Art. 6 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2009, – Bevoegdheden voorbehouden aan directeur-generaal en plaatsvervangend directeur-generaal

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2009

Aan de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal blijft voorbehouden het uitoefenen van:

a. de bevoegdheden op het terrein van Personeel & Organisatie, genoemd in bijlage 1;

b. de bevoegdheid tot het benoemen van een projectbevoegde die wordt voorzien van bijzondere bevoegdheden;

c. de bevoegdheid tot het beslissen omtrent de vertegenwoordiging van de Staat der Nederlanden, de minister of de Rijksgebouwendienst in rechte;

d. de bevoegdheid tot het vaststellen van vaststellingsovereenkomsten;

e. de bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels;

f. de bevoegdheid tot het beslissen omtrent het verlenen van subsidie;

g. de bevoegdheid tot het inhuren van externen op het terrein van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.