Bijlage 6 Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen: vaststellingsaanvraag Regeling onderwijs netwerk ondernemen 2011/2012
Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen
– website: www.agentschapnl.nl en www.onderwijsonderneemt.nl – telefoon: 088-602 53 13 (op werkdagen van 09:00–17:00 uur) Onderstaande vragen geven de richtlijn voor een digitale eindrapportage die per email wordt verstuurd aan de projectleider. De gegevens in de eindrapportage worden gebruikt voor een beslissing voor de voortzetting van de subsidie. Tevens worden de gegevens gebruikt voor een monitoringsrapportage Onderwijs Netwerken Ondernemen tranche 2011. Uitgangspunt bij de eindrapportage is dat u ons inzicht geeft in de uiteindelijke resultaten en outcome die door het project zijn behaald. De eindrapportage dient zo veel mogelijk kwalitatief en kwantitatief te worden onderbouwd. In de eindrapportage komen minimaal de volgende vragen aan de orde:
- 1. Algemene indruk
- • Hoe kijkt u terug op de samenwerking van de deelnemers (inzet, commitment, communicatie) binnen het netwerk?
- • Geef een beschrijving van de successen die zijn behaald; wat is de outcome van het project?
- • Welke knelpunten zijn er geweest en hoe zijn die opgelost?
- • Wat zijn de lessons learned; zou u als projectleider (achteraf gezien) zaken anders hebben aangepakt; heeft u tips voor anderen?
- 2. Ten aanzien van doelstelling A: Het voor andere onderwijsinstellingen bruikbaar, overdraagbaar en gemakkelijk toepasbaar maken van reeds ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken met betrekking tot leren ondernemen in het onderwijs en de uitvoering daarvan:
- • Welke activiteiten zijn hiervoor uitgevoerd? Geef per activiteit een korte toelichting en geef aan hoe deze activiteiten zorgen voor de verankering van leren ondernemen bij de betrokken onderwijsinstellingen in beleid, lesprogramma, organisatie etc.
- • Welke resultaten zijn er geboekt en wat is de outcome van het project? Geef per resultaat een korte toelichting en beschrijf op welke wijze het project heeft bijgedragen aan het bereiken van bovenstaande doelstelling.
- • Hoeveel leerlingen, docenten en managers en overige partijen per onderwijsinstelling zijn uiteindelijk betrokken bij het project?
- • Hebben zich, na de tussenrapportage, nog wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke activiteitenplan/planning voorgedaan? Indien van toepassing, benoem daarbij de consequenties op activiteiten, financiën, planning, resultaten, samenwerking;
- • Is het beoogde eindresultaat (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?
- • Is het ondernemend gedrag van leerlingen, docenten en management door het project toegenomen? Waar blijkt dit uit?
- • Worden de projectactiviteiten na afloop van de subsidieperiode voortgezet en hoe wordt dat gedaan?
- • Hoe is het project of zijn de activiteiten overdraagbaar gemaakt? Geef ook aan naar welke doelgroep (basisschool, voortgezet onderwijs, MBO, Hoger Onderwijs, ondernemers, overige partijen zoals ...) en licht dat toe.
- 3. Ten aanzien van doelstelling B: Het verder verdiepen en versterken van reeds ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken:
- • Welke activiteiten zijn hiervoor uitgevoerd? Geef per activiteit een korte toelichting en geef aan hoe deze activiteiten zorgen voor de verankering van leren ondernemen in beleid, lesprogramma, organisatie etc.
- • Welke resultaten zijn er geboekt en wat is de outcome van het project? Geef per resultaat een korte toelichting en beschrijf op welke wijze het project heeft bijgedragen aan het bereiken van bovenstaande doelstelling.
- • Hoeveel leerlingen, docenten en managers en overige partijen per onderwijsinstelling zijn uiteindelijk betrokken bij het project?
- • Hebben zich, na het voortgangsverslag, nog wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke activiteitenplan/planning voorgedaan? Indien van toepassing, benoem de wijzigingen met daarbij de consequenties op activiteiten, financiën, planning, resultaten, samenwerking;
- • Is het beoogde eindresultaat (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?
- • Is het ondernemend gedrag van leerlingen, docenten en management door het project toegenomen? Waar blijkt dit uit?
- • Worden de projectactiviteiten na afloop van de subsidieperiode voortgezet en hoe wordt dat gedaan?
- • Is het project in zijn geheel of zijn activiteiten overdraagbaar? Zo ja geef aan naar welke doelgroep (basisschool, voortgezet onderwijs, MBO, Hoger Onderwijs, ondernemers, overige partijen zoals …) en licht toe. Zo, nee licht toe.
- 4. Communicatieactiviteiten
- • Welke communicatieactiviteiten zijn uitgevoerd? Geef per activiteit de impact daarvan;
- 5. Financieel
- • Is het project binnen de projectbegroting gerealiseerd?
- • Ja/Nee geef daarop een toelichting
- • Welke partijen hebben uiteindelijk de co-financiering ingebracht?
- 6. Vragen of opmerkingen aan de adviseurs van Agentschap NL.