Bijlage 6.1 Binnenvaartregeling: keuringsaanwijzingen en keuringseisen als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid
Van groot belang is vooral het tijdig herkennen en (laten) behandelen van die aandoeningen die een duidelijk risico verhogende factor betekenen. In het algemeen dient de betrokkene om in aanmerking te komen voor een geneeskundige verklaring vrij te zijn van enige afwijking, ziekte of verwonding die een veilige uitoefening van de werkzaamheden belemmert. Daarnaast mag de aanwezigheid van de betrokkene aan boord geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de overige opvarenden. De keuringsarts moet zich realiseren dat het onmogelijk is om een allesomvattende lijst van geschiktheidscriteria op te stellen die alle mogelijke aandoeningen en hun variaties in voorkomen en prognose dekt. De beginselen die ten grondslag liggen aan de aanpak in de tabel kunnen vaak worden geëxtrapoleerd naar aandoeningen die niet worden gedekt. De beslissing over de geschiktheid van een individu met een medische aandoening is afhankelijk van een zorgvuldige klinische afweging en analyse, waarbij de volgende punten in overweging moeten worden genomen om tot een oordeel over de geschiktheid te komen: Indien bij de beoordeling van de geschiktheid twijfels rijzen, vindt daarover overleg plaats met de medisch adviseur scheepvaart. De verantwoordelijkheid voor de beslissing blijft echter bij de keurend arts. Bij de keuring is men zich terdege bewust van de specifieke werkomstandigheden aan boord, die afhankelijk van het soort schip en vaargebied sterk kunnen variëren: Rekening wordt gehouden met het feit dat er aan boord vele werkzaamheden zijn waarbij langdurige concentratie is vereist: Bij gebruik van geneesmiddelen laat de arts zich leiden door de navolgende richtlijnen: De medische maatstaven die zijn beschreven in § 2 tot en met § 5 dienen te worden gehanteerd bij de keuring voor een geneeskundige verklaring. Medisch ongeschikt voor de binnenvaart is de persoon die niet voldoet aan deze maatstaven. De arts laat zich bij een beslissing tot afkeuring verder leiden door de navolgende algemene ri
- • Onder medische geschiktheid, d.w.z. zowel de lichamelijke als geestelijke geschiktheid, wordt verstaan dat de persoon aan boord geen aandoening of handicap heeft die het hem of haar onmogelijk maakt:
- a) de taken uit te voeren die nodig zijn om het vaartuig te bedienen;
- b) op ieder moment de toegewezen taken uit te voeren;
- c) zijn of haar omgeving correct waar te nemen.
- • De genoemde medische aandoeningen zijn veelvoorkomende voorbeelden van aandoeningen die kunnen leiden tot ongeschiktheid van bemanningsleden. De lijst kan ook worden gebruikt om passende beperkingen met betrekking tot de geschiktheid vast te stellen. De gegeven criteria kunnen slechts als leidraad dienen voor artsen en mogen een gedegen medisch oordeel niet vervangen.
- • De gevolgen voor het navigeren, werken en wonen op binnenwateren lopen sterk uiteen, afhankelijk van de natuurlijke geschiedenis van elke aandoening en de mogelijkheden voor behandeling. De beslissing over de geschiktheid moet gebaseerd zijn op de kennis over de aandoening en een beoordeling van het onderzochte individu.
- • Indien de medische geschiktheid niet volledig kan worden aangetoond, kunnen risicobeperkende maatregelen en beperkingen worden opgelegd, op voorwaarde dat een gelijkwaardige navigatieveiligheid wordt bereikt.
- a. het werk aan boord vertoont onregelmatige fysieke en psychische piekbelastingen;
- b. het werk aan boord brengt een forse lichamelijke belasting met zich mee, waarbij veel traplopen, het manoeuvreren rond obstakels en beperkte bewegingsruimte met soms een ongunstige werkhouding extra belasting van het bewegingsapparaat met zich mee brengen;
- c. door de aard van de werkzaamheden is er niet altijd gelegenheid om op regelmatige tijden te eten en te slapen.
- a. het navigeren, waarbij vooral voortdurend aandacht is geboden tijdens het varen ’s nachts, bij mist en onder slechte weersomstandigheden;
- b. het werken met en het verantwoordelijk zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;
- c. het werken aan en in de buurt van werktuigen met bewegende delen, zoals kranen, lieren, ankerspillen, etc.;
- d. het uitvoeren van werkzaamheden aan elektrische leidingen en stoomleidingen;
- e. het verrichten van werkzaamheden op grote hoogte of in en om diepe ruimen.
- a. het aangewezen zijn op het gebruik van geneesmiddelen welke neveneffecten hebben in de zin van: duizeligheid, verminderd concentratie- en reactievermogen, psychische stoornissen, of invloed op de circulatie, kan een reden zijn voor ongeschiktheid. Voor het gebruik van antidiabetica en, anti-epileptica wordt verwezen naar de desbetreffende artikelen in de keuringseisen;
- b. het aangewezen zijn op het gebruik van geneesmiddelen met een nauwe therapeutische breedte is een reden voor ongeschiktheid;
- c. indien geneesmiddelen worden gebruikt die zich met de veiligheid van het varen laten verenigen, moet bij de afgifte van een geneeskundige verklaring worden overwogen of de betrokkene de (bij)werkingen van het geneesmiddel begrijpt en de voorschriften van de arts nauwgezet naleeft.
- a. waardoor een veilige uitoefening van de werkzaamheden belemmerd kan worden;
- b. waardoor betrokkene niet te allen tijde in staat is om adequaat te handelen in geval van nood;
- c. die tijdens de functie-uitoefening aan boord kan verergeren, in die zin dat daardoor een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid of veiligheid van hemzelf of de overige opvarenden ontstaat, of ernstige hinder voor andere personen aan boord; of
- d. die een behandeling behoeft, waarbij voortdurend medisch toezicht is vereist of waarbij acuut ingrijpen door een medicus noodzakelijk kan worden.
- 1. De keuring van de medische geschiktheid wordt uitgevoerd op basis van de eisen zoals die zijn vastgelegd in Bijlage IV Standaarden inzake de medische geschiktheid van Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2020/12 van de Commissie van 2 augustus 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft normen betreffende competenties en de overeenkomstige kennis en vaardigheden voor praktijkexamens, de goedkeuring van simulatoren en medische geschiktheid.
- 2. Een wijziging van bijlage IV Standaarden inzake de medische geschiktheid van Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2020/12 van de Commissie van 2 augustus 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft normen betreffende competenties en de overeenkomstige kennis en vaardigheden voor praktijkexamens, de goedkeuring van simulatoren en medische geschiktheid gaat voor de toepassing van artikel 6.4, eerste lid, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.
- a. Gezichtsscherpte: getest bij daglicht bedraagt deze, met of zonder optische hulpmiddelen ten minste 0,5 met beide ogen gezamenlijk. Met één oog zien is toegestaan. indien bij de keuring gebruik moet worden gemaakt van optische correctiemiddelen, moet aan de keurend arts een adequate reservebril worden getoond;
- b. Contrastzien: alleen in twijfelgevallen te onderzoeken: mesotest zonder verblinding bij een helderheidsniveau van 0,032 cd/m2. Resultaat is contrast 1:2,7;
- c. Gewenning aan de duisternis: alleen in twijfelgevallen te onderzoeken: het resultaat mag niet meer dan een log-eenheid van de normaalkromme afwijken;
- d. Gezichtsveld: het horizontale gezichtsveld moet ten minste 120 graden bedragen. Het gezichtsbereik moet ten minste 50 graden links en rechts en 20 graden naar boven en beneden bedragen. Binnen een straal van 20 graden vanuit het centrum van het gezichtsveld mogen zich geen gebreken voordoen. Ten minste één oog moet voldoen aan de maatstaf inzake de gezichtsscherpte en het gezichtsveld zonder pathologische scotomen hebben. Formeel onderzoek door een oogarts is verplicht indien afwijkingen zijn gevonden tijdens het eerste onderzoek of in geval van glaucoom of retinale dystrofie;
- e. Kleurenonderscheidingsvermogen: bij het onderzoek van het kleurenonderscheidingsvermogen, verricht bij de in de betreffende test voorgeschreven belichting is een score van 2 fouten bij de Ishiharatest een reden voor nader onderzoek met een specialistische kleurentest, tenzij uit verslag van een eerder onderzoek door een oogarts al blijkt dat onderstaande grenzen niet worden overschreden. Een reden voor ongeschiktheid is een grotere afwijking dan de volgende uitkomsten: In geval van twijfel kan onderzoek plaatsvinden met de anomaloscoop, (waarbij de anomaal quotiënt moet liggen tussen 0,7 en 1,4) of met een andere gelijkwaardige test; Het gebruik van optische correctie voor het kleurenonderscheidingsvermogen door filterglas, zoals getinte contactlenzen en een getinte bril, is niet toegestaan.
- 1°. Velhagen/Broschmann (resultaat met ten hoogste twee fouten);
- 2°. Kuchenbecker-Broschmann (ten hoogste twee fouten);
- 3°. HRR (resultaat ten minste ‘mild’);
- 4°. TMC (resultaat ten minste ‘second degree’);
- 5°. Holmes-Wright B (resultaat met ten hoogste 8 fouten bij ‘small’);
- 6°. Farnsworth Panel D-15-test (minimumresultaat: ten hoogste één diametrale inversie in de geklasseerde kleurenrangschikking); danwel
- 7°. CAD-test (Colour Assessment and Diagnosis test) (resultaat met ten hoogste vier CAD-eenheden).
- f. Motiliteit: Onbelemmerde beweeglijkheid van de ogen; geen dubbelzien.
- 1. Het gehoorvermogen is als voldoende te beschouwen, indien het gehoorverlies van elk oor afzonderlijk bij de frequenties 500, 1000, 2000 en 3.000 Hz de gemiddelde waarde van 40 dB(A) niet overschrijdt.
- 2. Indien de gemiddelde waarde van 40 dB wordt overschreden, is het gehoorvermogen toch als voldoende aan te merken, als de conversatiespraak op 2 meter met elk oor afzonderlijk duidelijk wordt verstaan.
- 3. In afwijking van het tweede lid is voor de keuring ter verkrijging van het klein vaarbewijs dat uitsluitend voor de pleziervaart wordt gebruikt eenzijdige doofheid toegestaan, mits het gehoorverlies van het functionerende oor bij de frequenties 500, 1.000, 2.000 en 3.000 Hz de gemiddelde waarde van 30 dB(A) niet overschrijdt.
- 1. Alle aandoeningen die gepaard gaan met bewustzijns- of evenwichtsstoornissen, alsmede aanvallen van draaiduizeligheid of onbedwingbare slaap zijn een reden voor ongeschiktheid.
- 2. Alle vormen van epilepsie in de anamnese, al dan niet medicamenteus behandeld, zijn een reden voor ongeschiktheid. Uitzonderingen hierop zijn:
- a. goedkeuring is mogelijk indien de laatste aanval heeft plaatsgevonden voor het vijfde levensjaar en nadien geen anti-epileptica zijn gebruikt;
- b. goedkeuring na een eerste aanval is, na ongeschikt verklaring gedurende zes maanden na die aanval, bij een erkend gunstige prognose mogelijk indien:
- 1°. dit één al dan niet geprovoceerde epileptische aanval betreft,
- 2°. die niet is behandeld met medicijnen, en
- 3°. geen voor epilepsie relevante afwijkingen aan de hersenen zichtbaar zijn op een MRI-scan, een recent standaard EEG alsmede een recent EEG na gehele of partiële slaaponthouding;
- c. in afwijking van onderdeel b is goedkeuring na een eerste aanval mogelijk voor de keuring ter verkrijging van het klein vaarbewijs dat uitsluitend voor de pleziervaart wordt gebruikt, na ongeschikt verklaring gedurende drie maanden na die aanval, indien:
- 1°. het een eerste al dan niet geprovoceerde epileptische aanval betreft, en
- 2°. geen relevante afwijkingen aan de hersenen zichtbaar zijn op een MRI-scan en een standaard EEG, gemaakt na de aanval zonder ‘epileptiforme afwijkingen’;
- d. goedkeuring na meer dan één aanval van personen bij wie de medicatie is gestaakt is, na ongeschikt verklaring gedurende één jaar na het staken van die medicatie, bij een erkend gunstige prognose mogelijk indien na het staken geen voor epilepsie relevante afwijkingen aan de hersenen zichtbaar zijn op een MRI-scan, een recent standaard EEG alsmede een recent EEG na gehele of partiële slaaponthouding;
- e. goedkeuring is mogelijk, bij een éénmalige epileptische aanval, voor het klein vaarbewijs dat uitsluitend voor de pleziervaart wordt gebruikt, met een maximum geldigheidsduur van vijf jaar, bij gebruik van anti-epileptica na een aanvalsvrije periode van zes maanden;
- f. goedkeuring is mogelijk, bij meer dan één epileptische aanval, voor het klein vaarbewijs dat uitsluitend voor de pleziervaart wordt gebruikt, met een maximum geldigheidsduur van vijf jaar, bij gebruik van anti-epileptica na een aanvalsvrije periode van één jaar.
- 3. De geldigheidsduur van de geneeskundige verklaring bij de uitzonderingen beschreven in het vorige lid is eerst twee jaar. Indien de betrokkene aanvalsvrij blijft wordt de geldigheidsduur vervolgens drie jaar en daarna onbeperkt.
- 4. Noctambulisme is in het algemeen een reden voor ongeschiktheid.
- 1. Systeemziekten van het centrale zenuwstelsel, zoals multiple sclerose en de ziekte van Parkinson, zijn, afhankelijk van het stadium waarin de ziekte verkeert, in het algemeen een reden voor ongeschiktheid. In afwijking hiervan is goedkeuring mogelijk voor het klein vaarbewijs dat uitsluitend voor de pleziervaart wordt gebruikt indien betrokkene het schip, eventueel onder aanpassing van de bedieningsorganen, kan besturen.
- 2. Posttraumatische en postoperatieve restverschijnselen: voor goedkeuring is aanvullende informatie vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten.
- 3. Ieder cerebrovasculair accident, inclusief TIA’s in de anamnese: voor goedkeuring is een aanvullende informatie vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten.
- 1. Psychotische symptomen op het moment van de keuring of psychosen in de anamnese met een kans op herhaling zijn een reden voor ongeschiktheid.
- 2. Een depressieve stoornis is een reden voor ongeschiktheid. Goedkeuring is mogelijk wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Een adequate behandeling wil zeggen dat er geen of lichte depressieve symptomen zijn en dat de persoon therapietrouw is. Wanneer er nog matig tot ernstige symptomen aanwezig zijn op het moment van de keuring, is voor goedkeuring een gunstig specialistisch rapport vereist. Voor de beoordeling van personen bij wie de depressieve stoornis minder dan vijf jaar geleden is gesteld, is een gunstig specialistisch rapport vereist als men het afgelopen jaar onder behandeling van een psychiater is geweest.
- a. geen suïciderisico
- b. adequate behandeling
- c. redelijk ziekte-inzicht
- 3. Een bipolaire stoornis is een reden voor ongeschiktheid. Goedkeuring is mogelijk wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Een adequate behandeling wil zeggen dat er geen of lichte depressieve of hypomane symptomen zijn en dat de persoon therapietrouw is. Wanneer er nog matig tot ernstige symptomen aanwezig zijn op het moment van de keuring, is voor goedkeuring een gunstig specialistisch rapport vereist. Voor de beoordeling van personen bij wie de bipolaire stoornis minder dan vijf jaar geleden is gesteld, is een gunstig specialistisch rapport vereist als men het afgelopen jaar onder behandeling van een psychiater is geweest.
- a. geen suïciderisico
- b. adequate behandeling
- c. redelijk ziekte-inzicht
- 4. Gedrags- of persoonlijkheidsstoornissen zijn in het algemeen een reden voor ongeschiktheid.
- 5. Concentratie- of inprentingsstoornissen zijn een reden voor ongeschiktheid.
- 6. Cognitieve functiestoornissen zijn een reden voor ongeschiktheid.
- 7. Overige psychiatrische stoornissen die een negatieve invloed kunnen hebben op het varen: voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten.
- 1. Klepafwijkingen en congenitale hartgebreken met hemodynamische consequenties: voor goedkeuring is aanvullende informatie vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten.
- 2. Ritme- of geleidingsstoornissen: voor goedkeuring is aanvullende informatie vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen te verwachten zijn.
- 3. Het dragen van een pacemaker: voor goedkeuring is aanvullende informatie vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen te verwachten zijn.
- 4. Het dragen van een ICD is een reden voor ongeschiktheid. Uitzonderingen voor de aanvrager van het klein vaarbewijs dat uitsluitend wordt gebruikt voor de pleziervaart zijn:
- a. de periode van ongeschiktheid bedraagt twee maanden na implantatie. Goedkeuring (zie onder c) is mogelijk na een gunstig specialistisch rapport waaruit blijkt dat de ICD in deze periode geen elektroshocks heeft afgegeven dan wel dat zich tijdens stimulatie door de ICD geen ernstige hemodynamische problemen hebben voorgedaan;
- b. na de periode genoemd onder a is goedkeuring (zie onder c) mogelijk na een gunstig specialistisch rapport waaruit blijkt dat de ICD in deze periode geen elektroshocks heeft afgegeven dan wel dat zich tijdens stimulatie door de ICD geen ernstige hemodynamische problemen hebben voorgedaan en het apparaat niet kan worden beïnvloed door elektromagnetische straling;
- c. de geldigheidsduur van de geneeskundige verklaring bij de uitzonderingen beschreven onder a en b is 5 jaar.
- 5. Aandoeningen van het myocard, resulterend in een dusdanig verminderde belastbaarheid van het hart dat niet meer kan worden voldaan aan de in de algemene keuringsaanwijzingen onder artikel drie tot en met vijf gestelde criteria zijn een reden voor ongeschiktheid.
- 6. Angina pectoris: voor goedkeuring is aanvullende informatie vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten.
- 7. Hypertensie: een bij herhaling gemeten diastolische druk van > 110 mm Hg is een reden voor ongeschiktheid.
- 1. Bovenste extremiteiten: de functie van armen en handen moet voldoende zijn voor de bediening van het roer, de motor en de andere voor de navigatie en veilige vaart benodigde apparatuur. In geval van verminking of amputatie is een goed functionerende prothese toegestaan, eventueel onder aanpassing van de bovengenoemde bedieningsorganen.
- 2. Onderste extremiteiten: in geval van verminking of amputatie is een goed functionerende prothese toegestaan.
- 3. In noodgevallen moet de aanvrager zonder prothese en zonder hulp van anderen, in hoog tempo, zijn weg kunnen vinden via trappen en (vlucht)gangen.
- 4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid is voor de keuring ter verkrijging van het klein vaarbewijs dat uitsluitend voor de pleziervaart wordt gebruikt verminderd functioneren van de extremiteiten toegestaan indien de aanvrager het schip, eventueel met aangepaste bedieningsorganen, naar het oordeel van de medisch adviseur scheepvaart of een door de ILT aangewezen keuringsarts voor de scheepvaart, veilig kan besturen. Hierbij geldt voor:
- a. schepen met een lengte tot en met 25 meter, dat:
- 1°. functieverlies van de benen is toegestaan indien de aanvrager door middel van zijn benen, eventueel voorzien van een prothese of prothesen, zelfstandig aan en van boord kan gaan en de bedieningsorganen zelfstandig kan bedienen;
- 2°. functieverlies van de benen is toegestaan indien de aanvrager gezeten in een rolstoel zelfstandig aan en van boord kan gaan, en de inrichting van een stuurhut en overig binnenwerk zodanig zijn dat een veilige besturing van het schip vanuit de rolstoel mogelijk is;
- 3°. functieverlies van één der armen is toegestaan indien de aanvrager in staat is de besturingsorganen met de andere arm te bedienen.
- b. schepen met een lengte tot en met 6 meter, dat: functieverlies van de benen is toegestaan indien de aanvrager op armkracht zelfstandig van en aan boord kan gaan en zelfstandig de bestuursorganen kan bedienen.
- 1. Chronisch alcoholisme, hetzij voortdurend, hetzij gedurende bepaalde perioden in het afgelopen jaar, is in het algemeen een reden voor ongeschiktheid.
- 2. Verslaving aan verdovende, opwekkende of andere psychotrope stoffen in de anamnese in het afgelopen jaar is in het algemeen een reden voor ongeschiktheid.