Art. 20 Besluit militaire luchthavens, Bepalingen met betrekking tot recreatieve burgerluchtvaart op militaire luchthavens

Besluit militaire luchthavens

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. recreatieve burgerluchtvaart: het beoefenen van de luchtvaart in de vorm van zweefvliegen, sleepvliegen, motorsportvliegen, modelvliegen of zeilvliegen;

b. zweefvliegen: vliegen met een zweefvliegtuig of een motorzweefvliegtuig;

c. sleepvliegen: vliegen met een als sleepvliegtuig ingericht motorvliegtuig voor:

1°. vluchten voor het opslepen van zweefvliegtuigen;

2°. controlevluchten die noodzakelijkerwijs vóór de aanvang van het daadwerkelijk sleepvliegen moeten worden verricht;

3°. vluchten, al dan niet slepend, van en naar een andere luchthaven dan dat van stationering voor het overslepen van zweefvliegtuigen;

4°. vluchten voor het overbrengen van het sleepvliegtuig van en naar een andere luchthaven dan dat van stationering teneinde het aldaar in te zetten of er onderhoud aan te verrichten;

d. motorsportvliegen: niet beroepsmatig vliegen met een vastevleugelvliegtuig met schroefaandrijving, met inbegrip van ultralichte vliegtuigen, waarbij de vlucht uitsluitend het karakter van een sportvlucht draagt;

e. modelvliegen: gecontroleerd modelvliegen met modelluchtvaartuigen met een totale startmassa van ten hoogste 25 kg;

f. zeilvliegen: vliegen met een zweeftoestel met starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts kan worden gestart en geland door gebruik te maken van de benen van de bestuurder.