Bijlage 4 Aanwijzing huiselijk geweld: traject kindspoor
Het belang van het kind als getuige van huiselijk geweld staat in het kindspoor centraal. Het risico van ontwikkelingsproblemen, op korte of langere termijn, is bij deze kinderen dermate groot dat vroegtijdig effectief ingrijpen noodzakelijk is. De politie hanteert bij meldingen van huiselijk geweld hun protocol met als doel het geweld te stoppen en te verwijzen naar hulpverlening ( met of zonder strafrechtelijk traject). De kinderen die bij deze meldingen betrokken zijn hebben recht op bescherming. Daarnaast is het van belang dat deze kinderen en hun opvoeders tijdig hulp krijgen aangeboden om scheefgroei in de pedagogische situatie en in de ontwikkeling van de kinderen te voorkomen. De politie maakt deze kinderen vanuit de dag-, avond en nachtrapporten zichtbaar en verzamelt relevante informatie uit het politiesysteem. De politie meldt kinderen die getuige zijn van geweld binnenshuis aan voor het vervolgtraject, het Kindspoor. Het getuige zijn van huiselijk geweld is een vorm van (psychische) kindermishandeling. Het Advies en Meldpunt Kindermishandeling neemt een dergelijke melding dan ook als zijnde ‘een vermoeden van kindermishandeling’ in behandeling. Het Bureau Jeugdzorg biedt deze gezinnen begeleiding aan bij het verkrijgen van inzicht in de pedagogische betekenis van het gezinsgeweld en doet het kind (en de opvoeders), op basis van verkregen informatie over de situatie van het kind, een hulpverleningsaanbod. De Raad voor de Kinderbescherming verricht onderzoek bij het niet accepteren van vrijwillige hulpverlening, waarbij vanuit de drang en dwang functie van de Raad benodigde hulp alsnog op gang moet worden gebracht (met of zonder juridische maatregel) met voldoende garanties ten aanzien van de veiligheid van het kind. Het doel van alle ketenpartners bij de afgesproken aanpak is het in beeld brengen van kinderen die een reëel risico lopen op een verstoorde ontwikkeling. De interventies vanuit deelnemende instellingen zijn gericht op: Naast de genoemde partne
- – Het creëren van een veilige situatie voor het kind;
- – Het terugdringen van risico’s op een verstoorde ontwikkeling van deze kinderen;
- – Het vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsproblematiek zodat hulp in een vroegtijdig stadium geboden kan worden met een zo groot mogelijke kans op herstel;
- – Een adequaat hulpaanbod aan het kind en de opvoeders, zo mogelijk zonder en zo nodig met dwang.
- – Afspraken met aanwezige hulpverlening. of
- – Eigen onderzoek of
- – Verwijzen naar BJZ (voldoende veiligheid voor kind) of
- – Doorgeleiden naar de Raad voor de Kinderbescherming. of
- – Bij (vermoeden van) ernstige individuele problematiek kind en/of
- – Maakt afspraken met de Waag m.b.t. plegerhulpverlening/ relatietherapie en specifieke aandacht t.a.v. de kinderen en/of
- – Maakt afspraken met het AMW m.b.t. hulp aan het slachtoffer of de ouders en specifieke aandacht voor de kinderen
- – Basishulp (3 gesprekken m.b.t. schade huiselijk geweld)
- – Vrij toegankelijke hulpverlening
- – Crisisinterventie
- – Indiceren voor geïndiceerde zorg, diagnostiek, jeugd GGZ.
- – Casemanagement
- – Indiceren voor traumahulpverlening door RIAGG jeugd.
- – Met drang motiveren voor hulp in vrijwillig kader.
- – Zo nodig met dwang (OTS, via de Rechtbank).
- – Preventief groepsaanbod
- – Onderzoek
- – traumahulpverlening
- – Hulp aan de pleger/ of het echtpaar
- – Hulp aan het slachtoffer
- – Specifieke aandacht voor de positie en de veiligheid van de kinderen.
- – Hulp aan het slachtoffer of het echtpaar.
- – Specifieke aandacht voor de positie en de veiligheid van de kinderen.