Bijlage 1 Regeling beoordeling centraal examen: het normeringsvoorschrift

Regeling beoordeling centraal examen

Het normeringsvoorschrift bestaat uit twee onderdelen: C = 9,0 * (S/L) + N ...............................(1) waarin: C =. het examencijfer. S =. de score, dat wil zeggen: het door de kandidaat behaalde aantal scorepunten. L =. de lengte van de scoreschaal, zoals vastgelegd in het correctievoorschrift; N =. de normeringsterm, waarvan de waarde ligt tussen N = 0,0 en N = 2,0 , vast te stellen door het CEVO-bestuur middels een normeringsbeslissing. – bij N > 1,0: C ≤ 1,0 + S/5,0 ..................................(2a) en C ≤ 10,0 – (L-S)/20,0 ..................................(2b) – bij N < 1,0: C ≥ 1,0 + S/20,0 ..................................(3a) en C ≥ 10,0 – (L-S)/5,0 ..................................(3b) Bij voorbaat zullen dus alle score / cijfer combinaties liggen binnen het gebied van toegestane waarden dat wordt begrensd door deze vier ongelijkheden. Dreigt bij toepassing van hoofdrelatie (1) een cijfer buiten deze grenzen te vallen, dan moet dat cijfer vervangen worden door het cijfer te berekenen met de corresponderende grensrelatie. Als de tweede decimaal 5 of hoger is, wordt de eerste decimaal met 1 verhoogd en de tweede en volgende decimalen weggelaten. Als de tweede decimaal 4 of lager is, wordt de eerste decimaal met 1 verlaagd en de tweede en volgende decimalen weggelaten. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.