Bijlage 3 Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik: expertisegroep
Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik
De impliciete doelstelling van de toenmalige aanwijzing opsporing seksueel misbruik in afhankelijkheidsrelaties was te voorkomen dat personen die worden beschuldigd van seksueel misbruik al te lichtvaardig worden aangehouden. Hiertoe is destijds door het College van Procureurs-Generaal de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken in het leven geroepen. De Expertisegroep bestaat uit deskundigen afkomstig uit drie verschillende disciplines: Werkwijze: De deskundigen moeten zich buigen over de geloofwaardigheid van aangiften in bepaalde operationele zedenzaken, vóórdat de officier van justitie eventueel de beslissing neemt de beschuldigde aan te houden. Zaken waarin consultatie van de Expertisegroep verplicht is, zijn zaken met aangiften die aspecten vertonen van Het rapport van de Expertisegroep is een adviserend rapport in de stand van het onderzoek van het moment van de aanvraag (en onderscheidt zich dus van rapportages van getuigen-deskundigen over het voltooide onderzoek). Per zaak wordt een adviesgroep samengesteld die bestaat uit drie personen, waarbij de drie disciplines vertegenwoordigd zijn. Het advies van de Expertisegroep wordt uitgebracht op basis van het proces-verbaal en een volledige schriftelijke weergave van de aangifte die op een geluidsband is opgenomen. Formeel dient de officier van justitie schriftelijk de adviesaanvraag in bij het coördinatiepunt. De officier van justitie legt uit waarom de zaak wordt voorgelegd en waar de vraagstelling op gebaseerd is. Van tevoren telefonisch gepleegd overleg met de Expertisegroep wordt op prijs gesteld. Na ontvangst van alle stukken is het coördinatiepunt verantwoordelijk voor de afwikkeling van de adviesprocedure. Het coördinatiepunt draagt zorg voor de verspreiding van de stukken. Na bestudering komen de deskundigen bij elkaar, wordt de zaak besproken en worden conclusies getrokken. Een gedragskundige van de dienst Nationale Recherche Informatie (dNRI) van het KLPD stelt een conceptrapport op. Na goedke
- 1) klinisch psychologen, psychiaters en pedagogen;
- 2) psychologen die gespecialiseerd zijn in functieleer ;
- 3) ervaren zedenrechercheurs.
- – hervonden herinneringen;
- – ritueel misbruik (of);
- – herinneringen aan seksueel misbruik van voor de derde verjaardag.
- – Hervonden herinneringen: herinneringen die gedurende lange tijd afwezig zijn en daarna worden hervonden, bijvoorbeeld tijdens behandelingen door hulpverleners. Het (volledig) verdringen en hervinden van herinneringen is echter wetenschappelijk omstreden.
- – Ritueel misbruik: met rituelen omgeven en in groepsverband uitgevoerd seksueel sadisme jegens verscheidene kinderen in combinatie met extreme vormen van fysiek geweld en bedreiging. In de aanwijzing wordt gesproken over aspecten van ritueel misbruik. Het is dus voldoende wanneer in de aangifte sprake is van minstens een van de karakteristieke kenmerken van ritueel misbruik. Kanttekening hierbij is dat men noch in Nederland, noch elders ter wereld erin geslaagd is op overtuigende wijze vast te leggen dat de gebeurtenissen waarvan in de verhalen over ritueel misbruik sprake is, zich ook daadwerkelijk hebben voorgedaan.
- – Herinneringen aan seksueel misbruik van voor de derde verjaardag: misbruik dat zich afspeelde voor de derde verjaardag en dat de aangever zich als volwassene herinnert. Dergelijke herinneringen zijn wetenschappelijk omstreden. Het gaat hier uitdrukkelijk niet om misbruik van een kind tot drie jaar waarvan door anderen aangifte wordt gedaan.
- – seksueel misbruik dat naar voren komt na een echtscheiding;
- – groepsverkrachtingen met onbekende dader(s);
- – misbruik langer dan 8 jaar geleden.