Art. 2.23a Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
1. In een omgevingsvergunning voor een aflopende activiteit kan worden bepaald dat, voor zover zij betrekking heeft op die activiteit, de vergunninghouder na het verstrijken van een bij de omgevingsvergunning aangegeven termijn, verplicht is de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld te hebben.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van activiteiten als bedoeld in het eerste lid categorieën gevallen worden aangewezen waarin in de omgevingsvergunning wordt bepaald dat op de vergunninghouder na het verstrijken van een bij de omgevingsvergunning aangegeven termijn, een plicht rust als bedoeld in het eerste lid. Ten aanzien van die termijn is artikel 2.23, tweede lid, laatste volzin, van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616
- ABRvS 12 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1433
- ABRvS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3067
- ABRvS A-G Widdershoven 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1847
- Rb. Midden-Nederland 29 januari 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:441
- ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5184
- Rb. Limburg 19 februari 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:1416