Bijlage 11.1 Binnenvaartregeling: als bedoeld in artikel 11.1
Artikel Bvw Rijn, Waal, en Lek jo. artikelen Bvw, Bvb, Bvr, Rsp Overige wateren jo. artikelen Bvw, Bvb, Bvr, Rsp Omschrijving overtreding Boetebedrag Feitcode Hoofdstuk 2 Bvw: Toegang tot de markt 5 lid 1 2 Bvb 2 Bvb Bedrijfsmatig vervoer van goederen of personen verrichten zonder dat het schip is voorzien van een geldig document van toelating. € 500,– BVW 2.0.001 6 lid 1 2.2 Bvr 2.2 Bvr Aan de onderneming die bedrijfsmatig goederenvervoer verricht, anders dan bestemd voor of afkomstig van de eigen onderneming, is geen persoon verbonden aan wie een bewijs van vakbekwaamheid is afgegeven. € 1.250,– BVW 2.0.005 6 lid 1 De aan de onderneming verbonden vakbekwame persoon geeft niet daadwerkelijk en bij voortduring leiding aan de vervoersactiviteit van die onderneming. € 1.250,– BVW 2.0.006 6 lid 6 Als onderneming handelen in strijd met de aan de vrijstelling of ontheffing verbonden voorschriften betreffende de vakbekwaamheid. € 1.250,– BVW 2.0.007 Hoofdstuk 3 paragraaf 1 Bvw: Certificaat van onderzoek 7 lid 1 7 lid 2 Bvw jo. 6 Bvb 7 lid 2 Bvw jo. 6 Bvb Een bij categorie aangewezen schip gebruiken zonder het vereiste certificaat van onderzoek. € 1.250,– 2) BVW 3.1.001 8 lid 3 Een binnenschip gebruiken in strijd met de van toepassing zijnde technische voorschriften. Max. € 5.000,– 1, 2) BVW 3.1.003 10 lid 2 Een binnenschip gebruiken in strijd met de in het certificaat van onderzoek opgenomen voorschriften. Max. € 5.000,– 1, 2) BVW 3.1.025 11 Als eigenaar of gezagvoerder een binnenschip gebruiken zonder dat de minister of de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis is gesteld van een belangrijke schade en herstel daarvan of verbouwing en andere ingrijpende wijzigingen of overgang van eigendom. € 500,– 2) BVW 3.1.027 12 Een schip gebruiken waarvan de toestand, het gebruik en de uitrusting niet in overeenstemming is met hetgeen is vastgelegd in het vereiste geldige certificaat van onderzoek. Max. € 5.000,– 1, 2) BVW 3.1.029 13 lid 4 Een binnenschip gebruiken in strijd met de
- 1) Deze boetefeitcodes zien op overtredingen van de technische voorschriften waarop het certificaat van onderzoek kan worden afgegeven of is afgegeven. Het boetebedrag is het maximaal op te leggen bedrag. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden wordt de hoogte van de boete bepaald.
- 2) Het boetebedrag voor de overtredingen wordt met 50% verminderd indien de boete wordt opgelegd aan een natuurlijk persoon of aan een gezagvoerder die onder gezag van een ander arbeid verricht. Het boetebedrag voor de feitcodes BVW 3.3.097 tot en met 3.3.283 wordt met 80% verminderd indien een boete wordt opgelegd aan een gezagvoerder die onder gezag van een ander arbeid verricht.
- 3) De hoogte van het boetebedrag is afhankelijk van het aantal niveaus van onderkwalificatie. Om het aantal niveaus te bepalen worden de volgende niveaus onderscheiden:
- 1. schipper;
- 2. stuurman/machinist;
- 3. volmatroos/matroos motordrijver;
- 4. matroos;
- 5. lichtmatroos;
- 6. deksman. De boete bedraagt bij onderkwalificatie van:
- • 1 niveau € 300,–;
- • 2 niveaus € 700,–;
- • 3 niveaus € 1.100,–;
- • 4 niveaus € 1.400,–. Indien er bijvoorbeeld een lichtmatroos aanwezig is terwijl er volgens de bemanningsvoorschriften een volmatroos aanwezig moet zijn is er sprake van 2 niveaus tekort.
- 4) De minimale bemanning van overige vaartuigen op de Rijn, Waal en Lek zijn onder nummer 48 van het certificaat van onderzoek vermeld (art. 19.06 Rsp). Indien de voorgeschreven minimumbemanning niet aan boord is, wordt het schip gebruikt in strijd met de voorschriften opgenomen in het certificaat van onderzoek (art. 10 Bvw).
- 5) In het vaartijdenboek staat de volgende aanwijzing: in de kolommen 9 t/m 11 moeten het begin en het einde van de rusttijd van elk bemanningslid worden aangetekend. Deze aantekeningen dienen uiterlijk om 8 uur de volgende ochtend in het vaartijdenboek te worden aangebracht. Dit wil zeggen dat het begin en het einde van de rust moeten worden aangetekend uiterlijk om 8 uur op de dag volgend op de dag dat rust is begonnen en de arbeid weer is aangevangen. Dus als de bemanning op 16 maart om 22:00 uur gaat rusten en om 7:00 uur weer aan de arbeid gaat moet het begin en het einde van de rust uiterlijk op 17 maart om 8:00 uur zijn aangetekend.