Art. 5 Besluit mandaat en machtiging handhaving Inspectoraat-Generaal VROM 2009
Besluit mandaat en machtiging handhaving Inspectoraat-Generaal VROM 2009
Bij gelijktijdige afwezigheid van de inspecteur-generaal en zijn plaatsvervanger worden, voor de duur van hun afwezigheid, de bevoegdheden uitgeoefend door een hogere functionaris of door een door de inspecteur-generaal daartoe gemandateerde of gemachtigde functionaris.