Art. 5 Regeling vaststelling bedragen 2009 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht

Regeling vaststelling bedragen 2009 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht

Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, wordt vastgesteld op:

a. € 190 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet, niet zijnde een inschrijving als bedoeld onder b tot en met f;

b. € 0 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de Wft van een clearinginstelling waarop een vrijstelling van toepassing;

c. € 0 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de Wft van een kredietinstelling waarop een vrijstelling van toepassing is;

d. € 0 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de Wft van een verzekeraar niet zijnde een onderlinge waarborgmaatschappij waarop een vrijstelling van toepassing is;

e. € 0 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de Wft van een entiteit voor risico-acceptatie waarop een vrijstelling van toepassing is;

f. € 0 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de Wft van een beleggingsinstelling, beleggingsonderneming of beheerder waarop een vrijstelling van toepassing is;

g. € 725 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse instelling voor collectieve belegging in effecten;

h. € 400 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent vanuit een bijkantoor in Nederland;

i. € 190 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van een bij een aanbieder van krediet aangesloten onderneming;

j. € 190 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van adviseurs en bemiddelaars bij de melding van een aangesloten onderneming;

k. € 3.800 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van aanbieders van krediet, bij een gelijktijdige digitale aanmelding van minimaal 20 aangesloten ondernemingen;

l. € 3.800 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van adviseurs en bemiddelaars bij een gelijktijdige digitale aanmelding van minimaal 20 aangesloten ondernemingen;

m. € 190 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet bij de melding van aanbieders van beleggingsobjecten;

n. € 190 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet bij de melding van beleggingsdiensten en -activiteiten;

o. € 550 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 8° of 9°, van de wet;

p. € 230 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsonderneming zonder bijkantoor in Nederland;

q. € 230 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsinstelling uit een aangewezen staat;

r. € 1.800 voor de uitgifte van een verklaring vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappij, als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2° van de wet;

s. € 230 voor een inschrijving als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse bemiddelaar in verzekeringen.