Bijlage A Beleidsregels PT projectbijdrage en exploitatiesubsidie: , behorende bij het Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw, d.d. 13 november 2007, inhoudende afspraken betreffende het verstrekken van projectbijdrage en exploitatiesubsidies (Beleidsregels PT projectbijdrage en exploitatiesubsidies)
Beleidsregels PT projectbijdrage en exploitatiesubsidie
Deze richtlijnen gelden voor de projectaanvragen van dragende organisaties en andere organisaties die daartoe door de projectleider worden verzocht In de begroting worden de volgende posten onderscheiden: Onderstaand wordt op elk van deze posten nader ingegaan. Tot de personele kosten worden gerekend: Voor alle functies en personeelsleden geldt dat wordt uitgegaan van de reële inschaling. In de projectbegrotingen dient te worden uitgegaan van een jaarlijkse stijging van de salarislasten met maximaal één periodiek en met een correctie ingevolge de inflatie van 2% per jaar. Bij de afrekening zal rekening worden gehouden met de werkelijk gemaakte kosten, met inachtneming van het maximaal ter beschikking gestelde subsidiebedrag. Ter dekking van de directe overheadkosten kan bij de projecten waar dat is aangegeven, een opslagpercentage worden berekend van maximaal 20 euro per uur. De projectuitvoerders zullen moeten aantonen dat het opgevoerde percentage reëel en noodzakelijk is voor het uitvoeren van het project. Als gevolg van de algemene overheadopslag vervallen vergoedingen voor de reguliere infrastructuur zoals: begeleiding, indirect personeel, algemene diensten, verzekeringen, huisvestingslasten, kantoormaterialen, fotografie en reproductiekosten, porti- en telefoonkosten, automatiseringskosten en overige ict-kosten, representatiekosten en beoordelingskosten voor plaatsing van artikelen. De specifiek voor het project benodigde verbruiksartikelen dienen exclusief BTW, tenzij de BTW niet verrekend kan worden, in de begroting te worden weergegeven. Onder implementatiekosten worden de kosten verstaan die worden gemaakt in het kader van het verspreiden en overdragen van kennis/ervaringen uit het project. Ook kosten in het kader van het voorbereiden van de daadwerkelijke invoering van de projectresultaten vallen hieronder. Voorbeelden van kostenposten zijn: publicaties, nieuwsbrieven, foldermateriaal, mailings, lezingen, expertmeetings, uitwisselingsbijeenkomsten en de o
- 1. Personele kosten;
- 2. Materiële kosten;
- 3. Implementatiekosten;
- 4. Apparatuurkosten; en
- 5. Overige kosten (waaronder reiskosten).
- A. tot de salariskosten worden gerekend het werkelijke brutojaarsalaris, vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en een eventuele dertiende maand van het direct bij de projectuitvoering betrokken personeelslid;
- B. per personeelslid mogen er maximaal 1.600 productieve uren op jaarbasis worden doorberekend bij een voltijdaanstelling;
- C. indien er sprake is van een deeltijdaanstelling dan wordt het maximum van 1.600 uur naar verhouding aangepast;
- D. het uurtarief wordt als volgt opgebouwd: Of
- – jaarsalaris/ 1600 uur;
- – opslag voor pensioenlasten en sociale lasten van maximaal 30%;
- – opslag voor de directe overheadkosten van maximaal € 20,- per uur.
- – Uitgaande van een gemiddelde van 100 declarabele uren per projectmedewerker per maand gedurende de looptijd van het project;
- – bedraagt de opslag een vast uurtarief van: € 85,-;
- – waarbij het maximaal te declareren uren per maand wordt vastgesteld op 173 uur;
- E. op het uurtarief voor eventuele inhuur zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- – de opslagen dienen te worden onderbouwd;
- – het uurtarief kan niet meer bedragen dan € 150,–. (excl. BTW), en
- F. opslag voor overwerk is niet subsidiabel.
- – computerapparatuur: 1e jaar 40%; 2e jaar 30%; 3e jaar 20%; 4e jaar 10%; en
- – overige apparatuur: lineaire afschrijving op basis van de economische levensduur.
- – investeringen in materiele activa voor het project mogen gedurende de looptijd van het project worden afgeschreven tot maximaal de restwaarde; en
- – indien de restwaarde vooraf niet te bepalen is dan dient de eventuele restwaarde aan het eind van het project in mindering te worden gebracht op de kosten.