Art. 4.7 Subsidieregeling innoveren, Subsidie ten behoeve van verkenning van samenwerking
De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. vervallen;
b. de IPC-penvoerder niet aannemelijk maakt dat er een aanzienlijke kans is dat de subsidiabele activiteiten zullen leiden tot het tot stand komen van een IPC-verband, waarvan de deelnemers overeenkomstig paragraaf 4 van dit hoofdstuk voor subsidie in aanmerking komen en de IPC-penvoerder niet het vertrouwen geeft in staat te zijn om de daarbij benodigde inzet te leveren;
c. van de activiteiten onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;
d. in dezelfde indieningsperiode reeds subsidie is aangevraagd op grond van deze paragraaf voor dezelfde activiteiten door een andere organisatie als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid.