Art. 4 Btcg, Tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten
Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Btcg)
1. Recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 10 van de wet, heeft:
a. de persoon, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op:
1°. een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer,
2° .een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
3°. een werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, of
4°. een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer;
b. de persoon die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer of op arbeidsondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
2. De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 252,00.
3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt de tegemoetkoming ambtshalve in het derde kwartaal van het kalenderjaar.