Bijlage D Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen: behorend bij artikel 5a van de Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen
Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 20 december 2022, tot wijziging van het Besluit gebruik meststoffen in verband met de implementatie van het zevende Actieprogramma Nitraatrichtlijn (Stb. 2022, 546) in werking treedt.
- – Afrikaantjes (Tagetes)
- – Beemdlangbloem
- – Blauwmaanzaad
- – Bloemmengsel (randen)
- – Boekweit
- – Bruine bonen
- – Korte (groente)teelten, of vroeg geoogste gewassen of in voorkomend geval een combinatie van beiden, gevolgd door een vroeg ingezaaid onbemest vanggewas (inzaai voor 1 september)
- – Dahlia
- – Droge erwten
- – Engels raaigras
- – Festulolium
- – Gerst, winter-
- – Gerst, zomer-
- – Granen, overig
- – Gras-klaver
- – Grasland, blijvend
- – Grasland, natuurlijk
- – Grasland, tijdelijk
- – Graszaad
- – Graszoden
- – Haver
- – Italiaans raaigras
- – Karwijzaad
- – Klaver, rode
- – Klaver, witte
- – Kolen (rode kool/witte kool/spruitkool)
- – Koolzaad
- – Koolzaad, winter (ook boterzaad)
- – Koolzaad, zomer (ook boterzaad)
- – Kruiden, zaadgewassen
- – Lelie (1e jaar van meerjarige teelt)
- – Lijnzaad niet van vezelvlas (olievlas)
- – Lupinen, niet bittere-
- – Luzerne
- – Miscanthus (olifantsgras)
- – Narcis (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Peterselie, productie
- – Pioen (1e jaar van meerjarige teelt)
- – Quinoa
- – Raapzaad
- – Raketblad (Solanum sisymbriifolium)
- – Rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras
- – Rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit tijdelijk gras
- – Rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras
- – Rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit tijdelijk gras
- – Rietzwenkgras, anders dan voor industriegras
- – Rietzwenkgras, industriegras
- – Rogge (geen snijrogge)
- – Roodzwenkgras
- – Rustgewas mengsel, waarbij het mengsel voor minimaal twee derde uit een of meer rustgewassen uit deze lijst bestaat
- – Snijrogge
- – Soedangras/Sorghum
- – Soja
- – Spelt
- – Tarwe, winter-
- – Tarwe, zomer-
- – Teelten voor zaaizaad en vermeerdering, bijvoorbeeld spinazie, bloemzaadgewassen, groenbemesters (zoals rietzwenkgras, Engels raaigras, Italiaans raaigras, gekruist raaigras en Westerwolds raaigras, bladrammenas, gele mosterd en Japanse haver).
- – Teff
- – Timothee
- – Triticale
- – Tuinbonen
- – Veldbeemdgras
- – Veldbonen
- – Vezelhennep
- – Vezelvlas
- – Vogelakkers
- – Westerwolds raaigras
- – Zonnekroon