Art. 5.18.4 Regeling voertuigen, Gebruikseisen
De bestuurder van een voertuig of een samenstel van voertuigen moet:
a. voldoende zicht naar voren en opzij hebben door de voorruit en de voorste zijruiten, en
b. voldoende zicht hebben op het naast en achter hem gelegen weggedeelte met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels dan wel een camera-monitorsysteem.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Gelderland 18 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4913
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8655
- Hof Arnhem-Leeuwarden 25 november 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7472
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5215
- Hof Arnhem-Leeuwarden 11 oktober 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:8539
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3358