Bijlage 3 Aanwijzing executie (vervangende) vrijheidsstraffen, taakstraffen van meerderjarigen, geldboetes, schadevergoedings-, ontnemingsmaatregelen en europese geldelijke sancties: betalingsregelingen
Aanwijzing executie (vervangende) vrijheidsstraffen, taakstraffen van meerderjarigen, geldboetes, schadevergoedings-, ontnemingsmaatregelen en europese geldelijke sancties
- 1. Indien uit het vonnis, het arrest of de strafbeschikking blijkt dat op grond van artikel 24a Sr aan veroordeelde/bestrafte een betalingsregeling is toegekend, voert het CJIB die uit na de overdracht ter executie.
- 2. Na overdracht van vonnissen, arresten en strafbeschikkingen aan het CJIB behandelt het CJIB een van een veroordeelde/bestrafte of diens vertegenwoordiger afkomstig verzoek tot het treffen van een betalingsregeling.
- 3. Het CJIB treft in beginsel geen betalingsregelingen. Alleen op grond van bijzondere omstandigheden kan een verzoek na beoordeling gehonoreerd worden.
- 4. Een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling wordt in beginsel niet in behandeling genomen:
- – als in een eerdere zaak een betalingsregeling verwijtbaar niet is nagekomen (maximaal een jaar eerder);
- – voor vorderingen waarvoor een kennisgeving van verhaal of een dwangbevel is uitgevaardigd; wanneer een dwangbevel is uitgevaardigd wordt verzoeker verwezen naar de behandelend deurwaarder die binnen de grenzen van de opdrachtverhouding met het CJIB een eigenstandige bevoegdheid heeft betalingsregelingen te treffen;
- – voor vorderingen waarvoor een arrestatiebevel is uitgevaardigd of waarvoor de veroordeelde de vervangende hechtenis reeds ondergaat (of ingeval van cumulatie met Mulderzaken indien een dwangmiddel wordt toegepast)
- 5. Indien een verzoek, gelet op de onder punt 4 gestelde voorwaarden, wel in behandeling kan worden genomen, worden nog de navolgende randvoorwaarden gesteld:
- – het verzoek wordt schriftelijk gedaan;
- – alle voor de beoordeling relevante stukken zoals salarisstrook, inkomstenverklaring e.d. (in kopie) worden overgelegd;
- – het totale openstaande bedrag van de vordering(en) moet hoger zijn dan € 225,00,– ;
- – de termijn waarbinnen volledige betaling moet zijn gerealiseerd, wordt afgestemd op de draagkracht van de veroordeelde, maar is niet langer dan wettelijk mogelijk is.
- 6. Bij beoordeling van het verzoek wordt uitgegaan van uiteindelijke betaling van 100 % van de vordering. Percentagevoorstellen tegen finale kwijting komen, gelet op de executieplicht van het Openbaar Ministerie, in beginsel niet voor honorering in aanmerking. Dit geldt eveneens voor voorstellen die in een minnelijke fase van een schuldsanering door of namens veroordeelde worden gedaan. Voor schadevergoedingsmaatregelen kan op dit uitgangspunt een uitzondering worden getroffen indien de benadeelde partij het percentageaanbod acceptabel vindt. De reden voor deze uitzondering is dat over het algemeen toelating tot schuldsanering nadelige financiële gevolgen heeft voor het slachtoffer. Als wordt ingestemd met een minnelijk akkoord, kan dat afhankelijk van het concrete aanbod in sommige omstandigheden voor het slachtoffer voordeliger zijn.
- 7. Ingeval van honorering zijn de volgende vormen van betalingsregeling mogelijk:
- – termijnbetalingsregeling
- – uitstel van betaling
- 8. Een termijnbetalingsregeling bestaat zoveel mogelijk uit gelijke maandelijkse termijnen.
- 9. Een uitstel van betaling wordt slechts over een zo kort mogelijke periode verleend. Uitstel van betaling voor onbepaalde duur wordt niet verleend. Detentie is op zichzelf geen reden om uitstel van betaling te verlenen.
- 10. Het niet stipt nakomen van de voorwaarden van een betalingsregeling heeft tot gevolg dat deze vervalt en dat het nog openstaande bedrag onmiddellijk in zijn geheel opeisbaar wordt.
- 11. Voor zaken die onder het toepassingsbereik vallen van het convenant tussen het CJIB en de NVVK kan worden afgeweken van bovenstaande bepalingen. De gedragscode Schuldregeling van de NVVK is van toepassing. Na het sluiten van een overeenkomst tot schuldregeling met een gemeentelijke kredietbank, publieke of private instelling voor schuldregeling die bij de NVVK is aangesloten geldt dat na reguliere beëindiging van de schuldregelingsovereenkomst de restantvordering aan het CJIB opeisbaar wordt en via een betalingsregeling met het CJIB van maximaal 27 maanden dient te worden afgelost.