Bijlage 1 Regeling verdiepingsslag academische opleidingsschool 2009–2011: : Criteria en indicatoren voor de verdiepingsslag academische opleidingsschool
Regeling verdiepingsslag academische opleidingsschool 2009–2011
Deze criteria betreffen de voorwaarden die, in aanvulling op het toetsingskader van NVAO voor de beoordeling van de kwaliteit van de opleidingsschool van toepassing zijn voor deelname aan de verdiepingsslag van de academische opleidingsschool. De criteria zijn gebaseerd op de rapportage ‘Landelijke criteria Opleiden in de School; Resultaten dieptepilot voor de opleidingsschool en de academische opleidingsschool 2005–2008 (KPMG 2008)’. Agentschap NL zal de aanvragen beoordelen mede aan de hand van deze criteria. Agentschap NL kan bij de beoordeling gebruik maken van de indicatoren die ontleend zijn aan de rapportage ‘Landelijke criteria Opleiden in de School; Resultaten dieptepilot voor de opleidingsschool en de academische opleidingsschool 2005–2008 (KPMG 2008)’.
- 1. Er is een opleidingsschool, als bedoeld in artikel 1, onderdeel i. De opleidingsschool die zich meldt voor de verdiepingsslag academische opleidingsschool verbindt het opleiden van leraren met het in het kader van die opleiding verrichten (voor een belangrijk deel door de leraar in opleiding) van praktijkgericht onderzoek en het bevorderen van schoolontwikkeling en innovatie.
- 2. De opleidingsschool heeft een onderzoekplan voor de academische opleidingsschool dat wordt gedragen door alle partners in de opleidingsschool.
- 3. Er wordt voldoende personeel ingezet voor innovatie/het doen van onderzoek en het begeleiden van de studenten.
- 4. Het personeel is gekwalificeerd voor de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van het programma.
- 5. Studenten zijn actief betrokken bij het doen van onderzoek.
- 6. Medewerkers werkzaam in de opleidingsschool zijn actief betrokken bij het doen van onderzoek.
- 7. De academische opleidingsschool heeft een activiteitenplan met kostenraming en doet schriftelijk verslag van werkzaamheden en resultaten.
- 8. De academische opleidingsschool richt zich met haar onderzoek/innovatie op de eigen schoolontwikkeling en op onderwerpen die verder gaan dan de belangen van de (eigen) organisatie en die van haar partners.
- 9. De academische opleidingsschool levert een bijdrage aan het beantwoorden van de in de brief geformuleerde vragen. Met de resultaten kunnen niet alleen de partners in opleidingsschool zich ontwikkelen, maar ook partijen daarbuiten worden daartoe in de gelegenheid gesteld.
- • Er is een samenwerkingsovereenkomst ten aanzien van de academische opleidingsschool dat door alle partners is ondertekend. Het convenant omvat minimaal:
- – een visie op de academische opleidingsschool
- – een onderzoeksplan
- – afspraken over een stabiele infrastructuur
- – een kostenraming
- – afspraken over hoe het partnerschap opereert in de omgeving/regio
- – afspraken over de wijze van rapporteren.
- • In het onderzoeksplan zijn afspraken opgenomen over de gezamenlijke visie op onderzoek en samenwerking opde volgende onderdelen:
- – de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de partners;
- – het gezamenlijke onderzoeksprogramma van de academische opleidingsschool voor zowel ‘studenten’ als medewerkers werkzaam in de academische opleidingsschool;
- – de wijze waarop onderzoek wordt uitgevoerd (relevantie, aanpak, onderzoeksinstrumenten, analyse, verslag, verantwoording etc.);
- – de onderzoeksonderwerpen en de onderzoekscontext (soort/type) van het uit te voeren onderzoek;
- – de verbinding tussen opleiden, onderzoek en innovatie.
- • Medewerkers op alle relevante niveaus (bestuurlijk en uitvoerend) die betrokken zijn bij het doen van onderzoek nemen het onderzoeksplan als uitgangspunt bij hun werkzaamheden in het kader van de academische opleidingsschool.
- • Er is voldoende (personele) capaciteit vrijgemaakt voor onderzoek en innovatie om bij te kunnen dragen aan de gewenste resultaten (zie ook criterium 9), wat blijkt uit jaartaken en de kostenraming.
- • Er is aantoonbaar personele capaciteit vrijgemaakt, wat blijkt uit jaartaken en de kostenraming.
- • Medewerkers betrokken bij innovatie/onderzoek zijn daartoe getraind/opgeleid of daartoe in training/in opleiding.
- • De taken van ‘studenten’ zijn kwalitatief en kwantitatief beschreven in het onderzoeksplan.
- • Een ‘student’ neemt het doen van onderzoek op in persoonlijke ontwikkelingsafspraken.
- • De taken van medewerkers zijn kwalitatief en kwantitatief beschreven in het functie/takkenpakket van medewerkers.
- • De medewerker werkzaam in de academische opleidingsschool neemt het doen van onderzoek op in persoonlijke ontwikkelingsafspraken.
- • Er is een activiteitenplan met een kostenraming
- • Periodiek wordt een voortgangsrapportage/verantwoordingsverslag opgesteld.
- • Periodiek wordt de gang van zaken en de resultaten van het academische opleidingsschool concept besproken door de betrokken partners.
- • Een aanzienlijk deel van de innovatie/onderzoeksagenda is niet alleen gericht op de eigen schoolontwikkeling van de academische opleidingsschool en haar partners.
- • Academische opleidingsscholen leveren een bijdrage aan de beantwoording van de volgende vragen:
- – Wat zijn de extra elementen die een academische opleidingsschool toevoegt aan het opleiden van leraren?
- – Hoe kan het opleiden van leraren in een werkpleksituatie (nog) beter worden gecombineerd met het doen van praktijkgericht onderzoek in een school?
- – Welke aanvullende kwaliteitscriteria zijn hiervoor nodig?
- – Welke aanvullende kosten maakt een academische opleidingsschool?
- • Resultaten uit innovatie/onderzoek leiden tot aanwijsbare (reflectie op de wenselijkheid van) aanpassingen/interventies in het onderwijs op de school, de organisatie van de school of andere schoolgerelateerde onderwerpen.
- • Resultaten uit innovatie/onderzoek leiden tot aanwijsbare (reflectie op de wenselijkheid van) aanpassingen/interventies in het opleiden/begeleiden van studenten/cursisten en studerend personeel.
- • Resultaten worden aantoonbaar gedeeld binnen de opleidingsschool.
- • Resultaten worden aantoonbaar gecommuniceerd met en uitgedragen naar partijen buiten het partnerschap.