Bijlage 9 Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008: behorend bij artikel 2, tweede lid, onder n
Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008
De apparatuur voldoet aan de vermelde voorwaarden in de tabel en wordt binnenshuis gebruikt, buitenshuis in voertuigen en spoorwegvoertuigen, of buitenshuis op voorwaarde dat zij niet is bevestigd aan een vaste installatie, een vaste infrastructuur of een vaste buitenantenne. Frequentiebereik (GHz) Maximale gemiddelde e.i.r.p.-dichtheid (dBm/MHz) Maximale piek-e.i.r.p.-dichtheid (dBm/50MHz) Lager dan 1,6 – 90,0 – 50,0 1,6 tot 2,7 – 85,0 – 45,0 2,7 tot 3,4 – 70,0 – 36,0 3,4 tot 3,8 – 80,0 – 40,0 3,8 tot 4,2 – 70,0 – 30,0 4,2 tot 4,8 (niet van toepassing in voertuigen en spoorwegvoertuigen) – 41,3 (tot 31 december 2010) – 70,0 (na 31 december 2010) 0,0 (tot 31 december 2010) – 30,0 (na 31 december 2010) 4,2 tot 4,8 (alleen van toepassing in voertuigen en spoorwegvoertuigen) – 41,3 (tot 31 december 2010) Op voorwaarde dat technieken worden toegepast die de totale storing verminderen en die ervoor zorgen dat een niveau wordt bereikt dat minstens gelijkwaardig is aan dat van de technieken die beschreven worden in de geharmoniseerde normen die overeenkomstig Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit, gewijzigd 29 september 2003 (PbEU L 284) zijn vastgesteld. Dit vereist een bereik van de zendvermogensregeling (TPC) van ten minste 12 dB. – 53,3 (andere gevallen, tot 31 december 2010) – 70,0 (vanaf 31 december 2010) 4,8 tot 6,0 – 70,0 – 30,0 6,0 tot 8,5 (niet van toepassing in voertuigen en spoorwegvoertuigen) – 41,3 0,0 6,0 tot 8,5 (alleen van toepassing in voertuigen en spoorwegvoertuigen) – 41,3 Op voorwaarde dat technieken worden toegepast die de totale storing verminderen en die ervoor zorgen dat een niveau wordt bereikt dat minstens gelijkwaardig is aan dat van de technieken die beschreven worden in de geharmoniseerde normen die overeenkomstig Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende radioapparatuur en telecommuni
- – Bodemradar (GPR) beeldvormend systeem. Een veldverstoringsensor die is ontworpen om alleen te werken wanneer ze in contact is met, of binnen een meter van de grond, voor de opsporing van of het verkrijgen van de beelden van begraven voorwerpen of het bepalen van de fysische eigenschappen in de grond. De energie van de GPR is met opzet naar beneden in de grond gericht voor dit doel.
- – Muur indringende radar (WPR) beeldvormend systeem. Een veld verstoring sensor die is ontworpen om de locatie van objecten binnen een ‘muur’ op te sporen of om de fysieke eigenschappen te bepalen binnen de ‘muur’. De ‘muur’ is een betonnen structuur, de zijkant van een brug, de muur van een mijn of een andere fysieke structuur die massief en dik genoeg is om het grootste deel van het signaal dat door de radar wordt uitgezonden te absorberen.