Art. 4 Tijdelijke subsidieregeling voorkomen en tegengaan van polarisatie en radicalisering

Tijdelijke subsidieregeling voorkomen en tegengaan van polarisatie en radicalisering

1. De subsidie wordt geweigerd als:

a. de uitvoering van de activiteiten plaatsvindt na 2011;

b. de subsidie is bedoeld voor instandhouding van een organisatie;

c. de activiteiten bedoeld zijn om goederen of diensten met winstoogmerk te verhandelen.

2. De Minister weigert de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk wanneer naar zijn oordeel:

a. de activiteiten onvoldoende bijdragen aan het voorkomen of tegengaan van polarisatie en radicalisering onder jongeren;

b. de aard en de omvang van de problematiek waar de activiteiten op zijn gericht te gering is;

c. de activiteiten onvoldoende innovatief zijn;

d. de kosten van de activiteiten te hoog zijn in verhouding tot het beoogde resultaat;

e. de activiteiten niet passen binnen de prioriteiten die de Minister voorafgaand aan het subsidiejaar heeft vastgesteld in een beleidsregel.