Bijlage 1 Regeling modellen diploma’s VO: richtlijnen voor het invullen van de modellen en beveiligen waardepapier
Regeling modellen diploma’s VO
Het is noodzakelijk dat de waardedocumenten gedrukt worden op papier dat namaak en vervalsing tegengaat. Het papier dient daarom te beschikken over: Met dit papier moet zorgvuldig worden omgegaan om te borgen dat het niet in handen van onbevoegden komt. Er bestaan verschillende modellen voor verschillende diploma’s (bijvoorbeeld een regulier diploma, een diploma met het judicium cum laude of een diploma met een of meerdere vakken op een hoger niveau). Afhankelijk van het diploma dat wordt uitgereikt, dient het juiste model te worden gekozen. Let op dat er bij het invullen van de modellen per vak één regel wordt gebruikt. Afhankelijk van het aantal vakken worden de regels voor de vermelding van de vakken op de cijferlijst ongeldig gemaakt voor zover ze niet worden gebruikt, of wordt hun aantal aangepast aan het aantal vakken waarin de examenkandidaat examen heeft gedaan. Op de examendocumenten wordt steeds – voor zover van toepassing – achter het woord ‘aan’ vermeld: de naam van de school voor voortgezet onderwijs of instelling voor educatie en beroepsonderwijs (ROC). Indien het een ROC betreft komt er na ‘aan’ te staan: de opleiding vavo van ... De naam van de school of de instelling is de naam zoals gebruikt door het bestuur in het dagelijks maatschappelijk verkeer en zoals geregistreerd bij DUO. Indien een school een hoofdvestiging en tenminste één nevenvestiging heeft, waarbij het niet om een tijdelijke nevenvestiging mag gaan, is het toegestaan dat na de officiële naam van de school een komma volgt en het woord ‘locatie’, gevolgd door de naam van de locatie. Indien de onderwijsaanbieder in het dagelijkse verkeer een andere naam hanteert dan bij DUO is geregistreerd, is het toegestaan deze naam te vermelden, echter alleen onder toevoeging van: ‘onderdeel van’ met daaropvolgend de naam zoals bij DUO geregistreerd, met inachtneming van artikel 2.93 WVO 2020. Omdat alle diploma’s en cijferlijsten worden opgenomen in het diplomaregister is het belangrijk dat de naamg
- • een uniek watermerk,
- • UV-vezels,
- • een vloeiend kleurverloop,
- • microtekst en
- • een beschermlaag die verkleurt bij mechanische of chemische aantasting.
- • wanneer een vak zowel een schoolexamen/ college-examen en een centraal examen bevat moeten beide cijfers op één decimaal nauwkeurig worden opgenomen. De eindcijfers moeten zonder decimalen worden opgenomen. Zie de artikelen 3.13, 3.32, 4.11, 4.16 en 4.18 van het Uitvoeringsbesluit WVO.
- • wanneer het vak alleen een schoolexamen/ college-examen bevat en geen centraal examen kent moet het afgeronde schoolexamen- of college-examencijfer zonder decimalen worden opgenomen. Dit cijfer wordt ook opgenomen als eindcijfer. Zie de artikelen 3.13, tweede lid, 3.32, derde lid, 4.11, tweede lid en 4.18, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
- • het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo of vwo,
- • het thema of de titel van het profielwerkstuk en de beoordeling van het profielwerkstuk in het vmbo,
- • de beoordeling van het vak lichamelijke opvoeding in het havo of vwo,
- • de beoordeling van het vak ‘kunstvakken inclusief ckv’ en het vak lichamelijke opvoeding in het vmbo,
- • de cijfers voor de examenvakken met inbegrip van de vakken die deel uitmaken van het combinatiecijfer en het eindcijfer voor het combinatiecijfer (voor havo en vwo inclusief het profielwerkstuk),
- • de beoordeling van de maatschappelijke stage, en
- • de uitslag van het eindexamen/staatsexamen (zie voor de uitslagbepaling de artikelen 3.34 en 3.35 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of de artikelen 4.20 en 4.21 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020).
- • ‘geslaagd’ als de examenkandidaat geslaagd is en een diploma en een cijferlijst op gewaarmerkt papier ontvangt,
- • ‘afgewezen’, in het geval een examenkandidaat is afgewezen en alleen een officiële cijferlijst op gewaarmerkt papier ontvangt.
- • in het vakje ‘onderdeel waarin examen is afgelegd’: (het schoolexamen rekenen of het vak wiskunde);
- • in de vakjes met ‘eindcijfer’: het eindcijfer van het schoolexamen rekenen (zonder decimalen). Zie de artikelen 3.32, 3.13, tweede lid en 4.18, 4.11, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
- • wanneer een vak zowel een schoolexamen als een centraal examen bevat moeten beide cijfers op één decimaal nauwkeurig worden opgenomen. De eindcijfers moeten zonder decimalen worden opgenomen,
- • wanneer het vak alleen een schoolexamen bevat en geen centraal examen kent moet het afgeronde schoolexamencijfer zonder decimalen worden opgenomen. Dit cijfer wordt herhaald als eindcijfer,
- • het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo of vwo,
- • het thema of de titel van het profielwerkstuk vmbo en de beoordeling van het profielwerkstuk,
- • de beoordeling van het vak lichamelijke opvoeding in vwo en havo in het regulier onderwijs,
- • de beoordeling van het vak ‘kunstvakken inclusief ckv’ en het vak lichamelijke opvoeding in vmbo in het regulier onderwijs, het vak waarin opnieuw centraal examen is afgelegd (waarbij het cijfer voor het schoolexamen wordt herhaald en het nieuwe cijfer voor het centraal examen en nieuwe eindcijfer wordt opgenomen). Indien er in het voorlaatste of het daaraan voorafgaande leerjaar geen herkansing heeft plaatsgevonden, wordt op de voorlopige cijferlijst achter ‘opnieuw centraal examen is afgelegd in’ niet van toepassing vermeld, als volgt: n.v.t.
- • de cijfers van alle vakken waarin deeleindexamen of deelstaatsexamen is afgelegd,
- • de eindcijfers voor de examenvakken,
- • voor zover van toepassing het profielwerkstuk,
- • het cijfer dat is behaald voor het schoolexamen of instellingsexamen rekenen.
- • in het vakje ‘onderdeel waarin examen is afgelegd’: (het college-examen rekenen of het vak wiskunde);
- • in de vakjes met ‘eindcijfer’: het eindcijfer van het college-examen rekenen (zonder decimalen). Zie artikel 10.4 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
- • het vak of de vakken waarvoor de examenkandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
- • het profielwerkstuk in het vwo of havo waarvoor de examenkandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
- • het profielwerkstuk in het vmbo, voor zover beoordeeld met ‘goed’ of ‘voldoende’,
- • welk examen is afgelegd: op welk niveau, en waar van toepassing het betreffende schooltype c.q. de betreffende leerweg.
- 1. n.a. = niet afgerond
- 2. (naam van een andere school)
- 3. ‘vr’ = vrijstelling of ontheffing
- 4. (afkorting leerweg of schoolsoort); basisberoepsgerichte leerweg: bb kaderberoepsgerichte leerweg: kb gemengde leerweg: gl theoretische leerweg: tl voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs: vmbo hoger algemeen voortgezet onderwijs: havo voorbereidend wetenschappelijk onderwijs: vwo
- 5. n.v.t. indien:
- a. geen gebruik is gemaakt van het recht op herkansen (voorlopige cijferlijst)
- b. meer cijferlijsten worden uitgereikt en het profielwerkstuk maar op één cijferlijst past
- 6. toegestane afkortingen vaknaam: ckv
- • Voor het havo wordt als NLQF/EQF-niveau vermeld: NLQF4/EQF4
- • Voor het vwo wordt als NLQF/EQF-niveau vermeld: NLQF4+/EQF4
- • de verdeling van de vakken/onderdelen en het aantal behorend tot het gemeenschappelijk-, profiel- en (het minimumaantal van het) vrije deel,
- • de vakken of onderdelen, dan wel combinatie daarvan, die deel mogen uitmaken van een eindexamen/staatsexamen vwo/havo en worden vermeld op de cijferlijst, en
- • de vermelding van de maatschappelijke stage (indien van toepassing) onder het vrije deel van de cijferlijst.
- • Literatuur. Een school kan ervoor kiezen literatuur afzonderlijk te becijferen. Het kan ook als onderdeel in het cijfer voor de talen worden meegenomen. Als het apart wordt becijferd, dan moet het cijfer worden opgenomen in het combinatiecijfer. In dat geval dienen de namen van de talen (dus zonder literatuur) te worden vermeld op de cijferlijst.
- • Het vak Godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs kan door bijzondere scholen worden toegevoegd aan het combinatiecijfer. Het gaat hier om één vak, maar de school kiest welke van beide benamingen wordt gehanteerd: godsdienst óf levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. Het is zaak om dit niet te verwarren met het ‘grote’ vak godsdienst: dat is een schooleigen vak dat de school alleen met toestemming van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als examenvak kan aanbieden.
- • Algemene natuurwetenschappen kan deel uitmaken van het vrije deel. De school kan dit ter keuze laten aan de examenkandidaat, maar kan ook besluiten om het vak verplicht te stellen voor alle examenkandidaten of voor examenkandidaten met een bepaald profiel. Het cijfer voor dit vak telt dan mee in het combinatiecijfer (volgens artikel 3.34, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020).
- • achter het profielwerkstuk ‘vr’ wordt vermeld, omdat de kandidaat is vrijgesteld van het maken van het profielwerkstuk,
- • het vak maatschappijleer geen deel hoeft te maken van het eindexamen/staatsexamen, en
- • daarnaast ook geen aanvullende onderdelen deel uitmaken van het combinatiecijfer.
- • artikel 2.26 WVO 2020 (beroepsgerichte leerwegen),
- • artikel 2.27 WVO 2020 (gemengde leerweg),
- • artikel 2.25 WVO 2020 (theoretische leerweg).
- • Voor het vmbo-bb wordt als NLQF/EQF-niveau vermeld: NLQF1/EQF1
- • Voor het vmbo-kb, gl en tl wordt als NLQF/EQF-niveau vermeld: NLQF2/EQF2
- • de verdeling van de vakken/onderdelen en het aantal behorend tot het gemeenschappelijk, profiel- en (het minimumaantal van het) vrije deel,
- • welke vakken deel moeten/mogen uitmaken van een eindexamen/staatsexamen vmbo en worden vermeld op de cijferlijst,
- • de vermelding van de maatschappelijke stage (indien van toepassing) onder het vrije deel van de cijferlijst,
- • In de basis- en de kaderberoepsgerichte leerweg wordt het combinatiecijfer gevormd door het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers voor de vier (of naar keuze meer) gevolgde beroepsgerichte keuzevakken.
- • In de gemengde leerweg wordt het combinatiecijfer gevormd door het rekenkundige gemiddelde van het eindcijfer voor het beroepsgerichte profielvak of praktijkgerichte vak en de eindcijfers voor de twee (of naar keuze meer) gevolgde beroepsgerichte keuzevakken. Het eindcijfer voor het profielvak of praktijkgericht vak telt in deze berekening net zo vaak mee als het aantal eindcijfers van de beroepsgerichte keuzevakken dat in de berekening wordt betrokken.