Bijlage I Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen laboratoria (PPE) 2007
Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen laboratoria (PPE) 2007
Erkenningsvoorwaarden voor laboratoria die de analyses van monsters uitvoeren inzake het aantonen van Salmonella en Campylobacter.
- A. Een laboratorium dat erkend wil worden dient een schriftelijke aanvraag voor een erkenning in bij het productschap.
- B. Het laboratorium beschikt voor de analyse van Salmonella en Campylobacter over een door de Raad voor Accreditatie verleend accreditatiecertificaat op basis van de norm ISO/IEC 17025. De scope van de accreditatie moet toereikend zijn voor de matrices waarin de bepalingen worden uitgevoerd.
- C. Indien het laboratorium is gevestigd buiten Nederland toont het aan dat het beschikt over een erkenning van de bevoegde autoriteiten van de staat van herkomst, gelijkwaardig aan het onder B genoemde accreditatiecertificaat.
- D. Om Salmonella en Campylobacter in een monster aan te tonen, maakt het laboratorium gebruik van de branchemethoden, opgenomen in Bijlage II. Nieuwe analysemethoden kunnen worden ingediend bij het productschap, om als branchemethoden te kunnen worden toegepast, indien deze van een validatierapport zijn voorzien. Op basis van dit validatierapport beoordeelt de Raad voor Accreditatie de geschiktheid van de analysemethode voor accreditatie. Na een positief advies beslist het productschap of deze analysemethode als branchemethode kan worden vastgesteld.
- E. Het laboratorium gebruikt één van de toegelaten methoden per micro-organisme-matrix combinatie. Om te bepalen of het monster wel of niet besmet is met Salmonella of Campylobacter mogen niet meerdere testen (methoden) naast elkaar toegepast worden. Om verder te kunnen serotyperen dient echter bij toepassing van één van de snelle Salmonella branchemethoden een positief monster wel te worden geïsoleerd door middel van de MSRV-methode.
- F. Indien het laboratorium bij toepassing van een snelle branchemethode een positieve bevinding doet, en de Salmonella-stam ten behoeve van de serotypering niet verder geïsoleerd kan worden, moet op het analysecertificaat hiervan melding worden gemaakt.
- G. Het laboratorium neemt deel aan het Salmonella detectie-ringonderzoek en aan het Salmonella serotypering-ringonderzoek, beide georganiseerd door het Nationaal Referentie Laboratorium Salmonella, welke gesitueerd is bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu te Bilthoven.
- H. Het laboratorium neemt deel aan het Campylobacter-ringonderzoek, georganiseerd door het Nationaal Referentie Laboratorium Campylobacter, welke gesitueerd is bij Animal Sciences Group te Lelystad en Voedsel en Waren Autoriteit te Den Haag.
- I. De serotypering van de Salmonella-isolaten wordt uitsluitend verricht door een laboratorium dat voor deze verrichting uiterlijk op 1 januari 2008 een accreditatiecertificaat van de Raad voor Accreditatie heeft verkregen.
- J. Het laboratorium stelt een lijst op met de typen Salmonella die zij kunnen serotyperen.
- K. Het laboratorium voert de serotypering uit conform het antigenenschema van Kaufmann-White.
- L. Het laboratorium dat de serotypering uitvoert analyseert tevens de isolaten afkomstig van een erkend laboratorium dat geen dan wel een beperkt aantal serotypen bepaalt.
- M. Het laboratorium hanteert bij het uitwisselen van de analyse resultaten een door het productschap vastgestelde code voor de verschillende serotypen Salmonella.
- N. Het laboratorium geeft de resultaten van de analyse van de monsters binnen 10 werkdagen door aan het productschap door middel van een voorgeschreven format.
- O. Het laboratorium hanteert voor de analyse van de monsters van opfok-, fok- en vermeerderingsbedrijven en leghennenbedrijven alleen de PVE Branchemethode voor het aantonen van Salmonella met behulp van MSRV in dons, mest en vlees, afkomstig van pluimvee (PVE-SALMONELLA-MSRV-140607).
- P. De resultaten van het Salmonella detectie-ringonderzoek en het Salmonella serotypering-ringonderzoek van het laboratorium dienen te voldoen aan de norm van het productschap welke is opgenomen in Bijlage IV.