Bijlage F Rbk: behorende bij paragraaf 3.2

Regeling bodemkwaliteit (Rbk)

Voor de berekening van het volume wordt als formule gehanteerd: V = 1000 * (M1 – M2) / ρ waarbij: V = volume van het element cm3 M1 = de massa van het vochtige proefstuk, in g M2 = de schijnbare massa onder water van het element bedoeld in hoofdstuk 8 van NEN-EN 13383-2, in g ρ = de dichtheid van water bij de beproevingstemperatuur van het waterbad, in g/cm3 Een bouwstof wordt op grond van de resultaten van een bepaling van de korrelverdeling door middel van een zeefproef aangemerkt als bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm3, indien het korrelverdelingsdiagram van een monster van die bouwstof, vastgesteld door zeving volgens de gegeven normdocumenten voldoet aan onderstaande waarden: Zeefmaat Massapercentage (m/m) zeefdoorval Normdocument 90 mm 0 – 90% NEN-EN 13383-2 63 mm 0 – 60% NEN-EN 13383-2 45 mm 0 – 35% NEN-ISO 3310-2 31,5 mm 0 – 10% NEN-ISO 3310-2 16 mm 0 – 5% NEN-ISO 3310-2 In onderstaande lijst zijn combinaties van toepassingen en bouwstoffen opgenomen die niet als duurzaam vormvast worden beschouwd. Toepassingsgebied Toepassing Niet-duurzaam vormvaste bouwstoffen Wegenbouw funderingslaag – gestabiliseerde klei – gestabiliseerde leem – gestabiliseerd E-vliegas verhardingslaag – oppervlaktebehandeling Waterbouw toplaag – zandcementblokken – niet-vochtbestendige staalslakken, als bedoeld in Standaard RAW-bepalingen 2005 (CROW, Ede) dynamisch stabiele constructie – alle bouwstoffen kern – niet-vochtbestendige staalslakken als bedoeld in Standaard RAW-bepalingen 2005 (CROW, Ede) Toepassingsgebied Toepassing Bouwstoffen verhardingslaag – zeer open asfaltbeton (ZOAB) – zeer open cementbeton Waterbouw toplaag – open colloïdaal beton