Bijlage B Rbk: behorende bij hoofdstuk 4 van de Regeling bodemkwaliteit Achtergrondwaarden en maximale waarden voor grond en baggerspecie
Achtergrondwaarden Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel2 Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie Maximale waarden grootschalige toepassingen op of in de bodem Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie Maximale emissiewaarden Emissietoetswaarden Stof (1) mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg L/S 10 mg/kg ds 1. Metalen antimoon (Sb) 4,0* X 15 22 0,070 9 arseen (As) 20 X 27 76 0,61 42 barium (Ba) X cadmium (Cd) 0,60 X en 7,5 1,2 4,3 0,051 4,3 chroom (Cr) 55 X 62 180 0,17 180 kobalt (Co) 15 X 35 190 0,24 130 koper (Cu) 40 X 54 190 1,0 113 kwik (Hg) 0,15 X 0,83 4,8 0,49 4,8 lood (Pb) 50 X 210 530 15 308 molybdeen (Mo) 1,5* X 88 190 0,48 105 nikkel (Ni) 35 X 39 100 0,21 100 tin (Sn) 6,5 X 180 900 0,093 450 vanadium (V) 80 X 97 250 1,9 146 zink (Zn) 140 X 200 720 2,1 430 2. Overige anorganische stoffen chloride3 – cyanide (vrij)4 3,0 3,0 20 nvt nvt cyanide (complex)5 5,5 5,5 50 nvt nvt thiocyanaten 6,0 6,0 20 nvt nvt 3. Aromatische stoffen benzeen 0,20* 0,20 1 nvt nvt ethylbenzeen 0,20* 0,20 1,25 nvt nvt tolueen 0,20* 0,20 1,25 nvt nvt xylenen (som) 0,45* 0,45 1,25 nvt nvt styreen (vinylbenzeen) 0,25* 0,25 2,5 nvt nvt fenol 0,25 0,25 1,25 nvt nvt cresolen (som) 0,30* 0,30 5 nvt nvt dodecylbenzeen 0,35* 0,35 0,35 nvt nvt aromatische oplosmiddelen (som)6 2,5* 2,5 2,5 nvt nvt 4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) naftaleen X nvt nvt fenantreen X nvt nvt antraceen X nvt nvt fluorantheen X nvt nvt chryseen X nvt nvt benzo(a)antraceen X nvt nvt benzo(a)pyreen X nvt nvt benzo(k)fluorantheen X nvt nvt indeno(1,2,3cd)pyreen X nvt nvt benzo(ghi)peryleen X nvt nvt PAK’s totaal (som 10) 1,5 6,8 40 nvt nvt 5. Gechloreerde koolwaterstoffen a. (vluchtige) chloorkoolwaterstoffen monochlooretheen (vinylchloride)7 0,10* 0,10 0,1 nvt nvt dichloormethaan 0,10 0,10 3,9 nvt nvt 1,1-dichloorethaan 0,20* 0,20 0,20 nvt nvt 1,2-dichloorethaan 0,20* 0,2
- 1) Voor het vaststellen van een overschrijding van de waarden en het omgaan met rapportagegrenzen en aantoonbaarheidsgrenzen is bijlage G, onder IV, van toepassing.
- 2) Wanneer in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen’ of in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie’ geen waarde is vermeld, wordt de grond, baggerspecie, bodem of bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam ingedeeld in de bodemfunctieklasse industrie. Wanneer in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie’ geen waarde is vermeld, dient bij de invulling van de zorgplicht rekening te worden gehouden met mogelijke overschrijdingen van de indicatieve interventiewaarden, bedoeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.
- 3) Voor dioxine wordt de som TEQ berekend als de som van de producten van de concentraties van dioxines, dibenzofuranen en dioxine-achtige PCB’s en de TEF overeenkomstig de volgende formule: Waarin: De TEQ waarde drukt de toxiciteit van de aanwezige dioxines, dibenzofuranen en dioxine-achtige PCB’s uit in toxiciteit van referentiestof TCDD. De in te vullen TEF kan worden afgeleid van de volgende tabel: Indien PCB118 alleen als onderdeel van de som PCB’s wordt gemeten, wordt de som dioxines niet bepaald.
- 4) Voor het omgaan met stoffen die niet genormeerd zijn, wordt verwezen naar paragraaf 2 van bijlage 6 ‘Richtlijn voor het omgaan met niet-genormeerde stoffen’ van de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Deze informatieve richtlijn betreft een nadere invulling van de zorgplicht voor stoffen waarvoor geen achtergrondwaarde of interventiewaarde is vastgesteld.
- *. de gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, en
- *. voor organische stoffen: msPAF < 20%, en
- *. voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt.
- 1) Voor het vaststellen van een overschrijding van de waarden en het omgaan met rapportagegrenzen en aantoonbaarheidsgrenzen is bijlage G, onder IV, van toepassing.
- 2) Wanneer in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse A’ of in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse B’ geen waarde is vermeld, wordt de grond, baggerspecie, bodem of bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam ingedeeld in de kwaliteitsklasse B. Wanneer in de kolom ‘Maximale waarden kwaliteitsklasse B’ geen waarde is vermeld, dient bij de invulling van de zorgplicht rekening te worden gehouden met mogelijke overschrijdingen van de indicatieve interventiewaarden, zoals opgenomen in het normenzoeksysteem www.rivm.nl/RVS/rvs.
- 3) Voor dioxine wordt de som TEQ berekend als de som van de producten van de concentraties van dioxines, dibenzofuranen en dioxine-achtige PCB’s en de TEF overeenkomstig de volgende formule: Waarin: De TEQ waarde drukt de toxiciteit van de aanwezige dioxines, dibenzofuranen en dioxine-achtige PCB’s uit in toxiciteit van referentiestof TCDD. De in te vullen TEF kan worden afgeleid van de volgende tabel: Indien PCB118 alleen als onderdeel van de som PCB’s wordt gemeten, wordt de som dioxines niet bepaald.
- 4) Voor het omgaan met stoffen die niet genormeerd zijn en voor stoffen waar een achtergrondwaarde of interventiewaarde ontbreekt, wordt voor een nadere invulling van de zorgplicht verwezen naar de meest recente risiconormen voor water, bodem of sediment. www.rivm.nl/RVS/rvs.