Bijlage 2 Aanwijzing Wet wegvervoer goederen: eisen proces-verbaal
Aanwijzing Wet wegvervoer goederen
Het proces-verbaal moet ten minste aan de volgende eisen voldoen:
- A. Standaardgegevens
- – dag, datum, tijd en plaats van het vervoer;
- – naam, functie en dienstonderdeel verbalisant(en);
- – vermelding van de wetgeving op basis waarvan de controle wordt uitgevoerd. Als er beroepsvervoer c.q. eigen vervoer wordt verricht, moet in het proces-verbaal worden vermeld dat het proces-verbaal werd opgemaakt op grond van artikel 2.6 van de Wet wegvervoer goederen in verband met artikel 18 Regeling wegvervoer goederen, gelet op artikel 5.1.2 en 5.18.17a t/m 5.18.17g (en eventueel 5.18.25) van de Regeling Voertuigen.
- – omschrijving voertuig c.q. samenstel van voertuigen:
- – bedrijfsauto;
- – samenstel bedrijfsauto/aanhangwagen of trekker/oplegger;
- – kenteken;
- – ook wordt vermeld dat dit een vrachtauto betreft als bedoeld in de Wet wegvervoer goederen
- – omschrijving van de lading.
- B. Redenen van wetenschap
- – wetenschap waaruit blijkt dat beroepsvervoer c.q. eigen vervoer wordt verricht in de zin van de Wet wegvervoer goederen.
- – waarden kentekenbewijs/kentekenregister:
- – ledige massa;
- – toegestane maximummassa;
- – toegestane aslasten/asstellast.
- – gecorrigeerde meet/weegwaarde:
- – de tijdens de meting/weging opgenomen en daarna gecorrigeerde waarde.
- – afgeleide waarde:
- – omschrijving op welke wijze de afgeleide waarde is verkregen. (bijv. massa oplegger is verkregen door de totale massa van het samenstel te verminderen met de ledige massa van de trekker (kentekenbewijsgegevens))
- – overschrijding in procenten.
- C. Weeg/meetinstructie
- – Uit het proces-verbaal moet blijken dat conform de weeg/meetinstructie is gehandeld:
- – geldigheid meetcertificaat;
- – controle nulstelling;
- – horizontaal liggend wegdek;
- – wielen van het voertuig op gelijke hoogte met het weeg/meetplatform;
- – wielen centraal op actief gedeelte van weeg/meetplatform;
- – geen remwerking op de assen;
- – voertuig volledig in rust.
- D. Verhoor verdachte/derden
- – De vervoerder wordt aangemerkt als verdachte.
- – Zowel de vervoerder als de chauffeur moet worden verhoord, nadat de cautie is gegeven. Als vervoerder wordt in beginsel aangemerkt de bestuurder van de onderneming, dan wel iemand die gemachtigd is om namens de onderneming een verklaring af te leggen. Een verslag van het verhoor wordt opgenomen in het proces-verbaal. De vervoerder kan telefonisch worden verhoord.
- – Als de afzender, verlader of expediteur wordt aangemerkt als verdachte, worden zij (eventueel telefonisch) verhoord.
- E. Maatregel overladen
- – Als er ingevolge deze aanwijzing een maatregel genomen moet worden, dan moet deze maatregel in het proces-verbaal vermeld worden. Als in het voornoemde geval geen maatregel wordt toegepast, moet de opsporingsambtenaar in het proces-verbaal gemotiveerd aangeven waarom hij van deze Aanwijzing afwijkt.
- F. Bijlagen
- – Het proces-verbaal bevat in ieder geval de volgende bijlagen (als dit niet mogelijk is moet de reden daarvan in het proces-verbaal worden vermeld):
- – rekenstaat (zo veel mogelijk volgens het model in bijlage 3);
- – uittreksel Kamer van Koophandel;
- – uitdraai kentekenregister/kentekenbewijs;
- – kopie CMR- en/of ladingdocumenten (alleen verplicht indien op basis van artikel 2.6 lid 2 WWG naast de vervoerder derden als verdachte worden aangemerkt van het doen vervoeren in strijd met de beladingsvoorschriften).
- – Het proces-verbaal bevat indien mogelijk de volgende bijlage:
- – weegbon (als dit niet mogelijk is, wordt de reden daarvan in het proces-verbaal vermeld).