Art. 3 Regeling toelagen bedrijfshulpverleners EZ

Regeling toelagen bedrijfshulpverleners EZ

1. Het hoofd van dienst wijst de medewerker voor onbepaalde tijd aan als BHV-er.

2. In het aanwijzingsbesluit worden in ieder geval vermeld:

a. de naam, de voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, het adres, en de woonplaats van de BHV-er;

b. de door de BHV-er gevolgde en voor bedrijfshulpverleningstaken relevante cursussen;

c. het dienstonderdeel of de dienst waar de BHV-er werkzaam is;

d. d. de taak bij de BHV, de BHV-locaties waar hij kan worden ingezet en de datum met ingang waarvan hij wordt aangewezen voor de taak bij de BHV.

3. Intrekking van het besluit tot aanwijzing als BHV-er vindt plaats:

a. op schriftelijke aanvraag van de medewerker;

b. als de medewerker niet meer in het bezit is van een geldig certificaat van de BHV-opleidingscursus of een geldig eenheidsdiploma EHBO met de aantekening reanimatie;

c. als een hoofd BHV de medewerker niet meer in staat acht op adequate wijze zijn taak uit te voeren;

d. ingeval van schorsing van de medewerker;

e. als de medewerker niet langer werkzaam is bij het ministerie.