Bijlage I Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013
Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013
(behorende bij de Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013) Let op: Aan de hand van dit vragenformulier kunt u aangeven hoe de leergang VM2 bij u vorm en inhoud gaat krijgen. Het formulier bestaat uit drie onderdelen: In dit deel van het formulier stellen we u enkele vragen over onderwerpen die aan de orde zijn in artikel 6 van de regeling. Het gaat over onder meer locatie en doelgroep, over informatieverstrekking aan en voorzieningen voor leerlingen (waaronder de zogeheten terugvaloptie), over de samenwerking tussen uw scholen en de inhoudelijke en organisatorische kwesties die nog moeten worden opgelost voordat u kunt starten met het traject per 1 augustus 2009. Om een goed beeld te krijgen van het programma van uw leergang VM2, stellen we in dit deel van het formulier vragen over onder meer de visie op leren en op reductie vsv en over de doelen en resultaten die u met de leergang beoogt. De vragen raken aan onderwerpen die genoemd staan in artikel 7 van de regeling (verwachte bijdrage aan reductie vsv, kwaliteit van de uitvoering, inbedding in de regio). Let op: Ondergetekenden verklaren dat het formulier naar waarheid is ingevuld: Plaats Datum Handtekening ------------------------------- -------------------- -------------------------------- Plaats Datum Handtekening ------------------------------- -------------------- -------------------------------- Plaats Datum Handtekening ------------------------------- -------------------- -------------------------------- Plaats Datum Handtekening ------------------------------- -------------------- -------------------------------- Plaats Datum Handtekening ------------------------------- -------------------- -------------------------------- Let op: alle bevoegde gezagen ondertekenen dit formulier
- 1. Alleen informatie op dit aanvraagformulier wordt beoordeeld. Bijgevoegde stukken (of verwijzingen hiernaar) worden niet meegenomen in de beoordeling.
- 2. Voor elk separaat experiment moet een apart aanvraagformulier worden ingediend. Een separaat experiment wil zeggen: elke sector is één experiment en elke locatie is een experiment.
- 3. Beantwoordt a.u.b. alle vragen uit het formulier; het overslaan van vragen (of: aangeven dat de vraag in uw ogen niet van toepassing is) kan de honorering van uw aanvraag beïnvloeden.
- 4. Voeg bij het ingevulde, ondertekende formulier de samenwerkingsovereenkomst dan wel de interne regeling bij, die door alle betrokken bevoegde gezagsorganen is ondertekend. Checkt u dus goed, of zowel het formulier als de samenwerkingsovereenkomst (dan wel interne regeling) is ondertekend door alle betrokken bevoegde gezagsorganen. Documenten die niet ondertekend zijn, worden niet in behandeling genomen en dus afgewezen.
- I. Informatie over de deelnemende scholen en hun aanbod
- II. Beoordelingselementen leergang VM2 (artikel 6 van de regeling tot wijziging van de Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013))
- III. Rangschikkingselementen leergang VM2 (artikel 7, van de regeling zoals genoemd in II))
- 1. Wilt u allereerst aangeven door welke scholen dit plan wordt ingediend? De formele aanvrager tevens subsidieontvanger wordt als eerste genoemd.
- 2. Wilt u hieronder aangeven wie als contactpersoon fungeert? Met deze persoon wordt contact opgenomen als er aanvullende informatie nodig is bij het aanvraagformulier. Tevens ontvangt deze contactpersoon de beschikking. Graag één persoon vermelden.
- 3. In de onderstaande tabel geeft u aan:
- – Binnen welke sector u de leergang VM2 gaat aanbieden (slechts één mogelijkheid aankruisen in de eerste kolom; wilt u ook voor een andere sector aanvragen, dan dient u daar een separate aanvraag voor in te dienen)? De sector wordt bepaald door de vmbo-sector en de daaraan verwante mbo-opleiding(en).
- – Voor welk onderliggend onderwijsaanbod de samenwerkingspartners (resp. het AOC of de verticale scholengemeenschap) een licentie hebben die ten grondslag zal liggen aan de leergang. Indien u een onderliggend aanbod aangeeft, waarvoor de betreffende vmbo-school, ROC of AOC de licentie niet in huis heeft, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen en dus afgewezen.
- – Per sector hoeveel leerlingen gaan deelnemen in het schooljaar 2009–2010? Wilt u een zo reëel mogelijk aantal leerlingen opgeven dat u de komende periode naar verwachting zult determineren om per 1 augustus 2009 aan het experiment deel te nemen?
- 1. De bedoeling is dat de leergang VM2 bij u start bij aanvang van het nieuwe schooljaar 2009–2010. Ongetwijfeld zijn er nog onderwijsinhoudelijke punten die tussen nu en de zomer van 2009 móeten worden opgelost om deze start mogelijk te maken. Welke punten zijn dat?
- 2. Het kan ook zijn dat er nog onderwijsinhoudelijke punten zijn die gedurende het schooljaar 2009–2010 moeten worden opgelost. Welke zijn dat dan?
- 3. Voordat de leergang VM2 bij het begin van het schooljaar 2009–2010 bij u start, kunnen er nog enkele organisatorische punten zijn die moeten worden opgelost. Welke zijn dat?
- 4. Zijn er nog organisatorische punten die gedurende het schooljaar 2009–2010 bijzondere aandacht van u krijgen? Welke zijn dat?
- 5. We willen graag weten welke activiteiten u als aanvragende school in de achterliggende jaren – tezamen met de school met wie u de leergang nu ook opzet – al heeft ondernomen voor de doelgroep leerlingen die u op het oog heeft voor de leergang VM2. Kunt u daarom de gezamenlijke activiteiten benoemen die al hebben plaatsgevonden voor deze doelgroep? Het gaat daarbij vooral om activiteiten die een duidelijke indicatie geven van de meerjarige samenwerking die in de praktijk al tussen uw scholen bestaat. Vermeld deze activiteiten daarom zo concreet mogelijk en met jaartal, bijvoorbeeld:
- – ‘het project warme overdracht, sinds de zomer van 2005, met als resultaat een continue uitwisseling van informatie tussen de scholen over hun leerlingen en deelnemers’
- – ‘docentenstages vmbo-mbo bbl/niveau 1/2 in 2007–2008 waarbij docenten in perioden van 6 weken een deel van hun weektaak onderwijs geven aan de andere school’
- 6. Welke activiteiten worden de komende periode door uw scholen gezamenlijk opgepakt om de leergang met ingang van het nieuwe schooljaar op te zetten en uit te voeren? Heeft u bijvoorbeeld een stuur- en/of werkgroepen ingericht, zo ja, wie hebben daar zitting in, waar wordt de komende periode naar toe gewerkt?
- 7. We willen in beeld krijgen voor welke doelgroep leerlingen u de leergang VM2 start. Wilt u daarom omschrijven voor welk type leerlingen de leergang VM2 bij u wordt opgezet?
- 8. De leerlingen en hun ouders hebben – voordat de leerling instroomt in de leergang – informatie nodig over de leergang VM2: wat houdt het traject in, welke kansen biedt het, wat zijn aandachtspunten? We willen daarom weten hoe u de ouders en leerlingen vóór feitelijke instroom op 1 augustus 2009 informeert over (mogelijke) deelname aan de Leergang VM2?
- 9. Geef aan wanneer deze informatieverstrekking plaatsvindt (u kunt slechts één optie aankruisen):
- 10. Leerlingen die dat willen, moeten tijdens het VM2-traject kunnen terugvallen op het reguliere vmbo- dan wel mbo-programma en -examen, passend bij de studievoortgang en de leeftijd van de leerling. Hoe ziet deze ‘terugvaloptie’ er uit gedurende de eerste fase van de leergang VM2??
- 11. Leerlingen die dat willen, moeten tijdens het VM2-traject kunnen terugvallen op het reguliere vmbo- dan wel mbo-programma en -examen, passend bij de studievoortgang en de leeftijd van de leerling. Hoe ziet deze ‘terugvaloptie’ er uit gedurende de tweede fase van de leergang VM2?
- 12. Op welke wijze wordt voorzien in loopbaanbegeleiding voor de leerlingen tijdens de Leergang VM2?
- 13. Op welke wijze wordt voorzien in leerlingenzorg tijdens de Leergang VM2?
- 14. Vanuit welke locatie wordt het onderwijsaanbod leergang VM2 verzorgd? Geef aan of de leergang wordt verzorgd vanuit een vmbo-school of een mbo-instelling door het noemen van de naam van de school en het betreffende vestigingsnummer (6 posities). Let op: het onderwijs moet op één locatie worden aangeboden. Wordt het onderwijs op meerdere locaties aangeboden, dan wordt dit als een aparte leergang gezien. Hiervoor moet een apart aanvraagformulier worden ingevuld.
- 15. Welke onderwijssoorten worden op deze locatie in 2009–2010 verzorgd?
- 16. Hoeveel leerlingen en/of deelnemers volgen op deze locatie onderwijs?
- 17. Kunt u daarom aangeven op grond van welke criteria u de leerlingen voor instroom in de Leergang VM2 selecteert?
- 1. Wilt u kort onder woorden brengen, de visie op leren (incl. de mate van zelfstandigheid van de leerling in zijn leer- en ontwikkelproces) die de samenwerkende scholen bij deze Leergang VM2 als vertrekpunt hanteren?
- 2. Kunt u eveneens kort aangeven welke visie men hanteert ten aanzien van het terugdringen van voortijdig schoolverlaten?
- 3. Welk doel of welke doelen streven de samenwerkende scholen na met de Leergang VM2?
- 4. Kunt u kort en kernachtig samenvatten wat het programma van de leergang VM2 in uw geval inhoudt?
- 5. Noem de drie belangrijkste punten waarin de leergang VM2 in uw geval afwijkt van het reguliere traject vmbo-mbo zoals dat bij uw scholen (dus niet: elders) vorm krijgt.
- 6. Welke omvang van leerlinggroepen gaat u hanteren binnen de Leergang VM2? Hoeveel leerlinggroepen worden het?
- 7. Hoe ‘exclusief’ is in 2009–2010 het VM2-traject voor uw leerlingen: volgen zij alleen met andere VM2-leerlingen een volledig eigen onderwijsprogramma en/of volgen zij geheel / gedeeltelijk samen met andere vmbo-leerlingen onderwijs?
- 8. Ook over de docenten die de Leergang VM2 verzorgen, zijn enkele vragen te stellen.
- 9. Bij de leergang VM2 kan het onderwijs vanuit vmbo-kaders (examenprogramma’s) worden geprogrammeerd of vanuit mbo-kaders (kwalificatiedossiers dan wel eindtermen). Kunt u aangeven voor welk beginsel in 2009–2010 bij uw leergang VM2 wordt gekozen?
- 10. Voor welke cursusduur wordt het onderwijsprogramma vormgegeven? Is bijvoorbeeld het uitgangspunt dat de leerlingen het programma in 3 of 4 jaar afsluiten met een mbo-2 diploma? Of wordt dat gedurende het traject per leerling bepaald?
- 11. Kunt u aangeven welke keuze wordt gemaakt rondom de verhouding beroepsgericht deel en algemeen vormend deel in het programma?
- 12. Door de combinatie van vmbo en mbo in één VM2-programma, zal het traject meestal beginnen met meer beroepsvoorbereidende, oriënterende elementen en zal het verderop in het traject een sterker beroepsopleidend karakter krijgen. Kunt u aangeven op welk moment in het traject de omslag van meer oriënterend (‘breed’) naar meer vakopleidend (‘smal’) plaatsvindt?
- 13. Tijdens de Leergang VM2 kan zowel in een schoolse als in een buitenschoolse context worden geleerd. Kunt u aangeven hoe deze leervormen zich in het schooljaar 2009–2010 tot elkaar gaan verhouden?
- 14. Ook van de leerlingen in de Leergang VM2 wordt verwacht dat zij uiteindelijk over het gewenste minimumniveau op het terrein van taal en rekenen beschikken. Hoe borgt de leergang het behalen van dat gewenste minimumniveau?
- 15. Gaat u in uw leergang VM2 aan het eind van het tweede leerjaar uit van een standaard vmbo-examen of slaan uw leerlingen dit examen in de regel over?
- 16. Welk meer inhoudelijk resultaat wilt u in 2009–2010 met de Leergang VM2 bereiken? Wanneer is het inhoudelijk een succes? U kunt hierbij denken aan resultaten als: tevredenheid bij ouders en leerlingen, gemotiveerde leerlingen, betere samenwerking tussen vmbo en mbo, sterker relaties met bedrijfsleven en arbeidsmarkt, enzovoorts.
- 17. Welk kwalitatief resultaat wilt u aan het eind van de experimentperiode tweede tranche (zomer 2013) hebben bereikt?
- 18. Welk kwantitatief resultaat wilt u met de leerlingen die deze zomer starten in 2009–2010 bereiken?
- 19. Welk kwantitatief resultaat wilt u met de leerlingen die deze zomer starten, aan het einde van de experimentperiode 2e tranche (zomer 20013) bereiken?
- – Voeg geen bijlagen bij dit formulier; deze worden niet beoordeeld.
- – Voeg bij het ingevulde, ondertekende formulier de samenwerkingsovereenkomst dan wel de interne regeling bij, die door alle betrokken bevoegde gezagsorganen is ondertekend. Checkt u dus goed, of zowel het formulier als de samenwerkingsovereenkomst (dan wel interne regeling) is ondertekend door alle betrokken bevoegde gezagsorganen. Documenten die niet ondertekend zijn, worden niet in behandeling genomen en dus afgewezen.
- – Zorg ook dat alle bevoegde gezagen dit formulier ondertekenen.