Bijlage 1 Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Intensivering Bilaterale Betrekkingen West-Europa: beleidsvoornemen ten aanzien van Intensivering Bilaterale Betrekking West-Europa
Ter bevordering van de bilaterale relaties met de ons omringende buurlanden, heeft de regering in 1995 een speciale begrotingsfaciliteit gecreëerd. Uit dit budget kunnen kleinschalige activiteiten worden gesubsidieerd. Zeer algemeen kan worden gesteld dat projecten die in aanmerking komen voor subsidiëring uit IBB-WE de bilaterale betrekkingen bevorderen met een aantal West-Europese landen dat uit buitenlands politiek oogpunt van groot belang voor Nederland is. Het gaat hierbij om Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Luxemburg, Spanje en Italië. Gestreefd wordt naar een evenwichtige verdeling van gelden over deze landen. Als doelgroepen voor activiteiten die door IBB-WE worden gesubsidieerd komen in eerste instantie beleids- en opiniemakers in aanmerking. De projecten dienen deze groepen rechtstreeks met elkaar in aanraking te brengen, dan wel de randvoorwaarden te scheppen waardoor contacten over en weer kunnen worden verbreed en/of verdiept. Projecten die primair op beeldvorming bij het grote publiek zijn gericht kunnen in aanmerking komen voor subsidieverlening mits zij een bijdrage leveren aan het verbeteren van de bilaterale politieke relaties. Activiteiten die voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen zijn: seminars, conferenties, studie-projecten, uitwisselingsprogramma's en publikaties. Aanvragers hoeven niet in Nederland gevestigd te zijn.
- 1. De aanvraag voldoet aan de Kaderwet Subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken;
- 2. Het project is commercieel niet haalbaar; indien het project door het Ministerie van Buitenlandse Zaken reeds op andere grondslag wordt bekostigd, komt het niet in aanmerking voor co-financiering uit IBB-WE;
- 3. Het projectvoorstel voldoet aan de in dit beleidsvoornemen omschreven inhoudelijke eisen en gaat vergezeld van een afdoende begroting en projectomschrijving; daarnaast dient de aanvrager te kunnen aantonen over de vereiste logistieke en inhoudelijke capaciteiten te beschikken om het project uit te voeren;
- 4. Het project heeft een duidelijke politieke component; activiteiten die primair economisch, cultureel of onderwijskundig gericht zijn komen niet voor subsidiëring in aanmerking; hiervoor bestaan immers specifieke subsidiemogelijkheden;
- 5. Het project is gericht op bovenstaande doelgroepen;
- 6. Het project voldoet aan tenminste één of meer van onderstaande eisen:
- – het project is gericht op het vergroten van het begrip voor wederzijds beleid en beleidsvorming;
- – het project maakt het mogelijk dat doelgroepen in beide landen van elkaars ervaringen leren op specifieke beleidsterreinen;
- – het project levert een bijdrage aan het bilaterale voortraject bij Eubesluitvorming;
- – het project levert een bijdrage aan het verbeteren van de wederzijdse beeldvorming; ook hierbij dient echter sprake te zijn van een politieke component;
- – het project verschaft inzicht in de grensoverschrijdende samenwerking, dan wel levert een bijdrage aan nieuwe vormen van grensoverschrijdende samenwerking.