Art. 2 Tijdelijke observatieregeling jeugdigen
Tijdelijke observatieregeling jeugdigen
De plaatsing ter observatie als bedoeld in artikel 1 kan op verzoek van de directeur van de inrichting waar de jeugdige verblijft plaatsvinden in de volgende gevallen:
a. indien daartoe uit het oogpunt van de behandeling van de jeugdige aanleiding bestaat;
b. indien deze noodzakelijk wordt geacht met het oog op de opstelling van een advies ten behoeve van verlenging van de maatregel.