Bijlage 3 Regeling beoordeling centraal examen: inrichting correctievoorschrift centrale integratieve eindtoets en centraal praktisch examen vmbo
Regeling beoordeling centraal examen
Het correctievoorschrift bestaat uit: Het werk van de kandidaten wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. Voor wat betreft artikel 41a is het gestelde in de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan de Tweede Kamer van 12 maart 2002 (kenmerk VO/BOB/02/1687) van toepassing. Voorts heeft de CEVO op grond van artikel 39 van dit Besluit de Regeling beoordeling centraal examen vastgesteld en bekend gemaakt via het Gele katern van Uitleg. De regeling is ook te raadplegen via www.examenblad.kennisnet.nl (voorheen: www.eindexamen. nl) Voor de beoordeling zijn op grond van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit en de hierboven aangehaalde brief aan de Tweede Kamer de volgende passages van belang. Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de Regeling beoordeling centraal examen van toepassing: Voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets zijn geen / de volgende vakspecifieke regels vastgesteld. Het kan voorkomen dat bij de beoordeling van een prestatie sprake is van meer beoordelingsaspecten. Als een prestatie bijvoorbeeld op vijf aspecten dient te worden beoordeeld, zijn de vijf beoordelingsaspecten in het beoordelingsschema aangeduid met het opgavenummer gevolgd door de letter a, b, c, d, respectievelijk e. De score voor de desbetreffende opgave wordt dan verkregen door de deelscores voor de onderscheiden beoordelingsaspecten op te tellen. EEN VOORBEELD VAN EEN TOELICHTING IS: Bij een maximumscore 3 wordt bedoeld STRUCTUREEL GELDT DE ONDERSTAANDE PASSAGE Het cijfer voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets wordt als volgt verkregen. De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast Deze score wordt meegedeeld aan de directeur. De directeur stelt het cijfer voor het centraal praktisch examen / de centrale integratieve eindtoets vast o
- 1. Regels voor de beoordeling
- 2. Algemene regels
- 3. Vakspecifieke regels (indien van toepassing)
- 4. Beoordelingsmodel
- 4.1 Toelichting bij het beoordelingsschema
- 4.2 Beoordelingsschema
- 5. Berekening cijfer
- 1. De directeur doet een exemplaar van de opgaven en de beoordelingsnormen van het examen toekomen aan de examinator.
- 2. Deze beoordeelt de prestaties, voor zover van toepassing tijdens het maken van de praktijkopgaven, volgens de door de CEVO gegeven richtlijn en legt zijn bevindingen schriftelijk vast in het beoordelingsschema (4.2).
- 3. De door de directeur aangewezen tweede examinator beoordeelt het resultaat van de praktijkopgaven, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het vorige lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De directeur overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opgaven en de beoordelingsnormen.
- 4. De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast.
- 5. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur.
- 1. De examinator vermeldt op het beoordelingsschema de namen en/of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere opgave toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat.
- 2. De examinator kent voor een prestatie scorepunten toe in overeenstemming met het beoordelingsmodel. Wijzigen, weglaten of toevoegen van onderdelen van het beoordelingsmodel is niet toegestaan. Scorepunten zijn alleen de gehele getallen 0, 1, .., n.
- 3. Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels:
- 3.1 voor een volledig juiste prestatie wordt bij de desbetreffende opgave het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend;
- 3.2 indien een prestatie gedeeltelijk juist is, wordt indien het beoordelingsmodel dit toelaat, een deel van de te behalen scorepunten toegekend in overeenstemming met het beoordelingsmodel;
- 3.3 indien een andere prestatie is gehanteerd dan aangeven in het beoordelingsmodel en deze is aantoonbaar vakinhoudelijk juist of gedeeltelijk juist moeten scorepunten toegekend naar analogie van het beoordelingsmodel;
- 3.4 indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken /, gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van eenzelfde prestatie.
- 4. Mocht tijdens het examen een hulpmiddel niet werken en dit is niet te wijten aan het verkeerd gebruik door de kandidaat dan mag dat geen invloed hebben op de beoordeling van de kandidaat. De kandidaat mag daar in tijd en punten niet door benadeeld worden.
- 5. Indien de examinator voor het begin van het examen meent dat in het examen of in het beoordelingsmodel een fout of onvolkomenheid zit, deelt hij dit onverwijld mee aan de CEVO. Indien een vermeende fout of onvolkomenheid pas tijdens de afname blijkt, beoordeelt de examinator het werk van de kandidaten alsof het examen en beoordelingsmodel juist zijn. Hij kan de fout of onvolkomenheid dan alsnog mededelen aan de CEVO. Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsmodel. Met een eventuele fout wordt bij de definitieve vaststelling van de normering van het examen rekening gehouden (zie ook 5 berekening cijfer).
- 6. Als een onvolkomen prestatie in een onderdeel van het examen doorwerkt in een daaropvolgend gedeelte, mag alleen die onvolkomen prestatie en niet de verdere uitwerking daarvan worden aangerekend, tenzij daardoor het volgende gedeelte aanzienlijk wordt vereenvoudigd of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.
- 7. Scorepunten worden toegekend op grond van de door de kandidaat gegeven prestaties voor iedere opgave. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven.
- • de opdracht is volledig correct uitgevoerd: 3 scorepunten geven.
- • de opdracht is voor meer dan de helft correct uitgevoerd: 2 scorepunten geven.
- • de opdracht is voor minder dan de helft correct uitgevoerd: 1 scorepunt geven.
- • de opdracht is onvoldoende correct of niet uitgevoerd: 0 score punten geven.