Bijlage 2 Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Private Sector Investeringsprogramma: subsidiehandleiding
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Private Sector Investeringsprogramma
Het PSI-programma valt uiteen in twee deelprogramma’s, PSI Regulier en PSI Plus. Deze bijlage bevat de subsidiehandleiding voor PSI Plus. PSI Plus heeft betrekking op projecten in Afghanistan, Burundi, Palestijnse Autoriteit, Sierra Leone en zuidelijk Sudan. PSI Regulier richt zich op 47 andere landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en op de Balkan. De handleiding voor PSI regulier is opgenomen in bijlage 1. De subsidiehandleiding maakt u wegwijs bij het aanvragen van subsidie in het kader van PSI Plus. De subsidiehandleiding vormt tevens het formele kader voor de beoordeling van subsidieaanvragen. Het aanvraagformulier maakt integraal onderdeel uit van de subsidiehandleiding. De subsidiehandleiding is als volgt ingedeeld. Paragraaf 2 bevat een algemene toelichting over de inhoud van het programma. Paragraaf 3 licht toe welke kosten subsidiabel zijn. Vervolgens wordt toegelicht aan welke criteria het voorstel dient te voldoen. Dit zijn de formele vereisten (paragraaf 4), ingangscriteria (paragraaf 5) en toetsingscriteria (paragraaf 6). Ook treft u een beschrijving aan van de beoordelingsprocedure (paragraaf 7) en enkele regels ten aanzien van de uitvoering (paragraaf 8). Appendix I bevat het aanvraagformulier en appendix II de begrippenlijst. De subsidiehandleiding, het aanvraagformulier, de begrippenlijst en aanvullende informatie kunt u downloaden van de website van de EVD: www.evd.nl/PSI. Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden tot de EVD, tel: 070 – 778 8513. Doel: De doelstelling van PSI is het stimuleren van duurzame economische ontwikkeling door middel van het bevorderen van innovatieve proefinvesteringen in ontwikkelingslanden. Hiermee wordt beoogd een belangrijke bijdrage te leveren aan armoedevermindering door het creëren van economische bedrijvigheid, werkgelegenheid en inkomensverbetering. Typering van een PSI-project: Een PSI-project is een investeringsproject dat wordt uitgevoerd door een Nederlandse (of buitenlandse) onderneming in samenwerking m
- – kosten van duurzame kapitaalgoederen (hardware), met uitzondering van bestaande gebouwen en land.
- – kosten voor technische assistentie, zoals projectmanagement, training, advieskosten, certificering.
- – kosten voor beveiliging.
- 1. De aanvraag dient schriftelijk (1 origineel en 4 kopieën) en volledig te worden ingediend bij de EVD conform het aanvraagformulier in appendix I.
- 2. De aanvraag dient tijdig te zijn ingediend. De uiterlijke indieningsdatum is 2 februari 2009, 17.00 uur voor de eerste beoordelingsronde. De uiterlijke indieningsdatum is 11 mei 2009 voor de tweede beoordelingsronde. Voor de derde beoordelingsronde is de uiterlijke indieningsdatum 24 augustus 2009. Voor de vierde indieningsronde is dit 5 oktober 2009.
- 3. Het adres is waar de aanvraag dient te worden ingediend is:
- 4. Ook moet een elektronische kopie worden ingeleverd of gemaild. Het e-mailadres is: PSI@info.evd.nl (max. 1mb).
- 5. Het formulier dient voorzien te zijn van de naam van de aanvrager. Een tekenbevoegde vertegenwoordiger van de aanvrager dient het formulier te ondertekenen.
- 6. Naast de aanvrager dient een lokale partner het projectvoorstel mede te ondertekenen. De lokale partner geeft hiermee aan bekend te zijn met de inhoud van de aanvraag en zich in te zetten voor de succesvolle uitvoering van het project. Overigens is uitsluitend de aanvrager de subsidieontvanger, indien de aanvraag is goedgekeurd. Dat betekent dat alle verplichtingen op de aanvrager rusten, onverschillig wie de uitvoering ter hand neemt.
- 7. De aanvrager en lokale partner dienen te verklaren dat zij bekend zijn met de OESO-Richtlijnen voor multinationale bedrijven met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen, de ILO-Verklaring inzake fundamentele rechten en principes voor werk en de VN-Conventie over Biologische Diversiteit en dat ze hiernaar zullen handelen. Informatie over deze documenten staat op de website van de EVD (www.evd.nl/PSI).
- 8. De aanvraag dient in de Engelse taal gesteld te zijn.
- 1. Landen: Voor subsidie onder het PSI Plus komen alleen voorstellen in aanmerking voor de volgende 5 landen: Afghanistan, Burundi, Palestijnse Autoriteiten, Sierra Leone en zuidelijk Sudan.
- 2. Aanvrager PSI Plus: Subsidie kan alleen worden aangevraagd door:
- – een in Nederland gevestigde onderneming die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. óf een in het buitenland gevestigde onderneming die als zodanig is geregistreerd bij de lokale Kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie) en niet gevestigd is in het land waarop de aanvraag betrekking heeft. óf een aan een onderneming gelieerde stichting (‘corporate foundation’). Deze stichting dient als zodanig geregistreerd te zijn bij de Kamer van Koophandel of een vergelijkbare instantie.
- – én deze organisatie dient tenminste twee jaar te bestaan en te beschikken over een positief eigen vermogen.
- 3. Samenwerkingsverband:
- – De aanvrager dient het project uit te voeren samen met een lokale partner. Deze lokale partner is: een onderneming in het land waar het project wordt gevestigd en is als zodanig geregistreerd bij de lokale Kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie). Overheidsorganisaties mogen, direct of niet meer dan 25% van het eigendom van deze onderneming in bezit hebben. óf een natuurlijk persoon in bezit van de nationaliteit van het land waar het project wordt gevestigd.
- 4. Projectduur, projectomvang en cofinanciering:
- – De maximale projectduur is 30 maanden. Voor landbouw- en bosbouwprojecten is het maximum 36 maanden.
- – De subsidie voor PSI Plus bestaat uit een vergoeding van 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 900.000. Het maximum projectbudget bedraagt € 1.500.000. Dit is exclusief de eventuele verzekeringskosten voor MIGA SIP.
- – Cofinanciering van het project door andere programma’s van de Nederlandse overheid of andere overheden is niet toegestaan. De aanvrager moet cofinanciering door andere niet-commerciële partijen in zijn aanvraag vermelden. De PSI-bijdrage in combinatie met financiële bijdragen van andere niet-commerciële partijen mag niet meer dan 80% van het projectbudget bedragen.
- 1. Partners:
- a. De aanvrager moet een reeds bestaande onderneming of ‘corporate foundation’ zijn met substantiële economische activiteiten.
- b. Het projectvoorstel moet logisch voortvloeien uit de huidige activiteiten (core business) en strategie van de aanvrager en de lokale partner.
- c. De partners moeten beschikken over de nodige kennis en ervaring om het project tot een succes te maken.
- d. De partners moeten een samenwerkingsverband aangaan voor de lange termijn. Dit betreft veelal een joint venture. Wanneer de lokale partner een natuurlijk persoon is, is oprichting van een joint venture in de beginfase van het project verplicht.
- e. De partners moeten laten zien over voldoende financiële middelen te beschikken om de eigen bijdrage en het werkkapitaal te kunnen financieren voor het project. Enkele richtlijnen die de EVD hiervoor hanteert staan vermeld in het aanvraagformulier. De aanvrager kan bij zijn aanvraag een verklaring van een derde toevoegen, die garant staat voor de naleving van de financiële verplichtingen die uit de subsidie voortvloeien. Wanneer sprake is van een joint venture dient de eigen bijdrage in redelijke verhouding te staan tot het eigendomspercentage van elk van de partners.
- f. De voorkeur gaat uit naar MKB-bedrijven.
- g. Wat betreft de lokale partner gaat de voorkeur uit naar een lokale onderneming die direct of indirect in handen is van personen met de lokale nationaliteit en die geen eigendomsrelatie hebben met de aanvrager.
- h. De voorkeur gaat uit naar aanvragers die nog niet eerder een PESP of PSOM-project hebben uitgevoerd.
- 2. Project: Commercieel plan Operationeel plan Financieel plan
- a. Er moet een aantoonbare markt zijn voor de producten of diensten die het project voortbrengt.
- b. De voorgestelde activiteit moet significant vernieuwend zijn voor het land waar het project wordt uitgevoerd. De vernieuwing kan het type product of dienst en/of de productiemethode of dienstverleningswijze betreffen. Met deze innovatieve proefprojecten wordt beoogd om onderontwikkelde markten te helpen ontwikkelen. Het project mag zeker niet concurreren met bestaande, vergelijkbare commerciële activiteiten in het betreffende land.
- c. Het projectvoorstel moet een realistische analyse van de bedrijfsrisico’s bevatten.
- d. Daarnaast moet een overzicht worden gegeven van de veiligheidsrisico’s en de risico’s ten aanzien van de politieke en sociaaleconomische situatie in het betreffende land.
- e. Het operationeel plan dient duidelijk en logisch beschreven te zijn en concrete resultaten te bevatten. Deze moeten voldoende specifiek, meetbaar en realiseerbaar zijn.
- f. De capaciteit van de hardware die wordt aangeschaft dient in verhouding te staan tot de beoogde productie aan het eind van het project.
- g. Het project zelf dient van bescheiden omvang te zijn, zodat het leidt tot vervolginvesteringen. Hiermee wordt het proefkarakter (‘pilot’) benadrukt.
- h. De technologie die wordt gebruikt dient commercieel bewezen te zijn. PSI is niet bedoeld voor technologieontwikkeling.
- i. Het operationeel plan dient een trainingsprogramma te bevatten voor personeel en belangrijke partijen in de keten.
- j. Het operationeel plan dient een gedetailleerd veiligheidsplan te bevatten.
- k. Het operationeel plan dient voldoende de uitgangspunten van MVO te reflecteren en hier ook resultaten op te benoemen (voorbeelden per sector zijn te vinden op www.evd.nl/PSI).
- l. Het projectbudget moet in verhouding staan tot de beschreven resultaten.
- m. Uit de cijfers moet blijken dat de activiteit commercieel haalbaar is. Het project moet uiteindelijk leiden tot een winstgevende onderneming;
- n. Het kasstroom overzicht moet helder zijn en logisch voortvloeien uit het commerciële en operationele plan. Vervolginvesteringen dienen niet meegenomen te worden in dit overzicht.
- o. Commerciële financiering van de voorgestelde activiteit is niet mogelijk. Banken en andere financiële instellingen zijn niet bereid het project te financieren vanwege de hoge risico’s.
- 3. Impact:
- a. Het project heeft de potentie te hebben om na afloop door te groeien, waarbij significante vervolginvesteringen en extra omzet worden gerealiseerd. Dit moet leiden tot extra omzet en werkgelegenheid.
- b. Het project leidt tot de creatie van duurzame werkgelegenheid, waarbij goede beloning en werkomstandigheden in acht worden genomen;
- c. Het project moet het kennisniveau van lokale werknemers, management of toeleveranciers verhogen en nieuwe vaardigheden overdragen.
- d. Het project heeft positieve lange termijn effecten voor de keten (zoals contractboeren, toeleveranciers en andere bedrijven).
- e. Het project heeft bij voorkeur een positief effect op het milieu. Het mag in ieder geval niet onnodig milieubelastend zijn.
- f. Het project heeft bij voorkeur een positief effect op de positie van vrouwen, in het bijzonder in managementposities. De positie van vrouwen mag in ieder geval niet verslechteren.
- g. Het project heeft bij voorkeur een positieve impact op andere gerelateerde terreinen (zoals gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, kinderopvang, sport).
- a. Alle impactcriteria (zie paragraaf 6.3).
- b. Vernieuwende aspecten (zie paragraaf 6.2.b).
- c. Voorkeur voor MKB (zie paragraaf 6.1.f).
- d. Voorkeur voor lokaal eigendom (zie paragraaf 6.1.g).
- e. Voorkeur voor nieuwkomers (zie paragraaf 6.1.h).
- I Aanvraagformulier en model projectvoorstel PSI Plus (te downloaden via www.evd.nl/PSI)
- II Begrippenlijst PSI Plus (te downloaden via www.evd.nl/PSI)