Bijlage VI Algemene douaneregeling
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt. Dit geldt ook voor het indienen van een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of tot wederuitvoer. Indien een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling schriftelijk wordt gedaan, is in artikel 15 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie bepaald dat de in de bijlage 9, aanhangsels B1 tot en met B6 opgenomen formulieren worden gebruikt. Dit geldt alleen voor het indienen van een douaneaangifte voor de douaneregelingen: Het indienen van een schriftelijke aangifte mag worden gedaan tot het nationale systeem voor het indienen van aangiften is ontwikkeld of is opgewaardeerd op basis van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 van de Commissie van 11 april 2016 tot vaststelling van het werkprogramma voor voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PbEU 2016, L 994). De aangiften, bij het gebruik van de schriftelijke formulieren of via elektronische communicatie, worden ingevuld volgens aanhangsels C1 (de in te vullen gegevens) en C2 (de te gebruiken codes voor de in te vullen gegevens) bij Bijlage 9 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie. In aanhangsel C1 wordt aan de lidstaten overgelaten om bepaalde gegevenselementen al dan niet te vragen. Verder is aan de lidstaten de bevoegdheid gegeven om de Toelichting bij het Enig Document (aanhangsel C1 bij bijlage 9 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie) aan te vullen. In deze bijlage is opgenomen of het gegevenselement moet worden opgenomen in de aangifte en wordt de toelichting aangevuld. De in de aangifte te gebruiken codes volgens Aanhangsel C2 bij bijlage 9 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie en eventuele nationa
- • in het vrije verkeer brengen
- • douane-entrepot
- • tijdelijke invoer
- • bijzondere bestemming
- • actieve veredeling
- a. wanneer volgens bindende EU-rechtshandelingen aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling of tot wederuitvoer moet worden gedaan;
- b. indien nodig, tijdens de in een toetredingsakte bepaalde overgangsperiode, in het handelsverkeer tussen de Unie in haar samenstelling voor de toetreding en de nieuwe lidstaten, enerzijds, en tussen deze laatste onderling, anderzijds, voor goederen waarvoor alle douanerechten en heffingen van gelijke werking nog niet geheel zijn opgeheven of waarvoor nog andere in de toetredingsakte vastgestelde maatregelen gelden;
- c. wanneer bindende EU-rechtshandelingen daar uitdrukkelijk in voorzien.
- – exemplaar 1 te bewaren door de autoriteiten van de lidstaat waar de formaliteiten bij uitvoer (eventueel verzending) of douanevervoer worden vervuld,
- – exemplaar 2 bestemd voor de statistiek van de lidstaat van uitvoer; dit exemplaar kan eveneens worden gebruikt voor de statistiek van de lidstaat van verzending in het geval van handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Unie met verschillende belastingstelsels,
- – exemplaar 3 bestemd voor de exporteur, na visering door de douane,
- – exemplaar 4 te bewaren door het kantoor van bestemming bij douanevervoer of te gebruiken als bewijs van de EU-status van de goederen,
- – exemplaar 5 terugzendingsexemplaar van de regeling douanevervoer,
- – exemplaar 6 te bewaren door de autoriteiten van de lidstaat waar de formaliteiten bij invoer worden vervuld,
- – exemplaar 7 bestemd voor de statistiek van de lidstaat van invoer. Dit exemplaar kan eveneens voor de statistiek van deze lidstaat worden gebruikt wanneer het gaat om handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Unie met verschillende belastingstelsels.
- – exemplaar 8 bestemd voor de geadresseerde.
- – uitvoer, passieve veredeling of wederuitvoer: exemplaren 1, 2 en 3,
- – douanevervoer: exemplaren 1, 4 en 5,
- – douaneregelingen bij invoer: exemplaren 6, 7 en 8.
- – de kleur van de drukinkt,
- – het gebruik van cursief gedrukte tekst,
- – de onderdruk van de vakken die betrekking hebben op douanevervoer.
- – bij Uniedouanevervoer naar of via Zwitserland dient aan het Zwitserse kantoor van binnenkomst een extra exemplaar dat identiek is aan het exemplaar nr. 4 te worden afgegeven (zie artikel 12 van de overeenkomst tussen de EEG en de EVA-landen1Onder ‘EVA’ wordt in deze bijlage niet enkel verstaan de landen van de EVA, doch eveneens de andere partijen bij de overeenkomsten ‘Gemeenschappelijk douanevervoer’ en ‘Vereenvoudiging van de formaliteiten in het goederenverkeer’, met uitzondering van de Unie. betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer).
- – indien goederen onder een douaneregeling worden geplaatst met gebruikmaking van het formulier Enig document, dienen in de hierna omschreven gevallen één, twee of drie extra exemplaren van het formulier Enig document te worden ingediend. Daartoe is nationaal een exemplaar 0/0 ontwikkeld. De aangever kan voor het extra exemplaar echter ook een fotokopie van het formulier Enig document gebruiken. Achter de verticaal gedrukte aanduidingen van het extra exemplaar komen letters en een lettercombinatie voor. De aangever kan door omcirkeling van een letter of lettercombinatie aanduiden voor welk doel het extra exemplaar wordt ingediend.
- • Extra exemplaar (A): Wanneer een aangifte ten uitvoer of voor douanevervoer wordt gedaan, kunnen één of meer exemplaren (A) zijn vereist, ingevolge de bepalingen inzake vrijstelling of teruggaaf van rechten bij uitvoer of inzake landbouwrestitutie.
- • Extra exemplaar (W): Wanneer een aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan waarbij een exemplaar noodzakelijk is om de goederen weg te mogen voeren, kan een extra exemplaar (W) worden ingediend.
- • Extra exemplaar (D-W): Wanneer een exemplaar van het Enig document als vervoersopdracht wordt gebruikt op grond van de Wet op de accijns of de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, kan een extra exemplaar (D-W) worden ingediend.
- • Extra exemplaar (Z): Een extra exemplaar (Z) moet worden ingediend indien het betreft goederen waarvoor in de vrijstellingsvergunning is bepaald dat een vrijstellingsregeling wordt gehouden.
- – de juistheid van de in de aangifte voorkomende gegevens,
- – de echtheid van de bijgevoegde documenten, en
- – de naleving van alle verplichtingen in verband met de plaatsing van de betrokken goederen onder de gevraagde regeling.
- – de laatste cijfers van het lopende kalenderjaar;
- – landcode;
- – 14 posities.
- – van 0,001 tot 0,499: afronding op de lagere eenheid (kg),
- – van 0,5 tot 0,999: afronding op de hogere eenheid (kg).
- 1. Bijzondere vermeldingen; (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling tabel A12);
- 2. Bescheiden, voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel T03).
- a. In geval van aangifte ten uitvoer met terugbetaling dient te worden vermeld: ‘verzoek om terugbetaling DWU’, alsmede de betreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen
- b. Wanneer aangifte ten uitvoer plaatsvindt voor uit het vrije verkeer afkomstige accijnsgoederen c.q. verbruiksbelastinggoederen waarvoor teruggaaf van de accijnzen/verbruiksbelasting wordt verlangd dient te worden vermeld: ‘verzoek om terugbetaling van accijns/verbruiksbelasting’, alsmede de betreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen.
- c. Wanneer de aangifte tot wederuitvoer ter aanzuivering van het stelsel van douane-entrepots bij een ander douanekantoor dan het controlekantoor wordt ingediend, vermelding van de naam en het adres van het controlekantoor, alsmede de betreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen
- d. Vervallen
- e. Indien de aanvraag van een vergunning op de aangifte wordt gedaan voor een bijzondere regeling op basis van artikel 163, eerste lid of vijfde lid, van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie dient te worden vermeld: ‘Vereenvoudigde vergunning’, alsmede de desbetreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen.
- f. In het geval van een aangifte ten uitvoer, waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid het exemplaar nr.3 aan een tussenpersoon terug te geven, de vermelding ‘RET/EXP’ vermelden, alsmede de desbetreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen. Zonodig kan in vak 50 de naam en het adres worden vermeld van de persoon aan wie het exemplaar nr. 3 kan worden teruggegeven.
- a. Alle over te leggen bescheiden dienen door de aangever te worden voorzien van de aangifte-identificatie die in vak A is vermeld. Deze nummering dient op de bescheiden te worden aangebracht rechtsboven of, als dat niet mogelijk is, zo dicht mogelijk bij die plaats of in een daartoe bestemd vak. In de gevallen waarin op de aangifte geen aangifte-identificatie is vermeld, blijft de nummering van de bescheiden achterwege.
- b. Wanneer uitvoer plaatsvindt van accijnsgoederen, wordt in de aangifte ten uitvoer het ARC-nummer van het e-AD vermeld.
- – verdragsluitende partijen van buiten de EU bij de verdragen betreffende een gemeenschappelijke regeling voor het douanevervoer en de vereenvoudiging van de formaliteiten in het goederenverkeer;
- – Andorra;
- – San Marino.
- – de laatste cijfers van het lopende kalenderjaar;
- – landcode;
- – 14 posities.
- 1. In dit vak de merken en nummers, het aantal en de aard van de colli of, bij onverpakte goederen, het aantal voorwerpen vermelden, evenals de voor de identificatie van de goederen noodzakelijke gegevens. De aard van de colli wordt vermeld volgens de desbetreffende EU-code (zie codeboek Douane onderdeel Aangiftebehandeling tabel A25). Indien de goederen die in dit vak worden omschreven een gedeelte vormen van de inhoud van één collo, dient te worden vermeld: deel van collo nr. ... (in te vullen het nummer van het collo of, als het geen nummer heeft, het merk). Deze vermelding laat onverlet de verplichting om merk, nummer, aantal en soort van het collo te vermelden. Indien containers worden gebruikt, dienen in dit vak bovendien de merktekens daarvan te worden ingevuld.
- 2. Onder omschrijving van de goederen wordt de gebruikelijke handelsbenaming verstaan. Behalve voor niet-Uniegoederen die in een publiek douane-entrepot type II of particulier douane-entrepot onder de regeling douane-entrepots worden geplaatst, dient deze benaming dermate duidelijk te zijn dat de goederen op basis daarvan kunnen worden geïdentificeerd en onmiddellijk en met zekerheid kunnen worden ingedeeld in het gebruikstarief.
- 3. In dit vak worden eveneens de krachtens bijzondere voorschriften vereiste gegevens vermeld (omzetbelasting, accijnzen, enz.).
- – van 0,001 tot 0,499: afronding op de lagere eenheid (kg),
- – van 0,5 tot 0,999: afronding op de hogere eenheid (kg).
- 1. Bijzondere vermeldingen (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A12);
- 2. Bescheiden (voorgelegde stukken; certificaten en vergunningen) (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel T03);
- 3. Overig/Lopende procedures.
- a. Wanneer de aangifte tot plaatsing van goederen onder het stelsel van douane-entrepots bij een ander douanekantoor dan het controlekantoor wordt overgelegd, de naam en het adres van het controlekantoor vermelden, alsmede de desbetreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen.
- b. Indien de aanvraag van een vergunning op aangifte wordt gedaan voor een bijzondere bestemming op basis van artikel 163, eerste lid, onderdeel b, van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie dient te worden vermeld: ‘Vereenvoudigde vergunning’, alsmede de desbetreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen.
- c. In geval van aangifte ten invoer tot verbruik, inzake de bevoorrading van vervoermiddelen als is bedoeld in artikel 24a van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 vermelden: ‘art. 24a Uitv. besl. o.b. 1968’, alsmede de desbetreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen.
- d. In geval van aangifte ten invoer voor het vrije verkeer en tot verbruik waarbij gebruik wordt gemaakt van de verleggingsregeling omzetbelasting als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968, vermelden: ‘art. 23 Wet OB’, alsmede de desbetreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen gevolgd door het desbetreffende btw-identificatienummer.
- 1. type belasting (rechten bij invoer, omzetbelasting, enz.) (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A16);
- 2. maatstaf van heffing (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling tabel T08 voor de maateenheid en tabel A97 voor de aanduiding);
- 3. heffingsvoet;
- 4. bedrag van de verschuldigde belasting;
- 5. gekozen wijze van betaling (WB). (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel 116);
- 6. totaal bedrag.
- – een eigendomsoverdracht tussen een ingezetene en een niet-ingezetene plaatsvindt, en
- – een financiële tegenprestatie of een tegenprestatie in natura (ruilhandel) plaatsvindt of zal plaatsvinden.
- – de eerste twee tekens (a2) identificeren het land door middel van de in vak 2 vermelde landencodes.
- – de zes volgende tekens (an6) identificeren het betrokken douanekantoor in dit land. Hiervoor geldt de volgende structuur:
- – huwelijksuitzetten en inboedel die toebehoren aan een persoon die zijn normale verblijfplaats overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk; persoonlijke goederen, verkregen in het kader van een erfopvolging
- – uitzetten, studiebenodigdheden en andere roerende goederen van scholieren en studenten;
- – lijkkisten die het stoffelijk overschot en lijkurnen die de as van overledenen bevatten alsmede grafornamenten:
- – goederen voor instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter en goederen ten bate van slachtoffers van rampen.
- – Het voorafgaande document is een document voor extern douanevervoer en het door het kantoor van bestemming toegekende nummer is ‘238544’. De code is dan ‘Z-821-238544’. (‘Z’ voor het voorafgaand document, ‘821’ voor de regeling douanevervoer en ‘238544’ voor het registratienummer van het document (of MRN voor NCTS-transacties).
- – Een goederenmanifest met het nummer ‘2222’ wordt als summiere aangifte gebruikt. De code is dan ‘X-785-2222’. (‘X’ voor de summiere aangifte, ‘785’ voor het goederenmanifest en ‘2222’ voor het identificatienummer van het goederenmanifest).
- – Accijnsgoederen onder schorsing worden in EMCS geboekt en vervolgens wordt een aangifte ten uitvoer ingediend. De code is dan: ‘Z-AAD-10NL123456789E1234561-1’. (‘Z’ voor het voorafgaande document, ‘AAD’ voor het elektronische administratieve document, ‘10NL123456789E1234561’ voor de unieke administratieve referentiecode en ‘1’ voor het artikelnummer).
- – De goederen zijn op 14 februari 2002 in de administratie ingeschreven. De code is dan: ‘Y-CLE-20020214-5’ (‘Y’ om aan te geven dat er een oorspronkelijke aangifte is, ‘CLE’ voor ‘inschrijving in de administratie’, ‘20020214’ voor de datum van registratie, dat wil zeggen het jaar ‘2002’, de maand ‘02’ en de dag ‘14’, en ‘5’ voor de referentie van de inschrijving.
- – een letter ter aanduiding van het soort entrepot (a1):
- – het door de lidstaat bij de afgifte van de vergunning toegekende identificatienummer. (an..20).
- – de landencode van de lidstaat die de vergunning heeft afgegeven, zoals vermeld in vak 2 (a2).
- – in het eerste deelvak van vak 1 wordt de afkorting ‘IM/c’, ‘EX/c’ of ‘EU/c’ (of eventueel ‘CO/c’) aangebracht; deze afkortingen worden echter niet vermeld:
- – wanneer het formulier uitsluitend voor douanevervoer wordt gebruikt, in welk geval in het derde deelvak ‘T1bis’, ‘T2bis’, ‘T2Fbis of T2SMbis’ wordt vermeld, al naar gelang de regeling douanevervoer die op de goederen van toepassing is;
- – wanneer het formulier uitsluitend wordt gebruikt om het EU-karakter van de goederen aan te tonen, in welk geval in het derde deelvak, naar gelang de douanestatus van de goederen, ‘T2Lbis’, ‘T2LFbis of T2LSMbis’ wordt ingevuld.
- – de lidstaten kunnen bepalen dat vak 2/8 niet wordt ingevuld of uitsluitend de naam, de voornaam en het eventuele identificatienummer van de betrokkene mag bevatten,
- – het gedeelte ‘samenvatting’ van vak 47 is bestemd voor de definitieve samenvatting van alle artikelen waarop de gebruikte IM en IM/c of EX en EX/c of EU en EU/c (eventueel CO en CO/c) formulieren betrekking hebben. Dit vak wordt dus uitsluitend ingevuld op het laatste formulier van de bij een IM, EX of EU (eventueel CO) document gevoegde IM/c, EX/c of EU/c (eventueel CO/c) formulieren. Op deze plaats worden het totaal per type belasting en het totaalgeneraal (TG) van de verschuldigde belastingen vermeld.
- – worden de niet-ingevulde vakken 31 (Colli en omschrijving van de goederen) van het aanvullend formulier doorgehaald zodat het niet mogelijk is daar later iets toe te voegen;
- – wanneer in het derde deelvak van vak 1 de afkorting ‘T’ is vermeld, worden de vakken 32 ‘Artikelnummer’, 33 ‘Goederencode’, 35 ‘Brutomassa (kg)’, 38 ‘Nettomassa (kg)’, 40 ‘Summiere aangifte/voorafgaand document’, en 44 ‘Bijzondere vermeldingen/voorgelegde stukken/certificaten en vergunningen’ van het eerste artikel op de aangifte voor douanevervoer doorgehaald en mogen de merken, nummers, aantal en soort van de colli en de omschrijving van de goederen niet in het eerste vak 31 ‘Colli en omschrijving van de goederen’ van het document worden vermeld. In het eerste vak 31 van dit document wordt het aantal aanvullende formulieren ingevuld waarop het teken T1bis, T2bis, T2Fbis of T2LSMbis voorkomt.