Bijlage G Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten: behorende bij artikel 28
Sinds de jaren negentig moeten contactgemeenten aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap rapporteren over de door de RMC-functie behaalde resultaten en de stand van zaken in de regio met betrekking tot de uit te voeren functies. Sinds de introductie van het onderwijsnummer in het voortgezet en het middelbaar beroepsonderwijs is het basisregister onderwijs (BRON) een betrouwbare dataset geworden voor het genereren van landelijk cijfers over het aantal VSV-ers. Sinds 2007 wordt BRON gebruikt om de regionale en landelijke voortgang in het bestrijden van de schooluitval vast te stellen. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de functie en de opzet van de regionale RMC effectrapportages. Waar de rapportage eerst een instrument was om beleidsinformatie te verzamelen, wordt de rapportage nu een instrument voor de gemeenten om de doeltreffendheid en doelmatigheid van hun aanpak van voortijdig schoolverlaten (en op termijn de uitvoering van de leerplichtwet) te toetsen en onderling te vergelijken. Voor het rapportagejaar 2007/2008 zijn de eerste stappen gezet naar een nieuw model voor de rapportage van voortijdig schoolverlaten van jongeren van 12–23 jaar. Dit model is in overleg met het veld tot stand gekomen. In het nieuwe model zijn zowel de vragen als een toelichting op de vragen van het model opgenomen. Aan het eind van dit stuk, treft u een kort overzicht aan met relevante regelingen, definities en afkortingen. De gevraagde gegevens vult u in in de bijgevoegde tabellenbijlage (Excel document), die u voor 1 december van het jaar t dient op te sturen aan OCW. Het gebruik van de tabellenbijlage ‘Model RMC-functie schooljaar 2007/2008’ is verplicht. Enkele tabellen die dit jaar nieuw zijn ingevoerd, zijn facultatief voor dit jaar en pas verplicht vanaf volgend jaar. Gevraagd wordt naar de gegevens over de periode 1 augustus van het jaar t-1 tot 1 augustus van het jaar t, hier verder aangeduid met verslagperiode. De gevraagde informatie betreft: Bij Tabel 1
- – in het regionale netwerk participerende gemeenten;
- – in het regionale netwerk participerende instellingen;
- – de inzet van middelen;
- – good practices;
- – het kwantitatieve vsv-beeld met betrekking tot behandeling en herplaatsingen;
- – streefdoelen, realisatie en voortgang convenantmaatregelen;
- – knelpunten en succesfactoren;
- – Barometer RMC functie.
- – Coördinatie = het tot stand brengen van samenwerking op bestuurlijk, beleids- en uitvoerend niveau ter vermindering en voorkomen van voortijdig schoolverlaten en het organiseren van een sluitende aanpak in de melding, registratie en doorverwijzing van voortijdig schoolverlaters.
- – Administratieve ondersteuning/registratie/ICT = administratieve verwerking van meldingen, herplaatsing en uitschrijving en de voorzieningen die daarvoor nodig zijn.
- – Trajectbegeleiding = inzet voor de reguliere begeleiding van vsv’ers terug naar school en/of werk.
- – Projecten = samenwerking in activiteiten voor een specifieke doelgroep met als doel terugleiden naar school en/of werk.
- – Preventie = Activiteiten gericht op jongeren die nog ingeschreven staan bij een onderwijsinstelling maar die risico lopen uit te vallen,
- – Versterking leerplicht / kwalificatieplicht = inzet gericht op het versterken van de structuur ter bevordering van de leerplicht en het doen naleven van de kwalificatieplicht. Dit kan bijvoorbeeld vorm krijgen door extra leerplichtambtenaren, scholing, informatievoorziening of regionalisering.
- – Reservering = indien u dit jaar een deel van de rijksbijdrage hebt gereserveerd voor een specifieke uitgave in de toekomst, kunt u dit hier aangeven. Indien u deze verslagperiode een eerder gereserveerd bedrag inzet, kunt u dat aangeven door een negatief bedrag op reservering in te vullen.
- – Scholen in de VO-sector:
- • scholen voor speciaal voortgezet onderwijs;
- • scholen voor regulier voortgezet onderwijs (waaronder praktijkonderwijs).
- – Instellingen in de BVE-sector. Volgens artikel 1.3.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs vallen hieronder ROC’s, AOC’s en vakinstellingen.
- a. die de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt,
- b. die niet in het bezit is van een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs dan wel een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en
- c. die
- 1°. het onderwijs aan de school gedurende een aaneengesloten periode van ten minste een maand of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, of
- 2°. bij de school wordt uitgeschreven of van de school wordt verwijderd.
- 1. maximum leeftijdsgrens: tot 23 jaar. In deze rapportage wordt als ondergrens 12 jaar gehanteerd, zodat ook leerplichtige voortijdige schoolverlaters meegerekend worden als vsv’er.
- 2. minimum opleidingsgrens: Het niveau van de startkwalificatie is gedefinieerd als een diploma op tenminste niveau 2 van de kwalificatiestructuur secundair beroepsonderwijs (dit kan bereikt worden via de beroeps-begeleidende of de beroepsopleidende leerweg), dan wel niveau havo of vwo. Er is evenmin sprake van een voortijdig schoolverlater in geval van uitstroom uit het onderwijs met een diploma op een hoger gelegen niveau. Hoewel jongeren met een getuigschrift praktijkonderwijs of een diploma assistent-opleiding (niveau 1) niet aan de voornoemde opleidingsgrens (van het in algemene zin wenselijk geachte niveau 2 of hoger) van de startkwalificatie voldoen, worden zij niet gerekend tot de groep voortijdig schoolverlaters mits zij een plek op de arbeidsmarkt hebben. Deze individuele uitstromers moeten wel worden gemeld en na aanvullende actie om te bepalen of ze wel of niet aan het werk zijn wel worden geregistreerd. Jongeren die het praktijkonderwijs zonder getuigschrift of een assistent-opleiding zonder diploma verlaten en zich niet meer inschrijven voor een andere opleiding worden uiteraard wel gerekend tot voortijdig schoolverlaters en dienen te worden meegeteld bij de relevante tabellen: voor deze jongeren is ook nadere actie geboden.
- 3. geen inschrijving bij een onderwijsinstelling: Voortijdig schoolverlater = voortijdig onderwijsverlater Een voortijdig schoolverlater is feitelijk een voortijdig onderwijsverlater: na de uitschrijving is niet sprake van een nieuwe inschrijving bij een onderwijsinstelling. Leerlingen die bijvoorbeeld na het behalen van een VMBO- of mavo-diploma zich vervolgens niet meer inschrijven voor een vervolg-opleiding, worden dus gerekend tot de groep voortijdig schoolverlaters. Ook zij, die zonder de gedefinieerde minimum startkwalificatie worden uitgeschreven bij een onderwijsinstelling en gaan werken zonder gelijktijdig een opleiding te volgen, vallen dus onder deze categorie.
- 4. of wel een inschrijving, maar langdurig afwezig als een ingeschreven leerling gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 1 maand het onderwijs niet meer volgt.
- – naar een andere opleiding binnen een scholengemeenschap;
- – en evenmin in geval van overstap naar een andere school; als de uitschrijving en inschrijving op elkaar aansluiten is er immers geen sprake van voortijdig ónderwijsverlaten.