Art. 8.3.11 Regeling voertuigen, Algemene eisen gesteld aan hulpinrichtingen
Een hulpinrichting is zodanig opgebouwd dat zij:
a. de eigenschappen van het meetmiddel niet nadelig kan beïnvloeden;
b. onder gebruiksomstandigheden zoals deze voor het meetmiddel gelden, juist blijft functioneren; en
c. geen aanleiding kan vormen tot misleiding of misvatting.