Bijlage 2 Aanwijzing mensenhandel
Mensensmokkel is kort gezegd hulp bij illegale binnenkomst, verblijf en doorreis. Mensensmokkel is niet (primair) gericht op uitbuiting. Bij mensensmokkel is het belang van de staat in het geding. Dat belang is daarin gelegen dat op het grondgebied van de staat alleen mensen verblijven die daartoe gerechtigd zijn. Bij de strafbaarstelling van mensensmokkel staat bescherming van de gesmokkelde persoon tegen uitbuiting niet voorop. Mensensmokkel is vrijwel altijd grensoverschrijdende criminaliteit. De gesmokkelden zijn illegale vreemdelingen. Mensenhandel is vaak grensoverschrijdend van karakter, maar behoeft dat niet te zijn. Ook binnen de landsgrenzen kunnen mensen worden verhandeld. Slachtoffers van mensenhandel in Europa zijn meestal vreemdeling, vaak illegaal. Mensensmokkel en mensenhandel zijn meestal vormen van georganiseerde criminaliteit. Maar mensensmokkelaars en mensenhandelaren kunnen ook buiten het verband van een criminele organisatie opereren. Zowel met mensensmokkel als met mensenhandel wordt veel geld verdiend. Tussen mensensmokkel en mensenhandel bestaan derhalve verschillen en overeenkomsten. Hoewel er raakvlakken bestaan tussen beide strafbare feiten, is het goed deze uit elkaar te houden. Er bestaat samenhang en samenloop tussen mensensmokkel en mensenhandel, wanneer de gesmokkelde persoon in een situatie van uitbuiting geraakt om zijn of haar schuld aan de smokkelaar terug te betalen. Indien dit geschiedt, kunnen mensenhandel en mensensmokkel tezamen worden tenlastegelegd.21 Memorie van Toelichting, p. 2, TK 2003–2004, 29 291, nr. 3. Artikel 250a Sr. (oud) beoogde alle vormen van uitbuiting voor prostitutie en andere vormen van seksuele uitbuiting strafbaar te stellen en betrof een zedenmisdrijf. Naast seksuele uitbuiting en prostitutie worden in artikel 273f Sr ook andere vormen van uitbuiting strafbaar gesteld, zoals gedwongen arbeid of diensten, slavernij of praktijken die vergelijkbaar zijn met slavernij, verplichte dienstbaarheid of de verwi
- – de mogelijkheid om door tussenkomst van de behandelend opsporingsambtenaar of het Openbaar Ministerie op de hoogte te worden gehouden van het verloop van het onderzoek en het verdere verloop van het strafproces tot en met de executie
- – de mogelijkheden die de B9-regeling biedt
- – de mogelijkheid om voor praktische, emotionele of juridische ondersteuning een beroep te doen op Bureau Slachtofferhulp, Comensha, vakbonden en vertrouwensartsen
- – de mogelijkheid om, al dan niet in het kader van een strafzaak, schadevergoeding te vorderen
- – de mogelijkheid van het indienen van een klacht ex artikel 12 Sv bij een eventueel sepot.
- – De mogelijkheid om na het doen van aangifte, of het op andere wijze meewerken aan opsporing en vervolging, arbeid te verrichten op basis van een vergunning voor verblijf voor bepaalde tijd
- – Het bieden van een bedenktijd van maximaal drie maanden voor de beslissing over het doen van aangifte, of het op andere wijze meewerken aan opsporing en vervolging, door slachtoffers van uitbuiting
- – Er moet sprake zijn van goede voorlichting aan het slachtoffer over de verschillende fasen en het verloop van de procesgang.
- – Voor goede opvang en begeleiding kan contact worden opgenomen met Comensha
- – Er moet worden gewezen op de mogelijkheid van rechtsbijstand en van medisch onderzoek