Bijlage I Vrijstelling verbod Rodilon soft block 2009/I
Vrijstelling verbod Rodilon soft block 2009/I
Bijlage bij het besluit Vrijstelling verbod Rodilon soft block 2009/I 12 maart 2009, houdende vrijstelling als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden van de verboden van artikel 19 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ten aanzien van het bestrijdingsmiddel Rodilon soft block op basis van de werkzame stof difethialon. Biociden: Toegestaan is uitsluitend het gebruik als middel ter bestrijding van bruine ratten buiten en binnen gebouwen (openveld- en afvalstorttoepassingen zijn uitgesloten), met dien verstande, dat het middel moet worden uitgelegd in speciaal hiervoor bestemde lokaasstations (versterkte kisten). Plaats het lokaas buiten bereik van kinderen en (huis)dieren. Het middel is uitsluitend bestemd voor beroepsmatig gebruik. En mag uitsluitend toegepast worden doorplaagdierbestrijders aangeven in Bijlage II bij dit besluit, die in het bezit zijn van een geldig vakbekwaamheidsdiploma ongediertebestrijding dat is afgegeven of verlengd door en door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer geregistreerde instelling. Toepassingen: Rodilon soft block wordt aangeleverd in kant en klaar te gebruiken zakjes. Maak de zakjes niet open, maar plaats deze in de hiervoor geschikte lokaasstations (kisten). Om het verslepen van zakjes Rodilon soft block te voorkomen, dienen de zakjes vastgezet te worden. Voor buitengebruik en gebruik op andere onbeschermde locaties dienen verstevigde lokaaskisten te worden gebruikt, waarbij de kist en het lokaas worden vastgelegd. Indien lokaasstations voorzien zijn van rodenticide, dan moeten deze duidelijk worden gemarkeerd dat deze rodenticide bevatten en niet verstoord mogen worden. De lokaasstations uitzetten op plaatsen waar de ratten geregeld komen: in de nabijheid van holingangen, op looppaden (sporen!) en op plaatsen waar de dieren voedsel halen of knagen. Voorafgaande aan de bestrijding dient de gebruiker de bestrijdingslocaties kenbaar te maken bij
- – Ter bestrijding van de bruine rat met behulp van, Rodilon soft block Werkzame stof: difethialon, gehalte 0.0025%
- 1. Toegestaan is uitsluitend het gebruik van het bestrijdingsmiddel op basis van de werkzame stof difethailon als middel ter bestrijding van bruine ratten, met dien verstande dat in ruimten het middel moet worden uitgelegd in speciaal hiervoor bestemde aan de bovenzijde afgesloten lokaasdoosjes en buiten in speciaal hiervoor bestemde lokaasstations (versterkte kisten), echter op zodanige wijze dat de lokaasdoosjes niet binnen het bereik van kinderen, vee, huisdieren of vogels kunnen komen.
- 2. Het middel mag uitsluitend toegepast worden doorplaagdierbestrijders aangeven in Bijlage II bij dit besluit, die in het bezit zijn van een geldig vakbekwaamheidsdiploma ongediertebestrijding dat is afgegeven of verlengd door, en door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer geregistreerde instelling.
- 3. Het gebruik is uitsluitend toegestaan indien op de verpakking of op een papieren bijlage bij de verpakking het volgende wordt vermeld:
- a. algemene vermeldingen op de verpakking
- – Aard van het preparaat: Pasta op waterbasis
- – Werkzame stof: difethialon, gehalte: 0,0025%
- – Andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen)
- – Gevaarssymbool: XN met aanduiding: schadelijk.
- b. Waarschuwingszinnen
- – Schadelijk bij aanraking met de huid en bij opname door de mond.
- – Schadelijk: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing, aanraking met de huid en opname door de mond.
- – Schadelijk voor in het water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.
- c. Veiligheidsaanbevelingen
- – Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.
- – In geval van inslikken onmiddellijk een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen.
- – Voorkom lozing in het milieu.
- 4.
- a. voofgaand aan de bestrijding dient men de bestrijdinglocaties kenbaar te maken bij de VROM-Inspectie, de heer Willem Ruiter, willem.ruiter@minvrom.nl,
- b. incidenten met niet-doelwitsoorten (vogels en zoogdieren) dienen te worden bijgehouden en gemeld aan de VROM Inspectie Noord-West, 023-5150700 (dhr. Willem Ruiter) en aan het College voor Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden, 0317-471810.
- 5. Er dient per bestrijdingslocatie een administratie te worden bijgehouden waarin minimaal de volgende gegevens vermeld zijn: Bij onvoldoende resultaat ovegaan tot inzet Rodilon soft Block. De Bromadiolon bestrijdingsactie geldt dan als pre-baiting periode.
- – resultaten bedrijfsinspectie
- – determinatie en inventarisatie van de aawezige ratten
- – advies betreffende bouwkundige, hygiënische of bedrijfsmatige maatregelen
- – bestrijdingsplan
- – bestrijdingsactie met bromadiolon lokaas in vaste vorm
- – plattegrond met locaties lokaasdepots bromadiolon
- – opname bromadiolon lokaas per depot in loop der tijd
- – resultaten bromadiolon bestrijdingsactie
- – registratie van afgevoerde hoeveelheid dode bruine ratten.
- – plattegrond met locaties lokaasdepots difethialon
- – opname difethialon lokaas per depot in loop der tijd
- – resultaten difethialon bestrijdingsactie
- – registratie van afgevoerde hoeveelheid dode bruine ratten
- – de geplaatste en opgeruimde lokaasdozen met rodenticide.
- 6. Alle geplaatste dozen dienen na afloop van de bestrijdingsactie te worden verwijderd.
- 7. Het middel dient gedurende een aantal dagen in voldoende mate te worden gegeten. Tijdens een bestrijdingsactie dient zo weinig mogelijk voedsel beschikbaar te zijn. Daarom bijvoorbeeld in stallen ’s avonds voerbakken sluiten en resten gemorst voer verwijderen.
- 8. Als er niet meer van opgenomen wordt, de resten lokaas verzamelen en veilig verwijderen (cf. Wet Milieubeheer, Europese afvalstoffenlijst).