van ziekten of gebreken welke het gevolg zijn van verrichtingen of vermoeienissen aan de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmede vergelijkbare omstandigheden verbonden, dan wel welke tot uiting zijn gekomen onder overwegende invloed van die verrichtingen of vermoeienissen.
- – aanwezigheid van een invaliditeit van tenminste 10%, tengevolge van ziekten of gebreken, welke zijn ontstaan, tot uiting gekomen of verergerd mede door inwerking van bijzondere, zeer nadelige invloeden, waaraan de beroepsmilitair in verband met de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmede vergelijkbare omstandigheden is blootgesteld geweest.
- 3 De medische causaliteit beoordeling: In dit kader dienen de volgende vragen te worden beantwoord: De beantwoording van de medische causaliteitsvragen is primair een professionele verantwoordelijkheid van de verzekeringsarts. Het is van belang dat de medische causaliteit kan worden getoetst aan nog op te bouwen mediprudentie. Ook Intervisie en intercollegiale toetsing onderling en met derden spelen hierbij een belangrijke rol.
- – is er sprake van een verwonding, ziekte of gebrek
- – is er sprake van een verband tussen deze verwonding, ziekte of gebrek en de buitengewone omstandigheden?
- – Is er sprake van een verband tussen de geconstateerde beperkingen en de door de bijzondere omstandigheden ontstane verwonding, ziekte of gebrek? Of te wel: is er medisch een causaal verband tussen het letsel en het geclaimde onvermogen?
- 4 De definitie van invaliditeit: In de Militaire pensioenwetgeving is deze als volgt weergegeven: ‘de in een percentage uit te drukken mate van lichamelijke en geestelijke tekortkomingen en beperkingen, welke belanghebbende in verhouding tot een geheel valide persoon van gelijke leeftijd in het dagelijkse leven in het algemeen ondervindt’: Onder ‘tekortkomingen’ wordt méér verstaan dan alleen beperkingen in de ADL (activiteiten dagelijks leven, c.q. het kunnen verrichten van de basale levensbehoeften). Beperkingen in de BDL (bijzondere activiteiten dagelijks leven, zoals communiceren, reizen, verrichten basale huishoudelijke activiteiten) worden ook meegewogen. Arbeid dient buiten beschouwing te blijven. Klachten, lijdensdruk en gederfde levensvreugde mogen niet worden meegewogen
- 5 De invaliditeitsschatting dient (theoretisch) te gebeuren aan de hand van ADL en BDL-eperkingen. De ernst van de beperkingen dient hierbij te worden weergegeven en vervolgens naar een percentage te worden geconverteerd. De mate van invaliditeit dient te worden vastgesteld aan de hand van een barèma, tot heden de WPC-schaal. Het duiden van de beperkingen en een percentage behoren tot de professionaliteit van de verzekeringsarts. Zonodig kan, met argumenten gemotiveerd, advies aan een extern deskundige worden gevraagd. Deze deskundige moet voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen en werken volgens de door Defensie nog op te stellen richtlijnen, aan de hand van gestandaardiseerde vraagstellingen en standaard rapportages.
- – Het Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium
- – Het rapportageprotocol verzekeringsgeneeskunde
- – De standaard ‘onderzoeksmethoden’
- – De standaard ‘ psychische beoordeling’.
- – De Standaard urenbeperking
- – De verzekeringsgeneeskundige protocollen
- – De richtlijnen NVVG; NVAB; STECR.
- – Alleen voor de WIA: beleidskader beoordeling duurzaamheid van de arbeidsbeperkingen in het kader van de IVA
- – De Wet inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
- – De Wet Verbetering Poortwachter (WVP)
- – Het Aangepast Schattingsbesluit
- 2.1 Een vraagstelling geformuleerd in termen van (beperkingen) van mogelijkheden om te functioneren.
- 2.2 Een volledige bronvermelding en eigen onderzoeksactiviteiten (inclusief Reïntegratie verslag en medische bijlagen).
- 2.3 Onderzoeksbevindingen:
- 2.3.1 beoordelingsgesprek gericht op het functioneren van betrokkene
- – medische en functionele voorgeschiedenis
- – activiteiten in werk (aard, zwaarte, omvang) en dagelijks leven (zie voorbeeld vragen bij toelichting 2.3.1)
- – huidige klachten, behandeling en functioneren
- – arbeidssituatie en ervaren belemmeringen
- – thuissituatie en ervaren belemmeringen
- – dagverhaal
- 2.3.2 visie en toekomstverwachting cliënt ten aanzien van gezondheid; belastbaarheid en werken.
- 2.3.3 eigen onderzoek en observaties.
- 2.3.4 informatie van derden.
- 2.4 Diagnose en oorzaak (met alleen voor de WIA: CAS-code).
- 2.5 Argumentatie:
- 2.5.1 eerdere beoordelingen
- 2.5.2 samenvatting van de claim
- 2.5.3 probleemanalyse
- 2.5.4 motivering beperkingen
- 2.5.5 prognose en duurzaamheid
- 2.5.6 reactie cliënt op de directe terugkoppeling van de arts.
- 2.6 Conclusie waarin beantwoording vraagstelling.
- – wat verstaat een cliënt die op het spreekuur kan komen onder de mededeling dat hij zich ‘arbeidsongeschikt’ vindt?
- – waarom kan een cliënt bijvoorbeeld wel op maandag werken maar niet op dinsdag als het menselijke bioritme zich elke 24 uur herhaalt?
- – zijn het dagverhaal en het functioneren in alle sociale rollen consistent met een aanmerkelijke claim?
- – welke prioriteiten stelt de cliënt in zijn dagelijks leven?
- – hoe wordt de cliënt op zijn werk vervangen?
- – wat ziet de cliënt als oplossing van zijn probleem en wat heeft hij er concreet aan gedaan anders dan medische hulp zoeken?
- – wat zijn de plezierige en wat de minder plezierige aspecten van het werk en welk (arbeid) perspectief ziet de cliënt voor zichzelf?
- – wat er zou gebeuren wanneer de cliënt morgen zijn werk/activiteiten helemaal zou hervatten?
- – wat ziet de cliënt als de oorzaak van het voortduren van zijn klachten en eventueel de (gedeeltelijke) werkloosheid?
- – is er sprake van rolverwisseling met of voorbeeldgedrag van de partner?
- – indien de verzekeringsarts op basis van eigen onderzoek twijfelt aan de consistentie van de klachten en beperkingen van cliënt.
- – indien er na eigen onderzoek onduidelijkheid bestaat over de medische aandoening.
- – indien de behandelaar een afwijkende visie heeft op de ernst van de aandoening.
- – indien cliënt erop staat dat informatie bij de behandelaar wordt opgevraagd.
- – Indien de huidige behandeling van cliënt het vermoeden doet ontstaan dat op korte termijn een verandering in de belastbaarheid is te verwachten.
- 5.1 een toets op de consistentie tussen stoornis, ervaren belemmering en handicap
- 5.2 een toets op de interne en externe consistentie van die belemmeringen zelf
- 5.3 een toets op plausibiliteit
- – concreet aanwijsbare gezondheidsschade te verwachten zijn bij het oppakken van ADL/BDL activiteiten of bij werkhervatting.
- – het vanuit medisch oogpunt noodzakelijk is dat de cliënt klachten vermijdt – meestal geldt – immers dat ‘rust roest’ (Donner).
- – er sprake is van beperkingen als uiting van ziekte dan wel van een keuze omwille van eigen welzijn of gezondheid met vermijding van financiële of andere nadelen.
- – er sprake is van relevante arbeid of activiteiten die ook voor de gezonde soortgelijke (leeftijdsgenoot!) ongezond zouden zijn.
- – inactiviteit iets oplost, bijvoorbeeld wanneer cliënten juist thuis problemen of dezelfde
- – klachten hebben.
- – verlies van conditie, motivatie, zelfbeeld, discipline en ervaring een rol spelen; Daar kan de cliënt immers zelf iets aan doen.
- – een door ernstige ziekte gewijzigd levensperspectief de arbeidsrol relativeert zonder dat de cliënt daarvan de materiele consequenties neemt.
- – boosheid, verongelijktheid of wrok – en dus niet de klachten – de cliënt verhinderen in beweging te komen.
- – voorbeeldgedrag (gebruikelijkheid, beroep, thuiszittende partner) in de nabije omgeving een rol speelt.
- • Gezondheid: [DUBBELKLIK]
- • Belastbaarheid:
- • Werken:
- A. Dienstverband aandoening
- B. Proces verbaal van ongeval (PvO) en rapport medische aangelegenheden (RMA).
- C. Causaliteitsbeoordeling: Juridische en medische causaliteit. Oorzakelijk en Verergerend Verband
- D. Het invaliditeitsbegrip
- E. De invaliditeitsschatting en de WPC schaal
- 1. MP 32-500/1400; Besluit AO/IV aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen 2001
- 2. MP 31-109/1150; Regeling proces-verbaal van ongeval en rapportage medische aangelegenheden
- 3. MP 31-101; Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen.
- 4. Brief HDP Defensie dd.26 oktober 2006; P/2006034896: Sociale rechtspositie bij deelname aan vredesmissies. Toelichting: In de brief van 26 oktober 2006 van HDP, nr. P/2006034896, wordt aangegeven dat voor elk incident tijdens een uitzending in het kader van een vredesmissie, verband met de uitoefening van de militaire dienst onder bijzondere omstandigheden wordt aangenomen. Met ‘incident’ wordt een ongeval bedoeld. Onder een ongeval wordt verstaan: een van buitenaf intredende geweldsinwerking welke direct letsel tot gevolg heeft. Ingevolge de militaire pensioenvoorschriften dient voor de toekenning van een invaliditeitspensioen wel altijd sprake te zijn van een oorzakelijk of verergerend verband tussen het incident en de gebreken. Voor ziekten, waaronder psychische aandoeningen, geldt eveneens dat sprake moet zijn van een oorzakelijk of verergerend verband met de uitzending. Wanneer een militair ten tijde van de buitengewone omstandigheden komt te overlijden zal altijd worden uitgegaan van dienstverband.
- 5. Rapport ‘Schade in Schalen, commissie WPC – Schaal juni 2004.
- 1. ‘Arbeidsongeschiktheid met Dienstverband’ (Artikel 2 lid 1 besluit AO/IV, grondslag Kaderwet militaire pensioenen): relatie met bedrijfsongevallen en ‘arbeid gerelateerde aandoeningen’. Letterlijk wordt in de regelgeving gewag gemaakt van ‘aandoeningen ten gevolge van ziekten of gebreken, die in overwegende mate hun oorzaak vinden in de aard van de aan de militair opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder zij moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten.’
- 2. ‘ Invaliditeit met Dienstverband’ (Artikel 2 lid 3 tot en met 8 besluit AO/IV, grondslag Kaderwet militaire pensioenen): relatie met buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden (oorlog, uitzendingen, oefeningen etc). Bij een invaliditeit met dienstverband dient vervolgens nog onderscheid te worden gemaakt tussen: ‘oorzakelijk dienstverband’ en‘ verergerend dienstverband’.
- – door de commandant te verzoeken een proces-verbaal van ongeval te laten opstellen, zie B1.
- – door een Rapportage van Medische Aangelegenheden (RMA) aan te vragen, zie B2.
- – na vaststelling van militaire dienstongeschiktheid op medische gronden ( Militair Geneeskundig Onderzoek, zie bijlage 3 )
- – er is geen sprake van een dienstongeval
- – er is sprake van dienstongeval artikel 2 lid 1 besluit AO/IV (= artikel 5 van de regeling proces verbaal)
- – er is sprake van dienstongeval artikel 2 lid 3 tot en met 8 besluit AO/IV (=artikel 4 van de regeling proces verbaal)
- 1. De Juridische causaliteit
- 2. De Medische causaliteit
- – Aanwezigheid van een invaliditeit van tenminste 10%1 De eis van tenminste 10% invaliditeit geldt voor toekenning van een invaliditeitspensioen. De voorzieningenregeling, kent geen ondergrens voor het invaliditeitspercentage. tengevolge van verwonding, ziekten of gebreken, welke zijn veroorzaakt door de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmede vergelijkbare omstandigheden.
- – Aanwezigheid van een invaliditeit van tenminste 10%, tengevolge van ziekten of gebreken welke het gevolg zijn van verrichtingen of vermoeienissen aan de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmede vergelijkbare omstandigheden verbonden, dan wel welke tot uiting zijn gekomen onder overwegende invloed van die verrichtingen of vermoeienissen.
- – aanwezigheid van een invaliditeit van tenminste 10%1 De eis van tenminste 10% invaliditeit geldt voor toekenning van een invaliditeitspensioen. De voorzieningenregeling, kent geen ondergrens voor het invaliditeitspercentage., tengevolge van ziekten of gebreken, welke zijn ontstaan, tot uiting gekomen of verergerd mede door inwerking van bijzondere, zeer nadelige invloeden, waaraan de beroepsmilitair in verband met de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmede vergelijkbare omstandigheden is blootgesteld geweest.
- – is er sprake van een verwonding, ziekte of gebrek
- – is er sprake van een verband tussen deze verwonding, ziekte of gebrek en de uitoefening van de militaire dienst (art 2 lid 1 besluit AO/IV ) of de uitoefening van de militaire dienst onder buitengewone omstandigheden (artikel 2 lid 3 tot en met 8 besluit AO/IV)
- – Is er sprake van een verband tussen de geconstateerde beperkingen en de door de uitoefening van de militaire dienst ontstane verwonding, ziekte of gebrek? (causaliteitsvraag in engere zin)
- – Toedracht ongeval: ernst/omstandigheden/hoe vaak/hoe intensief blootstelling.
- – Ziekte/klachten en beperkingen medisch verklaarbaar vanuit het ongeval?
- – Klachten en beperkingen objectiveerbaar? Plausibel? Consistent
- – 1e ziektedag
- – Preëxistente factoren aanwezig: was de aandoening al latent aanwezig?/medische voorgeschiedenis
- – Predispositie aanwezig ( aanleg/bepaalde gevoeligheid/)
- – Tegelijkertijd voorkomen andere aandoeningen die dezelfde klachten/beperkingen kunnen geven. (co-morbiditeit)/leeftijdgebonden problemen, fysiologische veroudering
- – Doorgemaakte (andere) life-events/levensfase problematiek/sociale problematiek
- – Medische consumptie vlak vóór en rond het ongeval/de claim
- – Algemeen functioneren vóór en na het ongeval/de claim
- – Levensloop (beroeps en privé) zowel vóór als na het trauma/de blootstelling
- – Beleving dienstperiode
- – Hobby’s, vrije tijd, vakantie, sport: in aanvulling op levensloop
- – Gezin, relaties: sociale/privé ondersteuning
- – Intoxicaties vroeger en nu.
- – Vroegere/latere letsels/ziekten.
- – Zonodig familie anamnese/omstandigheden.
- – Tijdsinterval tussen ongeval/blootstelling en ontstaan letsel of ziekte: hoe langer deze tijdsinterval hoe moeilijker het wordt een causale relatie te leggen en des te beter de motivatie moet zijn om tot erkenning van causaliteit over te gaan.
- – Mediprudentie bekend?
- – Ziekte inzicht aanwezig?
- – Herstelbelemmerende/ziektebestendigende factoren aanwezig?/rigide copingsstijl?
- 1 Bij een verergerend dienstverband betreft dit de toekenning van een volledige vergoeding van de invaliditeit, ook al zijn er (veel) pre-existente, predisponerende en andere belastende factoren aanwezig. Deze factoren zijn medisch gezien vaak meer bepalend voor de ernst van de beperkingen dan de dienst. Vooralsnog zal toch op basis van jurisprudentie: ‘de militaire dienst moet een overwegende/belangrijke/duidelijk aanwezige factor zijn geweest bij het ontstaan van de blijvende verergering’ tot een uitspraak moeten worden gekomen. Indien verergerend verband wordt erkend zal de volledige invaliditeit wordt toegerekend aan de dienst.
- 2 Het is soms lastig een eenduidig antwoord te krijgen op de vraag of de vastgestelde beperkingen alle door de dienstverband aandoening zijn veroorzaakt. Beperkingen zijn soms niet per aandoening/fysiologische veroudering/persoonlijkheidsproblematiek/sociale omstandigheden te onderscheiden. Voorbeeld: heeft een 60 jarige, bekend met een lichte PTSS, na een herseninfarct concentratiestoornissen en beperkingen gekregen door dit infarct of door een toename van de PTSS?
- 1. Grotendeels wel causaal verband met de dienst aannemelijk/aanwezig; c.q. grotendeels verband tussen de beperkingen en de dienstverbandaandoening aannemelijk
- 2. in gelijke mate causaal verband en niet causaal verband aannemelijk/aanwezig; c.q. in gelijke mate wel en geen verband tussen de beperkingen en de dienstverbandaandoening aannemelijk. Als deze uitspraak wordt gedaan dient voor de juristen nog een nadere specificatie plaats te vinden: Men dient aan te geven of de beperkingen voor meer of minder dan 50% door de dienstverbandaandoening worden veroorzaakt.
- 3. Grotendeels geen causaal verband aannemelijk/aanwezig; c.q. grotendeels geen verband tussen de beperkingen en de dienstverbandaandoening aannemelijk
- 4. (geen causaal verband aannemelijk/aanwezig, c.q. geen verband tussen de beperkingen en de dienstverbandaandoening aannemelijk).
- – Daar waar slechts op basis van een diagnose een minimum en maximum percentage wordt gegeven, kan dit percentage naar beneden worden bijgesteld aan de hand van objectieve beperkingen. Zo geeft de WPC schaal bijvoorbeeld voor een traag hartritme (code 1307) een percentage tussen 10–50%. In de jaren 50 kende men nog geen pacemakers, nu wel. Op basis van een goed werkende pacemaker en het afwezig zijn van beperkingen in het algemeen dagelijks leven kan dan 10% invaliditeit worden gegeven. De discussie dat het volgens de huidige inzichten eigenlijk 0% zou moeten zijn wordt hier niet gevoerd.
- – Bij het gebruik van de WPC schaal wordt regelmatig de term ten dele en/of vergelijkender wijs toegepast. Met name wordt dit gebruikt als de betreffende ziekte of gebrek niet in de WPC schaal is benoemd en of naar huidig medisch inzicht te zwaar wordt gewaardeerd in de WPC schaal. Zaken die duidelijk obsoleet zijn of door de huidige behandel methoden weinig of geen beperkingen opleveren worden genuanceerd gewaardeerd b.v. hart en vaatziekten (zie bovenstaand voorbeeld), aandoeningen van de luchtwegen en infectieziekten. Bij het gehoor wordt niet de spraakverstaanbaarheid beoordeeld, maar middels een audiogram en toepassing van de gemodificeerde Fletcher methodiek wordt het invaliditeitspercentage berekend. Tevens wordt bij oudere patienten de presbyacusis meegewogen. Het komt er op neer dat bij iedere beoordeling volgens de WPC schaal een individuele afweging moet worden gemaakt. Bij afwezigheid van beperkingen komt men bij de beoordeling meestal tot zeer lage percentages.
- – Voor de invaliditeitschatting van psychische aandoeningen wordt verwezen naar de nog in ontwikkeling zijnde specifieke WIA en IP protocollen PTSS en LOK.
- 1. het creëren van een referentiekader voor de beroepsgroep
- 2. het geven van feedback aan artsen met daardoor een eenduidig beoordelingskader en betere borging van een uniform beoordelingsproces.
- 3. het geven van bescherming/ruggesteun aan de beoordelend arts bij eventuele procedures
- 4. voorkomen van willekeur richting cliënt
- 5. vergroten van de transparantie in het beoordelingsproces
- 6. vergroten en uitwisselen kennis met daardoor kwaliteitsverhoging
- 7. ontwikkelen van een kennis-infrastructuur
- 1. een vraagstelling ( bijlage 1 WIA-IP protocol: paragraaf 2.1) geformuleerd in termen van mogelijkheden en beperkingen om te functioneren, een invaliditeitspercentage, causaliteit en dienstverband. Concreet dienen de volgende 6 vragen te worden beantwoord:
- a) Zijn er verwondingen ziekten of gebreken?
- b) Zo ja, zijn deze veroorzaakt door de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden?
- c) Dan wel, zijn deze het gevolg van verrichtingen of vermoeienissen aan de uitoefening van de militaire dienst in buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden verbonden, dan wel welke tot uiting zijn gekomen onder overwegende invloed van die verrichtingen of vermoeienissen?
- d) Dan wel welke zijn ontstaan, tot uiting zijn gekomen of verergerd mede door inwerking van bijzondere zeer nadelige invloeden waaraan de militair in verband met de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden is blootgesteld geweest. (art 2 Besluit Aanvullende AO/IV, artikel 1 Besluit Bijzondere Militaire Pensioenen 65+)
- e) Indien er sprake is van invaliditeit met dienstverband, wat is dan de mate van invaliditeit ten gevolge van de betreffende verwondingen ziekten of gebreken volgens de WPC-schaal en aanvullende richtlijnen zoals omschreven in het WIA-IP protocol en de hiermee, samenhangende (nog in ontwikkeling zijnde) PTSS en LOK protocollen (Deze nadere protocollen zullen hun basis gaan vinden in artikel 13 2e lid Besluit Procedure Geneeskundig Onderzoek Blijvende Dienstongeschiktheid en Pensioenkeuring Militairen)
- f) Is in voornoemd geval artikel 8 van Besluit AO/IV of artikel 3 BMP van toepassing?
- 2. een volledige bronvermelding en eigen onderzoeksactiviteiten (bijlage 1WIA-IP protocol: 2.2) Met name dient de aandacht gevestigd te worden op: PvO ( B1)/RMA (B2)/GO 99, MGO ( besluit procedure geneeskundig onderzoek) en bronnen die meer inzicht kunnen geven in de causaliteitsvraag ( medische consumptie/functioneren vóór, tijdens en, periode tussen ongeval en aanvraag IP, staat van dienst, commandantenmelding etc)
- 3. onderzoeksbevindingen (bijlage 1 WIA-IP protocol: paragraaf 2.3)
- a. Beoordelingsgesprek gericht op het functioneren van betrokkene
- i. medische en functionele voorgeschiedenis
- ii. Activiteiten in werk (aard, zwaarte, omvang) en dagelijks leven
- iii. huidige klachten, behandeling en functioneren
- iv. arbeidssituatie en ervaren belemmeringen
- v. thuissituatie en ervaren belemmeringen
- vi. dagverhaal
- vii. status (medisch, sociaal, beroep) voor, ten tijde en eerste maanden na ongeval, de tijdspanne tussen ongeval en melding van letsel/gezondheidsklachten, predispositie, pre-existentie, aanwezigheid andere factoren welke het geclaimde onvermogen van betrokkene kunnen verklaren. Zie paragraaf C2
- b. Visie en toekomstverwachting cliënt ten aanzien van gezondheid; belastbaarheid en werken
- c. eigen onderzoek en observaties
- d. informatie van derden
- 4. diagnose, oorzaak (bijlage 1 WIA-IP protocol: paragraaf 2.4) met interne SMO code. In verband met internationale uitwisseling van gegevens is tevens zo spoedig mogelijk een ICD code gewenst) en een uitspraak over causaliteit (C2).
- 5. argumentatie (bijlage 1 WIA-IP protocol: paragraaf 2.5)
- a. eerdere beoordelingen
- b. samenvatting van de claim
- c. probleemanalyse
- d. motivering beperkingen
- e. prognose en duurzaamheid
- f. reactie cliënt
- 6. Conclusie waarin beantwoording vraagstelling (bijlage 1 WIA-IP protocol: paragraaf 2.6)
- 7. Schatting invaliditeitspercentage met onderbouwing en motivering