Bijlage II Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart: bij artikel 27, vierde lid, van de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart
Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart
1.1 Dit controleprotocol heeft betrekking op de subsidieverstrekking van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat aan begunstigden in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart, voor zover dit subsidies betreft van € 100.000 of meer. 1.2 De volgende begrippen zijn van toepassing: project: een samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie van beide, een haalbaarheidsstudie of, kennisoverdracht; regeling: Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart; financieel eindverslag: verslag met daarin een overzicht van de aan het project toe te rekenen daadwerkelijk betaalde subsidiabele kosten en inkomsten alsmede een toelichting op de verschillen ten opzichte van de bij de aanvraag ingediende begroting. 1.3 De volgende bijzondere regelingen zijn van toepassing: de Kaderwet Subsidies Verkeer en Waterstaat; de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart. 1.5 Dit controleprotocol is een nadere uitwerking van artikel 27, vierde lid, van de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart. In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de uitvoering van de controle door de accountant van de subsidieontvanger ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van de subsidie alsmede op welke wijze de uitkomsten van deze controle dienen te worden gerapporteerd. 1.6 Ter toetsing van de naleving van het controleprotocol kan door accountants van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat of door vanwege dit Ministerie aangewezen accountants een review worden uitgevoerd bij de accountant van de subsidieontvanger. Indien een review wordt uitgevoerd zal hierover tevens overleg worden gepleegd met de subsidieontvanger. 2.1 De controle dient de getrouwe weergave van de financiële gegevens in het financieel eindverslag alsmede de rechtmatige besteding van de ter beschikking gestelde middelen te omvatten. 2.2 Van de accountant van
- a. de kosten na indiening van de aanvraag zijn gemaakt en daadwerkelijk zijn betaald en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het project <projectnummer> met de titel <titel> terzake waarvan subsidie is verleend;
- b. het project is uitgevoerd overeenkomstig het projectplan (artikel 22 van de regeling), waarbij specifiek gekeken wordt of de geplande activiteiten zijn uitgevoerd aan de hand van concrete (tussen-)resultaten zoals verslagen, tussenrapportages of meetresultaten. Voorts wordt gecontroleerd of bij wijziging is voldaan aan artikel 21 van de regeling;
- c. het project is uitgevoerd in Nederland dan wel dat de Minister daarvoor een ontheffing heeft verleend en aan de eventueel daaraan gekoppelde voorwaarden is voldaan (artikel 21 van de regeling);
- d. de administratie (inclusief de urenverantwoordingen) voldoet aan de eisen zoals opgenomen in artikel 23 van de regeling;
- e. de in het financiële eindverslag opgenomen kosten de kosten betreffen die zijn aangegeven in artikel 6 van de en conform dit artikel zijn bepaald;
- f. de eventueel opgevoerde afschrijvingskosten van een schip aantoonbaar zijn gebaseerd op de afschrijvingstermijn die de subsidieaanvrager hanteert bij het opstellen van de jaarrekening overeenkomstig BW2 titel 9 en in overeenstemming zijn met bedrijfseconomisch aanvaardbare principes terzake (artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, van de regeling). Uitgegaan wordt van historische kosten;
- g. de betaalde kosten betrekking hebben op de periode […datum…] tot en met […datum…] die in de beschikking tot toewijzing van de subsidie is aangegeven;
- h. de bij de subsidieaanvraag en het vaststellingsverzoek verstrekte informatie omtrent de door andere bestuursorganen of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen verstrekte subsidies ter zake van de kosten van de gesubsidieerde activiteiten juist en volledig is weergegeven, alsmede of nadien subsidie van andere partijen dan de Minister van verkeer en Waterstaat is ontvangen;
- i. de in het financiële eindverslag opgevoerde BTW niet verrekenbaar is met de Belastingdienst;
- j. aan de subsidieontvanger geen surséance van betaling is verleend, geen faillissement voor de subsidieontvanger is aangevraagd dan wel dat geen verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
- k. indien er een eigendomsrecht op de projectresultaten rust, de overdracht van dit recht aan derden met toestemming van de Minister heeft plaatsgevonden.