Art. 3.1 Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, Overgangsbepalingen

Besluit brandveilig gebruik bouwwerken

1. Een vergunning voor het brandveilig gebruik van bouwwerken op grond van de verordening, bedoeld in artikel 8 van de wet, verleend voor het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, blijft van toepassing voor zover een gebruiksvergunning op grond van dit besluit is vereist. Artikel 2.11.6 is op een dergelijke vergunning van toepassing.

2. Een vergunning voor het brandveilig gebruik van bouwwerken op grond van de verordening, bedoeld in artikel 8 van de wet, verleend voor het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, wordt voor zover deze betrekking heeft op een situatie waarvoor op grond van dit besluit een melding als bedoeld in artikel 2.12.1 is vereist, beschouwd als een melding als bedoeld in laatstgenoemd artikel.

3. Een aanvraag om vergunning voor het brandveilig gebruik van bouwwerken op grond van de verordening, bedoeld in artikel 8 van de wet, ingediend voor het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, wordt voor zover deze betrekking heeft op een situatie waarvoor op grond van dit besluit een melding als bedoeld in artikel 2.12.1 is vereist, beschouwd als een melding als bedoeld in laatstgenoemd artikel.

4. Met betrekking tot een aanvraag om vergunning voor het brandveilig gebruik van bouwwerken op grond van de verordening, bedoeld in artikel 8 van de wet, ingediend voor het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt alsmede met betrekking tot enig bezwaar of beroep ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijke aanvraag, blijven voor zover deze aanvraag betrekking heeft op een situatie waarvoor op grond van dit besluit een gebruiksvergunning is vereist de voorschriften van toepassing die golden op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend.

Uitspraken die dit artikel aanhalen