Bijlage 5.7 Binnenvaartregeling: minimumbemanning van sleepboten en sleepboten die havendiensten verrichten als bedoeld in artikel 5.6, vijfde lid
De minimumbemanning van sleepboten bestaat uit: Groepen naar het vermogen P van de voortstuwingsmotoren in kW Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze A1 A2 B 1. P < 500 schipper 1 1 2 matroos 1 * 1 – 2. 500 > P < 1250 ** schipper 1 2 2 matroos 1 – 1 3. 1250 > P < 3750 ** schipper 1 2 2 volmatroos 1 1 1 matroos 1 1 2 4. P > 3750 Wordt individueel door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld. * Voor de vaart op de Rijn buiten Nederland bestaat de minimumbemanning uit een schipper en een matroos. De matroos is binnenlands niet nodig. ** Indien een schip, ingedeeld in groep 2 dan wel in groep 3, voldoet aan de volgende bepalingen betreffende de bouw en de inrichting wordt de minimumbemanning verminderd met één matroos: a. alle belangrijke bedieningsapparatuur en signalerings- en controle instrumenten voor de hoofdaandrijfinstallaties, de stroomvoorziening en overige voor het bedrijf belangrijke installaties, zijn in het stuurhuis aangebracht; b. een schip dat is ingedeeld in groep 2 is voorzien van een sleeplier, dan wel van een sleephaak gecombineerd met een kaapstander of een draadberglier; c. een schip dat is ingedeeld in groep 3 is voorzien van een sleeplier, dan wel van een sleephaak gecombineerd met een draadberglier; d. sleeplieren en draadberglieren kunnen zowel vanaf het dek als vanaf de brug worden bediend; e. er is een noodbediening waarmee de sleeplier dan wel de sleephaak kan worden gevierd c.q. geslipt, welke ook in geval van stroomuitval vanaf het dek is verzekerd; f. stuurstellingen op de brug zijn zodanig geplaatst en uitgevoerd dat bij alle voorkomende manoeuvreeromstandigheden een volledig overzicht door degene die het vaartuig voert, is gegarandeerd; g. bedieningsapparatuur is aangebracht binnen het bereik van degene die het vaartuig voert. Zowel bij de bedieningsplaats voor de sleeplier dan wel de draadberglier als op de plaats waar signalerings- en controle instrumenten kunnen worden waargenomen, is voldoende ruimte