Art. 22 Verordening op de ledenvergadering 2008, Stemmingen over zaken en personen
Verordening op de ledenvergadering 2008
1. ndien om stemming is gevraagd, wordt gestemd middels hiervoor door het bestuur beschikbaar gestelde stemfaciliteiten.
2. In geval de stemming bedoeld in het eerste lid niet mogelijk is, wordt hoofdelijk gestemd.
3. Bij hoofdelijke stemming brengt ieder lid mondeling zijn stem, en in geval van machtiging de stemmen waarvoor hij gemachtigd is, uit met “voor”, “tegen” of “blanco”. Ook kan gesteld worden dat het lid zich van stemming onthoudt.
4. Indien een lid zich bij een hoofdelijke stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing herstellen voordat het volgende lid heeft gestemd.