Bijlage 4 Vpb bf
Vennootschapsbelasting; bedrijfsfusie (Vpb bf)
Belastingdienst/<Regio>/<kantoor> Uw brief van: Datum: Uw kenmerk: Ons kenmerk: <naam geadresseerde> <adres> <postcode + plaats> Onderwerp: Vennootschapsbelasting. Afwijzende beschikking bedrijfsfusie. Geachte <naam>, Naar aanleiding van uw bovenvermelde brief deel ik u het volgende mee. In uw brief verzoekt u vrijstelling van de heffing van vennootschapsbelasting ter zake van de overdracht van (het zelfstandige onderdeel van) de onderneming van <naam overdragende rechtspersoon (fiscaal nummer)> te <vestigingsplaats> (hierna te noemen: overdrager) aan <naam overnemende rechtspersoon (fiscaal nummer)> te <vestigingsplaats> (hierna te noemen: overnemer) tegen uitreiking van aandelen; De Staatssecretaris van Financiën heeft mij in het besluit met nummer CPP2008/1008 toegestaan een beslissing te nemen op uw verzoek. Besluit: Ik wijs uw verzoek af. Aan de voorwaarden voor de vrijstelling wordt niet voldaan, omdat: Hoogachtend, Belastingdienst/<Regio>/<kantoor> De Inspecteur, ………… Dit is een voor bezwaar vatbare beschikking. Als u het niet eens bent met deze beschikking kunt u binnen zes weken na dagtekening van deze beschikking een bezwaarschrift indienen bij de Belastingdienst. Het postadres staat op deze beschikking. Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het binnen de bezwaartermijn is ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaarschrift tijdig ingediend als het vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen.
- – de bedrijfsfusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing, waardoor het verzoek op grond van het bepaalde in artikel 14, vierde lid, van de Wet Vpb niet voor inwilliging vatbaar is;
- – het verzoek niet is ingediend vóór de overdracht van de onderneming;
- – geen sprake is van een door de overdrager uitgeoefende onderneming in materiële zin;
- – de overgedragen vermogensbestanddelen voor de overnemer geen zelfstandige onderneming kunnen vormen;
- – de overdracht van de onderneming wordt gevolgd door vervreemding aan een derde van een wezenlijk deel van de overgedragen onderneming, en
- • aannemelijk is dat het voornemen daartoe al vóór de overdracht bestond, en
- • dit niet geschiedt in het kader van een bij de aard en omvang van de onderneming van de overnemer passende bedrijfsuitoefening, en
- • niet wordt voldaan aan het bepaalde in paragraaf 3.1 van het besluit met nummer CPP2008/1008;
- – geen sprake is van overdracht geheel tegen uitreiking van aandelen;
- – geen adequate tegenprestatie voor de overgedragen onderneming wordt verkregen.
- – de overdracht tegen preferente aandelen plaatsvindt,
- • die niet cumulatief preferent zijn;
- • die een dividendpercentage hebben dat niet op zakelijke wijze is bepaald;
- • waarbij de waarde van de door de overdrager verkregen (cumulatief preferente) aandelen niet gelijk is aan de waarde in het economische verkeer van de overgedragen onderneming;
- – sprake is van een fiscale eenheid in de zin van artikel 15 van de Wet Vpb tussen overdrager en overnemer;
- – de voorovereenkomst of intentieverklaring niet binnen 9 maanden na de aanvang van het gewenste overgangstijdstip is gesloten en geregistreerd;
- – de oprichting van en de overdracht aan de overnemer niet hebben plaatsgevonden binnen 15 maanden na het gewenste overgangstijdstip;
- – het eerste boekjaar van de overnemer feitelijk de resultaten van meer dan 24 maanden omvat;
- – met het verlenen van terugwerkende kracht een incidenteel fiscaal voordeel wordt behaald;