Bijlage 3 Aanwijzing OM-afdoening

Aanwijzing OM-afdoening

Op basis van art. 257h lid 2 Sv kan ieder ander dan de bestrafte en zijn raadsman (een derde) de officier van justitie verzoeken een afschrift van een strafbeschikking te verstrekken. In deze Leidraad informatieverstrekking OM-afdoening wordt de procedure omtrent het al dan niet verstrekken van strafbeschikkingen verder uitgewerkt. Het algemene uitgangspunt is dat bij een verzoek van een derde altijd geanonimiseerd verstrekt wordt. De officier van justitie houdt bij zijn beoordeling rekening met: Als deze belangen zwaarder blijken te wegen dan het belang van de verzoeker en het met openbaarmaking van strafbeschikkingen gemoeide belang, wordt niet verstrekt. Een derde kan tegen een geanonimiseerd afschrift of een weigering tot verstrekking een klaagschrift indienen bij de officier van justitie. De bepalingen in deze Leidraad zijn niet van toepassing op de bestrafte en zijn raadsman. In deze Leidraad wordt verstaan onder: Als binnen veertien dagen geen afschrift danwel een geanonimiseerd afschrift wordt verstrekt, kan de verzoeker een klaagschrift indienen bij de officier van justitie. Die brengt het klaagstuk en de processtukken onverwijld ter kennis van de rechtbank. De procesdeelnemers zijn, in afwijking van artikel 23, vierde lid Sv, niet bevoegd van de inhoud van de processtukken kennis te nemen dan voorzover de rechtbank zulks toestaat.