Bijlage I Besluit controle reiniging en ontsmetting van kratten en containers (PPE) 2007

Besluit controle reiniging en ontsmetting van kratten en containers (PPE) 2007

Dit werkvoorschrift beschrijft de controle op reiniging en ontsmetting van de kratten en containers waarin het pluimvee wordt vervoerd. Belangrijk is dat deze controle zoveel mogelijk door dezelfde werknemer wordt uitgevoerd. De bemonstering dient één maal per dag plaats te vinden op vijf containers en kratten. Wanneer bij één of meerdere koppels Salmonella is aangetoond dient het betreffende monster te worden genomen van vijf containers en kratten van dit besmette koppel. De bemonstering dient voor het volgende gebruik plaats te vinden, direct na de reiniging en ontsmetting van de kratten en containers. De monstername dient zodanig te gebeuren dat de swabs op verschillende plekken verspreid over de krat of container van een besmet koppel worden genomen (monsteroppervlak: ter grootte van een rodacplaatje, 5,5 cm). Indien het washandje/vochtige doek gebruikt wordt dient deze ook verspreid over de container genomen te worden (monsteroppervlak: 20 × 20 cm., 3 willekeurige plekken op de container) Monstername kan door het eigen personeel worden uitgevoerd. Vervoer van de swabs naar het laboratorium moet plaatsvinden bij een temperatuur tussen 0°C en 20°C. Indien de swabs voor gebruik in steriel water worden gedoopt en na bemonstering van de stal in een potje worden gestopt mag er maximaal 48 uur tussen bemonstering en ontvangst op het laboratorium zijn. Analyse van de monsters moet plaatsvinden in door een door de voorzitter erkend laboratorium. Voor de analyse op het laboratorium wordt voor Salmonella verwezen naar de ‘PVE branchemethode voor het aantonen van Salmonella in dons, faeces en vellen en eindproduct afkomstig van pluimvee,’, die beschreven staat in Bijlage II bij het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen laboratoria (PPE) 2007.