Bijlage 5 Regeling centraal examen 2006: eindtermen en afbakeningen c.s.e. tekenen, handenarbeid en textiele werkvormen v.w.o.
De kandidaat moet in staat zijn om, voornamelijk vanuit het beeld, aan te geven: Hoofdstuk 1 De wereld binnen vier muren de uitbeelding van de heilige Hiëronymus als geleerde door kunstenaars van de Renaissance de inrichting van de studiolo het kunst- en rariteitenkabinet in de zeventiende eeuw Hoofdstuk 2 De constructie van de hemel de constructie van koepels in de materialen ijzer, staal, glas en beton de veranderende verhouding tussen architect en ingenieur Hoofdstuk 3 De meetbare ruimte I De kunst van het kijken veertiende eeuw nieuwe aandacht voor het afbeelden van de werkelijkheid en de rol van de religie daarin creëren van een illusionistische ruimte op een plat vlak beperkt tot ’vuistregels’ vijftiende en zestiende eeuw de rol van kunstenaars: Brunelleschi, Masaccio, Alberti mechanische hulpmiddelen symbolische aspecten Piero della Francesca verkorting en anamorfose II Een wijdere blik negentiende eeuw topografische schilderkunst Panorama Mesdag twintigste eeuw James Turrell Hoofdstuk 4 Dimensies in beeld I Kunst in het machinetijdperk Boccioni en Delaunay het begrip modernisme II Van standbeeld naar constructie Rodin, Brancusi, Duchamp-Villon, Boccioni Russisch Constructivisme: Tatlin en Rodchenko Naum Gabo en Moholy-Nagy III Minimal Art, een nieuwe vorm van Constructivisme Primary structures: Judd, Andre, LeWitt Het thema voor het Centraal Schriftelijk Examen Kunstgeschiedenis/Kunstbeschouwing VWO in 2005 is Kunst, Kennis, Kunde I. De bundel is een heruitgave van de bundel van 2003 en identiek daaraan, met dien verstande dat nu de gegevens van de kleurafbeeldingen zijn opgenomen en dat er een aantal correcties is doorgevoerd. Wijzigingen van andere aard zijn er niet. Deze bundel omschrijft de stof zoals die door kandidaten van 2005 moet worden gekend en bestaat uit twee delen: een boekje met teksten en afbeeldingen in zwart/wit (figuren) en een katern met kleurafbeeldingen. De bundel is ontstaan naar aanleiding van het thema ’Kunst, Wetenschap en Techniek’
- 1 wat het verband is tussen de uitbeelding van de kerkvader Hiëronymus en de inrichting van het studeervertrek van de Renaissancegeleerde
- 2 hoe bij de decoratie van de studiolo van Federico da Montefeltro een encyclopedisch beeld van de wetenschappen wordt uitgewerkt
- 3 hoe de toename van kennis in de zeventiende eeuw leidt tot het aanleggen van verzamelingen en hoe het rariteitenkabinet is ingericht en geordend
- 4 wat de wetenschappelijke en kunstzinnige waarde is van de kunst- en rariteitenkabinetten in Nederland en waarom collecties vaak worden ’geportretteerd’ op schilderijen en in gravures
- 5 wat de architectonische betekenis is van het Pantheon en welke technische vindingen zijn toegepast bij de bouw ervan en bij latere Byzantijnse koepelkerken
- 6 hoe de koepelconstructies van de Renaissance werden verbonden met het ideaal van de centraalbouw zoals uitgewerkt in de Sint Pieter
- 7 waarom vanaf het einde van de achttiende eeuw nieuwe overspanningsconstructies mogelijk en noodzakelijk worden en wat de bouwtechnische mogelijkheden zijn van ijzer, staal, beton en glas
- 8 hoe door de eeuwen bouwkunst een samengaan is geweest van architect en ingenieur zoals blijk uit de geschriften van Vitruvius en Alberti en hoe dit verandert in de negentiende eeuw
- 9 wat het belang is van de constructie en toepassing van de geodetische koepels van Buckminster Fuller
- 10 welke maatschappelijke en ecologische aspecten een rol hebben gespeeld bij de renovatie van de Reichstag in Berlijn
- 11 voor welke problemen schilders in de vijftiende eeuw werden gesteld bij hun pogingen de meetbare ruimte vanuit één gezichtshoek op het vlak weer te geven en welke rol de mathematica daarbij heeft gespeeld
- 12 op welke wijze de toepassing van perspectief kan bijdragen aan de symbolische betekenis van een schilderij
- 13 welke combinatie van theoretische kennis en praktische methoden de achtergrond vormt van Italiaanse plafondschilders in de zestiende en zeventiende eeuw en van de kerkschilderijen van Saenredam
- 14 hoe het negentiende-eeuwse panorama inspeelde op het verlangen naar een wijdere blik op de wereld en in welk opzicht panoramaschilders verder gingen dan perspectiefschilders in het verleden en welke methodes ze daarbij toepasten
- 15 wat kenmerkend is voor de ruimte-ervaring die wordt geboden in de installaties van James Turell
- 16 hoe kunstenaars als Boccioni en Delaunay in hun schilderijen het opkomend machinetijdperk in beeld brengen
- 17 hoe beeldhouwers in het begin van de twintigste eeuw experimenteren met nieuwe thema’s, werkwijzen en materialen
- 18 welke bijdrage de Russische Constructivisten, met name Tatlin en Rodchenko, leveren aan een kunstvorm die de moderne mechanisering weerspiegelt en hoe deze vernieuwingen worden voortgezet in West-Europa door Gabo en Moholy-Nagy
- 19 tegen welke kunsthistorische achtergrond de Minimal Art ontstaat en wat het verband is met het Constructivisme
- 20 welke kunstopvattingen bepalend zijn voor de ruimtelijke constructies van Judd, Andre en LeWitt
- 1. Hoe het studeervertrek van de Renaissancegeleerde er uitziet en hoe dat uitgroeit tot het rariteitenkabinet in de zeventiende eeuw.
- 2. Op welke wijze in de westerse architectuur grote ruimten worden overspannen door middel van koepels.
- 3. Hoe vanaf circa 1300 in de schilderkunst is getracht realistisch aandoende ruimten weer te geven en welke rol perspectivische methoden daarbij hebben gespeeld.
- 4. Hoe onder invloed van de mechanisering en industriële productie de kunst van de twintigste eeuw, met name de beeldhouwkunst, verschuift van de weergave der natuur naar geometrische abstractie en het construeren van ruimtelijke objecten.