Art. 5.11.9 Regeling voertuigen, Gehandicaptenvoertuigen uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie
Eisen
Wijze van keuren
1.
Alle onderdelen van de elektrische aandrijving van gehandicaptenvoertuigen moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd.
Leden 1 tot en met 3: visuele controle.
2.
Gehandicaptenvoertuigen moeten zijn voorzien van een:
a. aan- en uitschakelaar voor de elektromotor, en
b. schakelaar voor het regelen van de snelheid van het voertuig.
3.
Gehandicaptenvoertuigen moeten zijn voorzien van een vanuit de zitpositie van de bestuurder zichtbare:
a. aanduiding omtrent de ladingsconditie van de tractiebatterijen, en
b. aan- en uitindicator voor de elektrische installatie.