Art. 2 Examenregeling frequentiegebruik 2008, Algemeen

Examenregeling frequentiegebruik 2008

1. De minister:

a. stelt de theorie-examenopgaven, het vraagtype, de daarbij behorende juiste antwoorden, het aantal vragen, de tijdsduur en de minimumscore voor een geslaagd examen vast; en

b. kan de praktijkexamenopgaven en de juiste wijze van uitvoering daarvan vaststellen.

2. De minister:

a. neemt de theorie-examens af; en

b. kan de praktijkexamens afnemen of door erkende instellingen laten afnemen.