Art. 3 Regeling werk- en rusttijden luchtvaart, Rust

Regeling werk- en rusttijden luchtvaart

Indien het tijdzoneverschil tussen het begin en het einde van een vliegdienstperiode vier uur of meer bedraagt, wordt:

a. op de thuisbasis de minimumrust, bedoeld in onderdeel 1.1110, onder 1.1, van de verordening, verhoogd met het tijdzoneverschil tussen de thuisbasis en de plaats waar de voorgaande vliegdienstperiode is aangevangen, tot een rust van ten minste 16 uur;

b. buiten de thuisbasis de minimumrust, bedoeld in onderdeel 1.1110, onder 1.2, van de verordening, verhoogd met vier uur, tot een rust van ten minste 14 uur.