Art. 9 Mandaatregeling personele aangelegenheden VWS 2007, Portefeuillehouders

Mandaatregeling personele aangelegenheden VWS 2007

1. De directeuren-generaal (kernMinisterie) en de plaatsvervangend secretaris-generaal hebben mandaat voor besluiten ten aanzien van medewerkers van het kernMinisterie die

i. rechtstreeks onder hen ressorteren;

ii. ressorteren onder onderdelen binnen hun gezagsdomein.

2. De directeuren-generaal (kernMinisterie) en de plaatsvervangend secretaris-generaal hebben mandaat voor besluiten ten aanzien van de hoofden van dienst (uitgezonderd de functionarissen die behoren tot de Topmanagementgroep als bedoeld in artikel 7, lid 4 ARAR), van de diensten en instellingen, secretariaten van raden en commissies, die behoren tot hun gezagsdomein.